9 redenen waarom ik godsgruwelijk blij ben dat het eindelijk herfst is

-

Na de zomer weet Els het zeker: ze zou nooit in een land willen wonen waar het altijd warm en zonnig is. Ze wil zich als een mol in haar nest rollen en knorren van genot.

En wel hierom

  1. Kan ik weer kaarsen aansteken. Van die fijne van de Blokker, vier voor € 9,56, die een beetje ruw zijn aan de buitenkant. Ik haat gladde glimmende kaarsen. En dure zijn ook nergens voor nodig. Die branden twaalf miljoen uur volgens de verpakking, maar sorry hoor, dat is mij nog nooit gelukt.
  2. Het geluid van gordijnen die dicht worden getrokken. Je sluit de wereld buiten en kijkt de woonkamer rond. Dit was het moment waarop mijn moeder zei: “Wat hebben we het toch goed, hè Piet.” En dan zei pa: “Jazeker vrouwtje.” En dan zette zij haar bril af en gingen ze zoenen. Jazeker, tot hun tachtigste. Wat zeg ik: tot hun dood.
  3. We eten weer zuurkoolstamppot. Met heel veel spekjes, die lekker krokant zijn gebakken. En omdat we toch al veel te dik zijn en het ons allemaal niet meer kan schelen, een halve worst erbij. Van die ene slager die ze nog zelf maakt.
  4. Ik krijg van die ouderwets rode wangen als ik de hond uitlaat. En oké, ook een snotneus die pimpelpaars uitslaat maar hee, wat kan het me schelen, ik heb papieren zakdoekjes en als ik die ben vergeten de mouw van mijn jas en straks ga ik lekker naar mijn warme huis.
  5. Ik kibbel gezellig met de thermostaat. Die staat te hoog of te laag en daar is geen peil op te trekken want ik heb het de ene seconde ijskoud en de volgende loeiheet. Schijnt iets met de overgang te maken te hebben.
  6. Ik kan mijn Uggs weer aan. Kan mij het bommen dat de helft van de mensheid dat lelijke, belachelijke laarzen vindt, ik vind ze prachtig en ze lopen als pantoffels en er is nog nooit een Uggs-drager aan onderkoeling overleden. Als ik dit lijstje klaar heb ga ik meteen een nieuw paar bestellen. Dit jaar wordt het de Aysel, omdat die van die leuke dubbele riempjes heeft. En vooruit, ik bestel er meteen een paar oorwarmers bij. O nee, die heb ik al, geen idee waar ze liggen, maar ergens in mijn huis wachten ze trouw tot ze weer op mijn hoofd worden gezet. De lieverds.
  7. En mijn sloffen. Och, wat kan een mens gelukkig worden van een paar goeie, warme sloffen. Die van Giesswein zijn het lekkerst. Die komen weliswaar uit Oostenrijk, een land waar ik nog niet dood wil worden gevonden omdat ze er na de Tweede Wereldoorlog vergeten zijn de nazi’s te straffen, maar soms moet een mens zijn principes aan de kant zetten. Ik ga voor de Freiburg: die zijn roomwit en er piept een gezellige wollen sok bovenuit – dat voelt zo behaaglijk en staat zo geinig onder je joggingbroek.
  8. Ik kan weer waxinelichtjes in de wc zetten. Ik heb hele mooie rode waxinelichthouders (één woord, 13.600 x woordwaarde) die een prachtig licht verspreiden. Zeg zelf, dat staat toch reuze gezellig. Ook zo leuk als je vriendinnen op bezoek zijn. Die voelen zich meteen helemaal welkom. Nog meer dan ze al waren.
  9. Het donzen dekbed mag weer uit de kast. O lieve heer, het moment dat ik onder die vederlichte, superzachte, heerlijk dikke donshemel kruip, is misschien wel het gelukkigste van de dag. Morgen gezond weer op, welterusten.

Pssstt… Wist je dat we ook een tijdschrift hebben? Neem een abonnement of koop een los nummer om te kijken wat je ervan vindt.

Els Rozenbroek
Els Rozenbroek
Els Rozenbroek (61) schreef veertien jaar lang 'Het Dagboek van Juul' in Libelle, is, moeder van een volwassen zoon, en gek op haar vriendinnen, hond, Netflix, politiek en wat zoal verder ter tafel komt.

RECENTE ARTIKELEN