Zuurbekje gaat sporten

Power walking, jazzballet, yoga en Bodybalance, noem een sport en Heleen Spanjaard (62) heeft zich eraan gewaagd. Met bedroevend resultaat. Ik vrees dat ik een of ander belangrijk sport-gen mis of zo.

Ik woon vlakbij een sportschool. Vlakbij is echt vlakbij, 120 stappen om precies te zijn. Als ik langsloop zie ik mensen op loopbanden, hometrainers en deze moest ik even googelen voor de juiste benaming crosstrainers en stairmasters. Of ze zijn andere heilzame dingen aan het doen. Boksen of iets ingewikkelds met gewichten.

Buiten, in het bos of in de polder word ik regelmatig voorbij gerend of gefietst door hijgende lieden in hemeltergend lelijke outfits. Werd ik eerst nog geplaagd door enig schuldgevoel als ik al dat gezwoeg en gezweet zag, sinds ik heb gelezen dat lekker wandelen net zo veel gezondheidswinst oplevert als joggen met als extra bonus geen overbelasting van gewrichten kan ik niet meer zo met mijn totale gebrek aan sportiviteit zitten. Al bevind ik mij dat moet ik toegeven wel heel erg aan het negatieve uiteinde van het spectrum. Sport op televisie vind ik weerzinwekkend vermaak, geen enkel kampioenschap heeft mijn interesse. Sterker nog, alleen al van de tune van Studio Sport word ik onwel. Het geluid van een gevuld voetbalstadion? Pure horror. Alleen voor Epke Zonderland (die leukerd van de rekstok) en geweldenaar Maarten van der Weijden (Elfstedenzwemtocht.) maak ik een uitzondering, maar verder? Ga lekker sporten mensen en val mij er alsjeblieft niet mee lastig. En dat geldt ook voor uitsloverige fitgirls, die op Facebook en Instagram met volstrekt oninteressante sportieve prestaties pronken. Wat kan mij het schelen wat je met je personal trainer hebt uitgespookt? Nou ja, als het om van dattum zou gaan natuurlijk wel, maar het gaat altijd om squats, lunges en andere onbegrijpelijke dingen.

Geen idee hoe ik zon onsportief zuurbekje ben geworden. Geboren in een volkomen onsportief gezin destijds tamelijk normaal was de stimulans om te gaan sporten minimaal, maar ja, dat zegt niet alles. Het enige wat ik leuk vond is paardrijden. Dat deed ik toen en doe ik nog steeds. Goed, er zijn ooit oprispingen geweest waarin ik respectievelijk wilde schermen en boogschieten, maar het bleef bij willen en niet doen. Achteraf een opmerkelijke combinatie: schermen, boogschieten en paardrijden; er moet een zeer agressief middeleeuws wraakgodinnetje in mij verscholen zitten.

Ik trouwde een man die wilde tennissen. Ga je gang zei ik, maar nee, ik moest ook, want anders was het niet leuk. Schoorvoetend ging ik mee je hebt je man te gehoorzamen nietwaar? ik bleek geen enkel talent te hebben. Ok, ik kon de bal messcherp serveren maar als-ie terugkwam wist ik niet wat ik er mee aan moest. Bovendien en dat was helemaal onverdraaglijk werd van ieder lid van de tennisclub verwacht dat je af en toe een bardienst zou draaien. Nu ben ik behept met de onhandige combinatie van mensenschuwheid en rekenblindheid; het idee dat ik een biertje moest tappen voor een wildvreemde en daarna Af Moest Rekenen hoe dan? benam mij de adem. Blinde paniek. Ga jij maar, zei ik tegen mijn echtgenoot toen het mijn beurt was, jj moest toch zo nodig tennissen? Hij weigerde. Ik hield voet bij stuk. Hij werd kwaad. Ik ging heel hard janken. Manlief vertrok vloekend naar de bardienst. Niet veel later werd de scheiding uitgesproken.

En toen? Nou niks, behalve met dank aan Jane Fonda de opwindende opkomst van aerobics met megaleuke (vonden we toen) beenwarmers en hoofdbandjes. Ik meldde mij meteen aan voor een klasje. Deceptie. Wat ging het allemaal snel en wat was ik helemaal niet lenig. Jazzballet werd ook geen succes. Als de hele groep naar rechts ging, ging ik naar links en andersom en hoe onthoud je in vredesnaam al die passen? Jaren verstreken. Zo af en toe probeerde ik nog eens iets. Joggen raakte in. Een beetje hollen moest toch lukken. Nee dus. Fietsen dan. Bah, hekel aan. Genspireerd door mijn grote heldin Oprah die Power Walking introduceerde besloot ik dat als devote volgeling meteen op te pakken. Ik moet toegeven: het ging best. Maar verwaterde op den duur.

