Zeurkousen & zeiksnorren

Ellen Dikker is het zat, alle zemelaars om haar heen die ziek, zwak en misselijk zijn. Wat is er gebeurd met de stoere Hollander die sneeuwstormen te fiets trotseerde zonder muts en zonder te piepen? Waarom koketteert iedereen ineens zo met kwaaltjes?
Tekst: Ellen Dikker

Je zou denken dat we door de evolutie steeds sterker worden, maar als ik zo naar de mensen om me heen kijk vraag ik me dat ten zeerste af. Of het nou mijn vriendinnen zijn, mijn schoonzus, mijn buurvrouw of broer, ze zijn allemaal ziek, zwak of misselijk. Bij de één zit het bovenaan vast, bij de ander loopt het er van onderen dun uit. Knellende rugwervels, zeurende migraine-aanvallen, trillende oogleden, zure oprispingen, pijnlijke gewrichten en spastische darmen, het blijkt dat ieder lichaamsdeel op geheel eigen wijze om aandacht weet te vragen.

Tante J. durf ik bijna niet meer te vragen hoe het gaat. Dikke kans dat het ergens steekt, jeukt, drukt, prikt, klopt of krampt. En ze doet haar uiterste best om dat zo precies en gedetailleerd mogelijk te beschrijven. Zoals een wijnkenner probeert de smaak van een goed glas wijn in al z’n toonaarden te beschrijven, zo duikt zij de diepte in om haar pijntjes te verwoorden. Haar kwalen zijn haar hobby. Op een familierenie probeer ik haar te ontlopen, maar één moment van onoplettendheid is voor haar genoeg om toe te slaan. Ik kom uit de wc en daar staat ze, in het halletje. Ha! Mijn nichtje, hoe gaat het lieverd? Goed, en met U? Ai, te laat realiseer ik me dat ik wederom in de val ben gelopen.

Wat aardig dat je het vraagt. Nou, om eerlijk te zijn, het gaat de laatste tijd niet zo goed. Als ik opsta voel ik het al. Dan zit er iets niet lekker. Ik weet niet precies wat het is. Het lijkt een beetje alsof ik door mijn voet zak. Dan klikt er iets of nee het klakt, er klikklakt iets, dan kan ik er bijna niet op staan. En dan moet ik echt heel voorzichtig zijn, want voor ik het weet schiet er iets omhoog, een soort stekende pijn. Dan voel ik het echt zo tak-tak-tak, zo naar boven trekken. Nee het is toch meer een soort tèk, zo in één ruk, pats naar mijn rug. En daar zet het zich dan vast. Nou, als het zover komt — poeh — dat gaat zo dwars door die wervels, door dat kraakbeen of dat ruggenmerg of wat zit daar, in ieder geval dat hele gevoelige stelsel van zenuwen wat daar zo in die rug bijeenkomt waar maar iets geraakt hoeft te worden of alles begint te tintelen. Daar heb ik sowieso heel vaak last van, dat mijn armen tintelen, of meer mijn handen, mijn vingers, of eigenlijk alles. Dat kan zo erg zijn, dan kan ik helemaal niks. Het lijkt op jeuk, of nee het is geen jeuk, meer een soort kriebel, oooh dat is zo, ja hoe zal ik het zeggen, gekmakend. Denk maar niet dat ik dan kan tennissen, ik kan dat racket niet eens vasthouden. Of wat dacht je van een potje appelmoes openmaken. Heb ik de kracht niet voor. Ik heb ook verschrikkelijk last van traanogen, nou als dat opspeelt dan blijft het de hele dag lopen en dat brandt, dan kan ik ze bijna niet openhouden. Nou heb ik daar druppels tegen, maar daar kreeg ik dus een allergische reactie op. Kind, je hebt geen idee, helemaal rood waren mijn ogen, ik zag alles dubbel en heel gek, ik kreeg een droge mond, zo erg, ik kon bijna niet praten.

Ik krijg acuut zin om haar een overdosis van die druppels toe te dienen. Alles om haar haar klep te laten houden. Dit gezeur, dit gejammer; wat is er toch aan de hand? Met haar en al die andere zemelaars in mijn omgeving?

Iedereen depressief

Laat ik direct even vooropstellen dat ik het hier niet over ernstig zieken heb. Wie ziek is moet verzorgd worden, als het even kan met alle mogelijke middelen en met alle liefde en toewijding. Ik heb het hier over de klagers, over de uitbaters van ieder pijntje, over de mekkeraars en jengelaars met hun gejeremieer over van alles en nog wat.

Een tijdje geleden was er een thema-avond op televisie over depressies. Tweeëneenhalf uur heb ik ernaar gekeken en in die uitzending werd mij duidelijk dat er in Nederland meer dan een miljoen mensen depressief zijn. Meer dan een miljoen. En natuurlijk, ook hier zijn echte zieken die alle aandacht van de wereld verdienen, maar meer dan een miljoen?! Er wonen ruim 17 miljoen mensen in Nederland. Dat is inclusief kinderen. Maar een kind en een depressie vind ik niet bij elkaar passen. Tot een jaar of acht is het leven nog best leuk. Dus ik trek de kinderen van die 17 miljoen af, houden we grofweg 15 miljoen Nederlanders over. Betekent dus dat één op de 15 mensen depressief is. Geen dip, geen dalletje, geen moeilijke tijd, nee: een depressie.

