Judith: “Liane was mijn vriendin, maar ze is een voorbeeld voor ons allemaal”

-

Judith’s vriendin Liane was van de week jarig. 62 jaar zou ze geworden zijn, ware het niet dat ze twee jaar geleden aan het begin van de zomer overleed. Een kleine ode.

Een diepe, schorre stem, een daverende lach, twee lieve bruine ogen en een fel blonde, riante haardos: dat was mijn vriendin Liane. Liane was een uniek mens -we zijn natuurlijk allen een uniek mens- maar zij was wel heel opvallend, in het oog springend origineel. Ze paarde een uitgesproken, ruige kerelachtigheid aan een intense zachtmoedigheid, en was daardoor moeilijk te plaatsen.

Wat dondert het, wat je opleiding is of hoe je praat?

Wie haar ontmoette en dan mij, zou vermoedelijk niet denken dat wij vriendinnen waren. Alles was anders, het milieu waar we in opgroeiden, onze voorkeuren, hoe we ons kleden, praatten, leefden. Liane dartte, ik las. Zij was een kroegtijger die van bier hield, ik een huiselijk type, een theedrinker. Zij had geen kinderen, ik heb er twee. Maar een ding kwam overeen: we hielden allebei van paarden. Het meest van IJslandse paarden, en we hadden er ook allebei één. Zo hebben we elkaar gevonden: ik zocht een stalling, buiten bij een boer. Op mijn oproep op een forum voor dit soort dingen reageerde een vreemde vrouw. Ze wilde me helpen zoeken. We woonden vlak bij elkaar, zo bleek.

Wat is dit voor iemand, was mijn eerste gedachte. Ze klinkt als een man, ze is een vrouw. Ik werd verlegen van haar harde stem, tot ik haar in de ogen keek. Dit was een leeuwin, maar ook overduidelijk een lieverd. En wat een gevoel voor humor had ze. Ze moest om mij lachen, zoals ik om haar, en wij samen om onszelf. Wat dondert het dan, hoe je bent opgeleid of hoe plat dan wel bekakt je praat? 

Een vrouw met een groot hart

Meer dan eigenzinnig was ze. En strijdbaar. Zelden ontmoette ik iemand die het hart zozeer op de goede plaats had als zij. Ze kwam in woord en daad op voor de minder bedeelden, mensen maar ook dieren. Voor een hongerloon werkte ze in de zorg. ‘Haar’ cliënten waren meervoudig gehandicapt, zowel geestelijk als lichamelijk. Sommigen waren daarbij ook nog zwaar autistisch. Ze wist altijd iets te bedenken om contact te maken, hoe moeilijk ook. Met een jongeman die dol was op motorvoertuigen reed ze eindeloos rondjes op haar brommer. Ze juichten allebei.

In haar vrije tijd hielp ze zwervers aan soep, een uitkering, een bed of bood gewoon een luisterend oor. Ze kwam in de gemeenteraad voor de SP, links tot op het bot. Ook redde ze de ene na de andere zielige hond of kat. Ze was op het uitzinnige af dol op dieren. Van doorgedraaide papegaaien tot mishandelde paarden, elk dier kreeg van haar de beste zorg en de meeste toewijding. Ze was alleen, ze was oersterk, ze was rete-eigenwijs, een schat en een enorme betweter bovendien, waardoor ze vaak in conflict kwam met anderen -dat ook.

Kanker in haar darmen

Liane kreeg kanker. Eerst in haar darmen. Een operatie slaagde, maar er zaten ‘spoortjes ‘ in haar lymfeklieren. Onbeduidende spoortjes, het hoefde niets te betekenen. Maar een jaar later bleek ze opnieuw ziek, er waren uitzaaiingen in haar lever. Opnieuw werd ze geopereerd. Een hel van pijn volgde, bovenop de kwelling van nacht aan nacht uren op de wc zitten die ze over hield aan de darmkanker. Maar ze knapte weer op. Een wonder.

En toen? Bij een routineonderzoek weer een jaar later waarbij ik haar vergezelde werd een minuscuul vlekje op haar long gevonden. ‘Geen zorgen, het kan gewoon een sproet zijn,’ zei de arts. Een sproet aan de binnenkant? Jazeker.