Tot er een wezen met flaporen en een kwispelstaart mijn leven binnenwandelde. En zie, daar was de oplossing: wandelen met hondje. Dat is pas leuk. Hond nummer 1 beklaagde zich regelmatig dat hij bij een de paden op, de lanen in-type als ik was herplaatst, maar nadat hij naar de eeuwige jachtvelden was overgegaan kwam hond nummer 2 en dat bleek een zeer enthousiast wandelaartje te zijn. Die 10.000 stappen per dag halen we meestal wel, soms zelfs meer. Lekker buiten, door het bos, de polder en door de duinen. De seizoenen zien verglijden, goeie gesprekken voeren met koeien en zwanen, ik houd ervan. Dat tussendoor mijn avontuur met dat zogenaamde levens veranderende yoga op niets uit liep (de hele tijd met je kop naar beneden hangen kan niet goed zijn voor een mens) was jammer, maar kennelijk past het niet bij me. Een andere poging met Bodybalance een combinatie van yoga, tai chi en pilates faalde ook jammerlijk. Het zou mij niet alleen een gevoel van rust en kalmte bezorgen, zo beloofde de informatiefolder, maar ook in een toestand van harmonie en balans brengen. Waar kan ik tekenen, riep ik en schreef me meteen in. Hoe het was? De hel. Het leek verdomme wel bootcamp.

Ik gaf het op. Iedere dag flink aan de wandel en wekelijks te paard, ik was er tevreden mee. Tot ik merkte dat ik hier en daar toch begon te verstijven, en niet zon beetje ook. Bovendien was mijn onderstel dan wel aardig getraind, maar boven de navel was het een slappe boel. Die zwabberarmen. Die pens. Dat gewicht. Over stijgende lijnen gesproken. Er zat niets anders op: meer actie. Circuittraining dan maar. Daarbij maak je een rondje langs allerlei apparaten waarbij je kort telkens een andere spiergroep aanpakt. Leek mij wel wat. In het zaaltje ging om de paar minuten een signaal af en was het bedoeling dat je een apparaat op zou schuiven. Dat gebeurde lang niet altijd. Het meisje dat ingehuurd was om de boel in de gaten te houden en uitleg te geven had uitsluitend aandacht voor haar plaknagels en telefoon en gaf structureel geen sjoege. Ook niet als die griezelige vrouw met kort-en-pittig kapsel de crosstrainer steevast een half uur bezet hield en ondertussen om zich heen keek met zon wie doet me wat smoelwerk. Ik hield het voor gezien.

Uiteindelijk restte mij de enige sport die sowieso het heilzaamst is voor je lichaam, en waaraan ik hou je vast geen hekel heb: zwemmen. Badpak en handdoek ingepakt en op naar het zwembad. Het uurtje banen trekken bleek populair bij een gemleerd publiek van verschillende zwemniveaus. Ik zou denken: verdeel die banen in snel, vlot en langzaam, maar daar deden ze niet aan. Dus werd ik als vrij langzame schoolslagzwemmer keer op keer hysterisch gesneden (au, voet in mijn gezicht) en soms zelfs midscheeps geramd door zon testosteronbom met duikbril die alles wat langzamer zwemt het liefst rcksichtslos zou torpederen. Misschien, bedacht ik, toen ik weer eens bijna slaags raakte met zon halvezool, is het s morgens vroeg wat rustiger. Verkeerd gedacht. Dan verzamelen zich de bejaarden van het dorp die, terwijl ze overdwars een intens traag zwemmende ketting vormen, gezellig bijkletsen over de aanbiedingen van de Vomar, de voetbalwedstrijd van gisteren en wie er nu weer dood is. Dit, gecombineerd met mijn intense weerzin voor natte badhokjes en zon badpak dat je van je naar chloor meurende witlillende vlees af moet stropen maakte dat ik uiteindelijk toch afhaakte. Ik moest het maar houden bij die 10.000 stappen per dag plus een uur paardrijden per week.