Land van Maas en Kwaal

Er zijn natuurlijk veel meer aandoeningen waar je last van kunt hebben. Ik dacht ineens: hoeveel mensen zijn er eigenlijk ziek in Nederland? Blijkt er een website te bestaan die echt alle mogelijke kwalen bijeen heeft gebracht met daarachter de cijfers van het aantal mensen dat eraan lijdt. Het hele spectrum is er te vinden: van maag, darm en blaas, tot allergieën, chronische rugklachten, sportblessures en soa’s. Ik heb dat allemaal eens bij elkaar opgeteld en wat bleek? Meer dan 19 miljoen mensen in Nederland last hebben van een kwaal. Dat is toch knap met 17 miljoen inwoners.

Nu zijn er natuurlijk verzamelaars, types die grossieren in ellende. Vaak zijn het ook hele modebewuste figuren, want ze surfen soepeltjes mee op de nieuwste trends in het ziekte-universum. Jaren geleden hadden ze last van een whiplash, toen kwam RSI, ME, een slijmbeursontsteking en nu zijn ze in therapie of kampen met een lichte burnout.

Maar ik snap het wel hoor. Het leven is ook geen feest. En er wordt nogal iets van ons gevraagd. In het kader van efficiency wordt de citroen op menig werkvloer tot de laatste druppel uitgeperst. Alle franje, alle losheid en autonomie is weggebonjourd. Meten is weten, niks geen eigen inbreng of vrijheid van aanpak, alles gaat via formulieren en protocollen. Dat zuigt het leven uit ons. De mens is geen productie-machine maar een ingewikkeld mechaniek dat graag lacht, danst en gezien wordt. Liefst in de buitenlucht. Maar de realiteit is dat we hele dagen in een kantoor met klimaatbeheersing achter een scherm zitten te turen in het kunstlicht. Twee weken per jaar schuifelen we hutjemutje in lange rijen op een vliegveld naar een resort waar we om zes uur ’s ochtends naar een ligbed aan het zwembad rennen om daar onze handdoek op te leggen. Dat noemen we dan vakantie. Tel daar de andere misère bij op, van kinderen die heen en weer moeten worden gebracht bij één spat regen, ouders die de weg naar huis niet meer weten terug te vinden, iedere avond weer zorgen dat er een maaltijd op tafel staat, een verbouwing, scheiding en een lichaam dat door veroudering steeds meer renovatiewerkzaamheden behoeft en hèhè, logisch dat we de uitputting nabij zijn. Als ik dit alleen al schrijf krijg ik zin om me ziek te melden.

Aanstekelijk

Komt bij dat we in een tijd leven waarin persoonlijk leed statusverhogend werkt. We smullen van verhalen van al dan niet Bekende Nederlanders die worstelen met een drama. Je bent pas iemand als je een verslaving hebt overwonnen, op jonge leeftijd een ouder bent verloren of een hulpbehoevend kind hebt. En daar schrijf je dan natuurlijk een boek over. Wie zonder rampspoed een tamelijk tevreden leven leidt, is niet interessant. Dus ja, dan wordt het wel heel aantrekkelijk om jezelf in de kijker te spelen met een aandoeninkje zus of zo.

Hoe heerlijk is het om daarover te lezen! Andermans ellende verlicht je eigen sores. Alhoewel het ook juist voor paniek kan zorgen. Als ik lees dat iemand alleen wat rugpijn had en toen uitgezaaide kanker bleek te hebben gaan bij mij meteen alle alarmbellen af. Een steek in mijn borststreek, ai, zou het mijn hart zijn? En dan mijn kortetermijngeheugen, je schijnt al heel jong alzheimer te kunnen krijgen. Kortom, ook ik ga gebukt onder een lichte vorm van hypochondrie. En dat we ons zorgen maken is ook eigenlijk niet zo gek. Want ja, het wordt allemaal minder en het radarwerk gaat steeds meer defecten vertonen. De vraag is alleen of je dat gemiemer met lijf en leden publiekelijk wil uitventen of liever alleen binnenskamers bij je eigen vent.

Die van mij werkt heel ontnuchterend. Het is een hele lieve, zorgzame man, behalve als ik ergens last van heb. Ik weet niet wat het is, maar hij kan niet goed tegen gezeur. Toen we het net aan hadden, kreeg ik een keelontsteking. Ik was hartstikke ziek, hoge koorts, dikke keel. Ik rekende me al rijk. Dacht dat hij onmiddellijk bij me op de stoep zou staan om boodschappen te doen en sinaasappels voor me uit te persen. Maar toen ik hem belde om te vertellen dat ik ziek was, zei hij: Oh, nou bel dan maar als je weer beter bent. Van woede voelde ik me gelijk een stuk beter.

