26 dingen die je kunt verwachten als je studerende kind thuiskomt

-

Altijd gezellig je bloedje weer eens te zien sinds hij / zijn / hun op kamer zit. Maar je kunt er donder op zeggen dat na het weerzien (‘Hoi mam!’) het volgende gebeurt.

Hij heeft honger, eet binnen twintig minuten je koelkast leeg en vraagt dan: ‘Wat eten we vanavond?’

Hoewel zijn studentenhuis een wasmachine heeft, zitten er in zijn tas toch drie wassen. Want hij studeert dan wel Advanced Technology, de knopjes van een wasmachine, ook die van jou, snapt hij blijkbaar niet.

Terwijl je hem uithoort over zijn studie, de voortgang, eventuele lovers / SOA’s en wat er toch in zijn tas zit dat zo stinkt, is hij driftig aan het appen met vrienden van zijn middelbare schooltijd.

Mopperend voor de vorm stop je toch maar even een was in de machine en vind het stiekem leuk weer even voor hem te kunnen zorgen.

Na het eten zegt hij dat hij even naar zijn oude vrienden gaat en doet vaag over het hoe en wat.

Je draait nog twee wassen, maakt een boodschappenlijstje om de koelkast weer aan te vullen en mijmert met zijn vader over lang geleden, toen ie nog een jochie was en je de enge delen uit Harry Potter bij het voorlezen afzwakte omdat ie anders niet kon slapen.

Het wordt tien uur, elf uur, twaalf uur. Je appt wanneer hij denkt thuis te komen? Hij blijkt aan het darten met zijn oude vrienden en antwoordt: ‘Kweenie, maar ik kom er wel in.’

Lig je verdomme toch weer tot half drie te luisteren of het rotjong wel veilig thuis is gekomen. Throwback naar zijn puberjaren. Je man snurkt onverstoorbaar. Je haat ze allebei en krijgt een opvlieger.

Gestommel beneden. Opluchting boven. Je loopt de trap af en ziet hem een tosti maken die hij verdrinkt in de ketchup ‘want dat is groente’. Hij ruikt naar bier.

‘Heb je het leuk gehad?’ vraag je. Hij knikt en vraagt of je ook een tosti wil. Welja, je bent nou toch al wakker. Het levert een half uurtje genoeglijk eten kletsen op. Het lijkt best goed met hem te gaan.

Hij verdwijnt in zijn jongenskamer, jij ligt nog geruime tijd wakker, want je bent te oud om midden in de nacht nog tosti’s te eten.

Op zaterdagochtend ga je om half twaalf voorzichtig eens kijken of hij nog leeft. Dat is het geval. Hij is brak en draait zich kreunend nog eens om.

Twee uur later hoor je zijn vader bulderen dat het geld niet op zijn rug groeit en dat hij onmiddellijk onder de douche vandaan moet komen, waar hij dan al een half uur onder staat.

Redelijk fris en in schone kleren verschijnt het jongmens beneden, bekijkt goedkeurend de inmiddels weer gevulde koelkast en doet nieuwe krachten op door een half brood met hazelnootpasta en pindakaas weg te spoelen met twee enorme glazen cola.

Aangesterkt biecht hij op dat zijn fiets (lees: jouw fiets) nog ‘ergens in het centrum’ staat. Hij vindt het enorm verantwoord van zichzelf dat hij vannacht niet naar huis is gefietst, maar zich door de vader van een van de anderen naar huis heeft laten rijden.

Geweldig, net waar je zin in had: op een drukke zaterdagmiddag de stad in, een parkeerplaats zien te vinden en speuren naar een fiets die er vast niet meer staat.

Wonderen bestaan nog: a) hij weet nog waar ie ‘m had gezet, de fiets staat er nog én hij heeft de sleutel nog in zijn zak zitten.

Nu je toch samen in de stad bent meteen maar even kijken naar een nieuwe broek? Hij zegt dat hij blut is. Je trekt je pinpas. Zijn stage begint bijna, hij heeft ook een paar fatsoenlijke overhemden nodig.

Hij fietst naar huis, jij rijdt naar huis. Hij doet zich tegoed aan de lasagne die zijn vader heeft gemaakt en verdwijnt dan weer. Iets met een meisje en een bandje. Nadere details komen er niet.

Het wordt weer wakker liggen en je weet opeens weer waarom je het zo prettig vond dat hij op kamers ging: je werd niet steeds geconfronteerd met zijn capriolen.

Als je de volgende ochtend beneden komt blijkt hij een ‘vette bek’ te hebben gehaald. Op het aanrecht de resten van een kapsalon. Het hele huis stinkt naar knoflook. Hij heeft het laatste biertje van zijn vader opgedronken. Zelf ligt ie uit te brakken en kan ‘echt absoluut’ niet even mee naar oma.

In de loop van de middag blijkt in zijn tas met schone kleren voldoende ruimte om nog even ‘boodschappen te kunnen doen’ in je koelkast en de keukenkastjes.

Of een van jullie hem even naar het station kan brengen, dan is hij nog op tijd voor de borrel van zijn vereniging.

Zijn vader pakt de autosleutels om nog even een één op één momentje te hebben.

Je wuift hem uit. God, wat hou je van dat jong. Jammer dat je hem amper hebt gezien. Maar toch ook niet heel erg dat ie weer weg is, in het kader van je nachtrust en budget.

Nooit meer iets missen?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en je krijgt wekelijks een verzameling van de beste stukken, updates over de podcast en de beste aanbiedingen van Saar in je mailbox!

gifgif
Ella Vermeulen
Ella Vermeulen
Ella Vermeulen (58) is journalist, dienaar van vier teckels en twee poezen, verslaafd aan tiara’s, internet, het nieuws en alles waarin teveel calorieën zitten.

RECENTE ARTIKELEN