En toen viel mijn oog op een advertentie in het plaatselijke sufferdje: training voor 50-plussers in het bos, aangeprezen met de alarmerende woorden: Omdat mensen tussen hun vijftigste en zeventigste 30% van hun spiermassa verliezen. Allemachtig. Als ik mijn lichaam in grafieken zou moeten weergeven was er dus sprake van een alarmerend stijgend vetpercentage contra een alarmerend dalende spiermassa. Straks zou ik alleen nog uit vet bestaan. Vanaf dat moment deed ik onder begeleiding iedere maandagochtend met een groepje aan conditie en krachttraining en ook dat nog wat hersengymnastiek. En ik vond het leuk. Heel leuk zelfs. Zelfs in de stromende regen. In de natuur is alles anders. Het voelt anders. Waar mijn energie in een sportschool al bij de ingang wegvloeit, bouwt-ie de buitenlucht tussen de bomen juist op. Je moet staand op n been tandenpoetsen, bezwoeren mijn groepsgenoten die allemaal dol zijn op neuropsycholoog Erik Scherder. Dat is goed voor de balans. Dat liet ik me geen twee keer zeggen. Tweemaal daags stond ik twee minuten als een ooievaar te poetsen. Het ging iedere keer wat beter tot ik overmoedig geworden, en genspireerd door het afscheid van primaballerina Igon de Jong, mijn mondhygineritueel uitbreidde met het naar achteren strekken van mijn been en het naar voren hellen van mijn bovenlichaam. Helemaal Het Nationale Ballet.

PANG, zei mijn rechterkuitspier.

Na een week of drie, vier strompelend door het leven te zijn gegaan vroeg ik mij treurig af of er misschien mensen zijn voor wie sporten gewoon niet goed is. Die een of ander belangrijk sport-gen missen of zo. En dat je dan legitiem mag zeggen: ik mag niet sporten van de dokter. Maar, in alle eerlijkheid: op wat pech onderweg na weet ik heus wel dat mijn miserabele sportcv bovenal wordt gekenmerkt door een weergaloos gebrek aan motivatie.

En dat leuke 50-plus groepje dan? Dat heb ik na het herstel van mn kuitspier toch vaarwel moeten zeggen, want binnenkort verhuis ik. En wel naar een zeer waterrijke provincie. Nu paardrijden in de gevarenzone komt door een opspelende heup, bestaat de kans dat ik straks iets anders zal moeten vinden. Ga lekker fierljeppen., zei een vriend schaterlachend. Haha, heel leuk. Suppen dan? Het is buiten, het is water, en het is goed voor de balans. Effe googelen waar ze daar les in geven.

Zuurbekje gaat sporten

Power walking, jazzballet, yoga en Bodybalance, noem een sport en Heleen Spanjaard (62) heeft zich eraan gewaagd. Met bedroevend resultaat. Ik vrees dat ik een of ander belangrijk sport-gen mis of zo.

Ik woon vlakbij een sportschool. Vlakbij is echt vlakbij, 120 stappen om precies te zijn. Als ik langsloop zie ik mensen op loopbanden, hometrainers en deze moest ik even googelen voor de juiste benaming crosstrainers en stairmasters. Of ze zijn andere heilzame dingen aan het doen. Boksen of iets ingewikkelds met gewichten.

Buiten, in het bos of in de polder word ik regelmatig voorbij gerend of gefietst door hijgende lieden in hemeltergend lelijke outfits. Werd ik eerst nog geplaagd door enig schuldgevoel als ik al dat gezwoeg en gezweet zag, sinds ik heb gelezen dat lekker wandelen net zo veel gezondheidswinst oplevert als joggen met als extra bonus geen overbelasting van gewrichten kan ik niet meer zo met mijn totale gebrek aan sportiviteit zitten. Al bevind ik mij dat moet ik toegeven wel heel erg aan het negatieve uiteinde van het spectrum. Sport op televisie vind ik weerzinwekkend vermaak, geen enkel kampioenschap heeft mijn interesse. Sterker nog, alleen al van de tune van Studio Sport word ik onwel. Het geluid van een gevuld voetbalstadion? Pure horror. Alleen voor Epke Zonderland (die leukerd van de rekstok) en geweldenaar Maarten van der Weijden (Elfstedenzwemtocht.) maak ik een uitzondering, maar verder? Ga lekker sporten mensen en val mij er alsjeblieft niet mee lastig. En dat geldt ook voor uitsloverige fitgirls, die op Facebook en Instagram met volstrekt oninteressante sportieve prestaties pronken. Wat kan mij het schelen wat je met je personal trainer hebt uitgespookt? Nou ja, als het om van dattum zou gaan natuurlijk wel, maar het gaat altijd om squats, lunges en andere onbegrijpelijke dingen.