Maar het was geen sproet. Het was opnieuw de kanker. Nog steeds de darmkanker, iets wat Liane, een straffe shagroker, nooit naliet er even bij te zeggen. Een heel traject begon, van bestraling na bestraling. Voor chemo bleek ze allergisch, haar vingers stonden in de brand, dus daar moest ze mee stoppen.

‘Als ik niet meer voor mijn dieren kan zorgen, is het klaar’

Van mijn stoere zelfbewuste, meer dan zelfredzame vriendin bleef steeds minder over. Ze werd magerder en magerder, ondanks de prednison die ze ook nog kreeg, en die haar gezicht op deed bollen (mensen zeiden: wat zie je er goed uit!). Begrijpelijkerwijs werd ze ook steeds narriger, tot op het punt dat ze tegen me snauwde en het vaak niet goed genoeg was wat ik voor haar deed. Het zette onze vriendschap onder druk, ik voelde me aldoor schuldig, al deed ik wat ik kon.

Evengoed bleef ze toch ook zichzelf. Pas als ze niet meer voor haar dieren kon zorgen, was het genoeg geweest, zei ze. En zo geschiedde. Ze bleef met hooi slepen voor haar paarden, ze liet de hond uit, ze koesterde de kat, die liefst als een wollen muts op haar hoofd sliep. Tot ze zelfs daar de energie niet meer voor had. Het was genoeg geweest. Op de dag van haar dood liep ze voor het laatst een klein rondje met de hond. En met een stok.

Wat mis ik haar

Liane vertrok op de manier die bij haar paste: ze koos zelf de dag en het uur. Voordien zetten we haar binnenplaatsje vol bloeiende planten, zij vanaf een stoel, ik als sjouwer. Daarna liet ze me de plastic ligstoel afsponzen die daar stond, die hing vol spinrag. De stoel kwam, bedekt met een oude paardendeken, middenin haar rommelige huiskamertje te staan -met uitzicht op de bloeiende binnenplaats. Een van haar broers en zijn vrouw kwamen, nog een vriendin en ik. We aten voor het laatst met haar, het bord op schoot, waarbij ze erop stond dat iedereen op haar kosten zijn lievelingseten bestelde.

Daar lag die dappere schat, omringd door ons, en daar was de dokter. We kusten haar om beurten, ze maakte nog een grap. Het was goed zo, verzekerde ze ons. Na de eerste prik viel ze in slaap en even later, na de tweede, was ze dood, al zag je geen verschil. Zoals afgesproken bracht ik de kat toen meteen naar een kennis van me. De hond was al naar zijn nieuwe baas, de paarden hadden een onderkomen gekregen in een fantastisch paardenbejaardentehuis (en leven daar nog steeds).

Op de uitvaart mocht ik vertellen wat een bijzonder mens Liane was. Rammstein klonk door de speakers toen we voor de laatste groet langs haar kist schuifelden. We kregen een zakje bloemzaad mee, door haarzelf uitgekozen. Met het verzoek het te zaaien waar het saai en lelijk was, opdat er kleur en schoonheid zouden komen. ‘En misschien denken jullie dan nog eens aan mij,’ had ze op de zakjes geschreven. Lieve Liane, gek, groot, lastig, moedig mens, wat mis ik je.

NIEUW: SAAR CURSUSSEN Hey! Wist je dat we nu ook cursussen hebben? Niet van die niemendalletjes gemaakt door jonge meiden, maar stevige en slimme online trainingen gemaakt door en voor 50+ vrouwen. Kijk hier voor ons nieuwe cursusaanbod.

NU MET 15% INTRODUCTIEKORTING (gebruik bij het afrekenen de code: introductiekorting)

Judith Eiselin
Judith Eiselin
Judith Eiselin (51) leest sinds ze lezen kan en schrijft daarover in NRC Handelsblad. Behalve journalist is ze schrijver, vooral van kinderboeken, marktkoopvrouw en gepassioneerd paddenstoelenzoeker. Zij heeft meer dieren dan strikt noodzakelijk, vier katten, twee konijnen en een bejaard paard, en twee mooie grote dochters.

RECENTE ARTIKELEN