Geen idee hoe ik zon onsportief zuurbekje ben geworden. Geboren in een volkomen onsportief gezin destijds tamelijk normaal was de stimulans om te gaan sporten minimaal, maar ja, dat zegt niet alles. Het enige wat ik leuk vond is paardrijden. Dat deed ik toen en doe ik nog steeds. Goed, er zijn ooit oprispingen geweest waarin ik respectievelijk wilde schermen en boogschieten, maar het bleef bij willen en niet doen. Achteraf een opmerkelijke combinatie: schermen, boogschieten en paardrijden; er moet een zeer agressief middeleeuws wraakgodinnetje in mij verscholen zitten.

Ik trouwde een man die wilde tennissen. Ga je gang zei ik, maar nee, ik moest ook, want anders was het niet leuk. Schoorvoetend ging ik mee je hebt je man te gehoorzamen nietwaar? ik bleek geen enkel talent te hebben. Ok, ik kon de bal messcherp serveren maar als-ie terugkwam wist ik niet wat ik er mee aan moest. Bovendien en dat was helemaal onverdraaglijk werd van ieder lid van de tennisclub verwacht dat je af en toe een bardienst zou draaien. Nu ben ik behept met de onhandige combinatie van mensenschuwheid en rekenblindheid; het idee dat ik een biertje moest tappen voor een wildvreemde en daarna Af Moest Rekenen hoe dan? benam mij de adem. Blinde paniek. Ga jij maar, zei ik tegen mijn echtgenoot toen het mijn beurt was, jj moest toch zo nodig tennissen? Hij weigerde. Ik hield voet bij stuk. Hij werd kwaad. Ik ging heel hard janken. Manlief vertrok vloekend naar de bardienst. Niet veel later werd de scheiding uitgesproken.

En toen? Nou niks, behalve met dank aan Jane Fonda de opwindende opkomst van aerobics met megaleuke (vonden we toen) beenwarmers en hoofdbandjes. Ik meldde mij meteen aan voor een klasje. Deceptie. Wat ging het allemaal snel en wat was ik helemaal niet lenig. Jazzballet werd ook geen succes. Als de hele groep naar rechts ging, ging ik naar links en andersom en hoe onthoud je in vredesnaam al die passen? Jaren verstreken. Zo af en toe probeerde ik nog eens iets. Joggen raakte in. Een beetje hollen moest toch lukken. Nee dus. Fietsen dan. Bah, hekel aan. Genspireerd door mijn grote heldin Oprah die Power Walking introduceerde besloot ik dat als devote volgeling meteen op te pakken. Ik moet toegeven: het ging best. Maar verwaterde op den duur.

Tot er een wezen met flaporen en een kwispelstaart mijn leven binnenwandelde. En zie, daar was de oplossing: wandelen met hondje. Dat is pas leuk. Hond nummer 1 beklaagde zich regelmatig dat hij bij een de paden op, de lanen in-type als ik was herplaatst, maar nadat hij naar de eeuwige jachtvelden was overgegaan kwam hond nummer 2 en dat bleek een zeer enthousiast wandelaartje te zijn. Die 10.000 stappen per dag halen we meestal wel, soms zelfs meer. Lekker buiten, door het bos, de polder en door de duinen. De seizoenen zien verglijden, goeie gesprekken voeren met koeien en zwanen, ik houd ervan. Dat tussendoor mijn avontuur met dat zogenaamde levens veranderende yoga op niets uit liep (de hele tijd met je kop naar beneden hangen kan niet goed zijn voor een mens) was jammer, maar kennelijk past het niet bij me. Een andere poging met Bodybalance een combinatie van yoga, tai chi en pilates faalde ook jammerlijk. Het zou mij niet alleen een gevoel van rust en kalmte bezorgen, zo beloofde de informatiefolder, maar ook in een toestand van harmonie en balans brengen. Waar kan ik tekenen, riep ik en schreef me meteen in. Hoe het was? De hel. Het leek verdomme wel bootcamp.

Ik gaf het op. Iedere dag flink aan de wandel en wekelijks te paard, ik was er tevreden mee. Tot ik merkte dat ik hier en daar toch begon te verstijven, en niet zon beetje ook. Bovendien was mijn onderstel dan wel aardig getraind, maar boven de navel was het een slappe boel. Die zwabberarmen. Die pens. Dat gewicht. Over stijgende lijnen gesproken. Er zat niets anders op: meer actie. Circuittraining dan maar. Daarbij maak je een rondje langs allerlei apparaten waarbij je kort telkens een andere spiergroep aanpakt. Leek mij wel wat. In het zaaltje ging om de paar minuten een signaal af en was het bedoeling dat je een apparaat op zou schuiven. Dat gebeurde lang niet altijd. Het meisje dat ingehuurd was om de boel in de gaten te houden en uitleg te geven had uitsluitend aandacht voor haar plaknagels en telefoon en gaf structureel geen sjoege. Ook niet als die griezelige vrouw met kort-en-pittig kapsel de crosstrainer steevast een half uur bezet hield en ondertussen om zich heen keek met zon wie doet me wat smoelwerk. Ik hield het voor gezien.

Uiteindelijk restte mij de enige sport die sowieso het heilzaamst is voor je lichaam, en waaraan ik hou je vast geen hekel heb: zwemmen. Badpak en handdoek ingepakt en op naar het zwembad. Het uurtje banen trekken bleek populair bij een gemleerd publiek van verschillende zwemniveaus. Ik zou denken: verdeel die banen in snel, vlot en langzaam, maar daar deden ze niet aan. Dus werd ik als vrij langzame schoolslagzwemmer keer op keer hysterisch gesneden (au, voet in mijn gezicht) en soms zelfs midscheeps geramd door zon testosteronbom met duikbril die alles wat langzamer zwemt het liefst rcksichtslos zou torpederen. Misschien, bedacht ik, toen ik weer eens bijna slaags raakte met zon halvezool, is het s morgens vroeg wat rustiger. Verkeerd gedacht. Dan verzamelen zich de bejaarden van het dorp die, terwijl ze overdwars een intens traag zwemmende ketting vormen, gezellig bijkletsen over de aanbiedingen van de Vomar, de voetbalwedstrijd van gisteren en wie er nu weer dood is. Dit, gecombineerd met mijn intense weerzin voor natte badhokjes en zon badpak dat je van je naar chloor meurende witlillende vlees af moet stropen maakte dat ik uiteindelijk toch afhaakte. Ik moest het maar houden bij die 10.000 stappen per dag plus een uur paardrijden per week.

En toen viel mijn oog op een advertentie in het plaatselijke sufferdje: training voor 50-plussers in het bos, aangeprezen met de alarmerende woorden: Omdat mensen tussen hun vijftigste en zeventigste 30% van hun spiermassa verliezen. Allemachtig. Als ik mijn lichaam in grafieken zou moeten weergeven was er dus sprake van een alarmerend stijgend vetpercentage contra een alarmerend dalende spiermassa. Straks zou ik alleen nog uit vet bestaan. Vanaf dat moment deed ik onder begeleiding iedere maandagochtend met een groepje aan conditie en krachttraining en ook dat nog wat hersengymnastiek. En ik vond het leuk. Heel leuk zelfs. Zelfs in de stromende regen. In de natuur is alles anders. Het voelt anders. Waar mijn energie in een sportschool al bij de ingang wegvloeit, bouwt-ie de buitenlucht tussen de bomen juist op. Je moet staand op n been tandenpoetsen, bezwoeren mijn groepsgenoten die allemaal dol zijn op neuropsycholoog Erik Scherder. Dat is goed voor de balans. Dat liet ik me geen twee keer zeggen. Tweemaal daags stond ik twee minuten als een ooievaar te poetsen. Het ging iedere keer wat beter tot ik overmoedig geworden, en genspireerd door het afscheid van primaballerina Igon de Jong, mijn mondhygineritueel uitbreidde met het naar achteren strekken van mijn been en het naar voren hellen van mijn bovenlichaam. Helemaal Het Nationale Ballet.

PANG, zei mijn rechterkuitspier.

Na een week of drie, vier strompelend door het leven te zijn gegaan vroeg ik mij treurig af of er misschien mensen zijn voor wie sporten gewoon niet goed is. Die een of ander belangrijk sport-gen missen of zo. En dat je dan legitiem mag zeggen: ik mag niet sporten van de dokter. Maar, in alle eerlijkheid: op wat pech onderweg na weet ik heus wel dat mijn miserabele sportcv bovenal wordt gekenmerkt door een weergaloos gebrek aan motivatie.

En dat leuke 50-plus groepje dan? Dat heb ik na het herstel van mn kuitspier toch vaarwel moeten zeggen, want binnenkort verhuis ik. En wel naar een zeer waterrijke provincie. Nu paardrijden in de gevarenzone komt door een opspelende heup, bestaat de kans dat ik straks iets anders zal moeten vinden. Ga lekker fierljeppen., zei een vriend schaterlachend. Haha, heel leuk. Suppen dan? Het is buiten, het is water, en het is goed voor de balans. Effe googelen waar ze daar les in geven.