Mijn tante J. is alleen en heeft geen man om tegenaan te boeren. Bovendien heeft ze veel te veel tijd om stil te staan bij alles wat ze voelt. Dat ze dat moet ventileren kan ik eigenlijk best begrijpen. Haar echte kwaal is eenzaamheid. Dus toen ik haar vorige week zou zien op een verjaardag, nam ik me voor haar eens niet uit de weg te gaan. Ze kwam binnen, stralend, opgewekt, vijf kilo eraf. Ik dacht: what the fuck? Bleek dat ze een minnaar had. Dus hierbij mijn tip voor alle zeurkousen en zeiksnorren: neem een nieuwe minnaar, verander van baan, kies voor een sabbatical, doe iets waardoor je voelt dat je leeft. Een beter medicijn is er niet.

Zeurkousen & zeiksnorren

Ellen Dikker is het zat, alle zemelaars om haar heen die ziek, zwak en misselijk zijn. Wat is er gebeurd met de stoere Hollander die sneeuwstormen te fiets trotseerde zonder muts en zonder te piepen? Waarom koketteert iedereen ineens zo met kwaaltjes?
Tekst: Ellen Dikker

Je zou denken dat we door de evolutie steeds sterker worden, maar als ik zo naar de mensen om me heen kijk vraag ik me dat ten zeerste af. Of het nou mijn vriendinnen zijn, mijn schoonzus, mijn buurvrouw of broer, ze zijn allemaal ziek, zwak of misselijk. Bij de één zit het bovenaan vast, bij de ander loopt het er van onderen dun uit. Knellende rugwervels, zeurende migraine-aanvallen, trillende oogleden, zure oprispingen, pijnlijke gewrichten en spastische darmen, het blijkt dat ieder lichaamsdeel op geheel eigen wijze om aandacht weet te vragen.

Tante J. durf ik bijna niet meer te vragen hoe het gaat. Dikke kans dat het ergens steekt, jeukt, drukt, prikt, klopt of krampt. En ze doet haar uiterste best om dat zo precies en gedetailleerd mogelijk te beschrijven. Zoals een wijnkenner probeert de smaak van een goed glas wijn in al z’n toonaarden te beschrijven, zo duikt zij de diepte in om haar pijntjes te verwoorden. Haar kwalen zijn haar hobby. Op een familierenie probeer ik haar te ontlopen, maar één moment van onoplettendheid is voor haar genoeg om toe te slaan. Ik kom uit de wc en daar staat ze, in het halletje. Ha! Mijn nichtje, hoe gaat het lieverd? Goed, en met U? Ai, te laat realiseer ik me dat ik wederom in de val ben gelopen.

Wat aardig dat je het vraagt. Nou, om eerlijk te zijn, het gaat de laatste tijd niet zo goed. Als ik opsta voel ik het al. Dan zit er iets niet lekker. Ik weet niet precies wat het is. Het lijkt een beetje alsof ik door mijn voet zak. Dan klikt er iets of nee het klakt, er klikklakt iets, dan kan ik er bijna niet op staan. En dan moet ik echt heel voorzichtig zijn, want voor ik het weet schiet er iets omhoog, een soort stekende pijn. Dan voel ik het echt zo tak-tak-tak, zo naar boven trekken. Nee het is toch meer een soort tèk, zo in één ruk, pats naar mijn rug. En daar zet het zich dan vast. Nou, als het zover komt — poeh — dat gaat zo dwars door die wervels, door dat kraakbeen of dat ruggenmerg of wat zit daar, in ieder geval dat hele gevoelige stelsel van zenuwen wat daar zo in die rug bijeenkomt waar maar iets geraakt hoeft te worden of alles begint te tintelen. Daar heb ik sowieso heel vaak last van, dat mijn armen tintelen, of meer mijn handen, mijn vingers, of eigenlijk alles. Dat kan zo erg zijn, dan kan ik helemaal niks. Het lijkt op jeuk, of nee het is geen jeuk, meer een soort kriebel, oooh dat is zo, ja hoe zal ik het zeggen, gekmakend. Denk maar niet dat ik dan kan tennissen, ik kan dat racket niet eens vasthouden. Of wat dacht je van een potje appelmoes openmaken. Heb ik de kracht niet voor. Ik heb ook verschrikkelijk last van traanogen, nou als dat opspeelt dan blijft het de hele dag lopen en dat brandt, dan kan ik ze bijna niet openhouden. Nou heb ik daar druppels tegen, maar daar kreeg ik dus een allergische reactie op. Kind, je hebt geen idee, helemaal rood waren mijn ogen, ik zag alles dubbel en heel gek, ik kreeg een droge mond, zo erg, ik kon bijna niet praten.

Ik krijg acuut zin om haar een overdosis van die druppels toe te dienen. Alles om haar haar klep te laten houden. Dit gezeur, dit gejammer; wat is er toch aan de hand? Met haar en al die andere zemelaars in mijn omgeving?

Iedereen depressief

Laat ik direct even vooropstellen dat ik het hier niet over ernstig zieken heb. Wie ziek is moet verzorgd worden, als het even kan met alle mogelijke middelen en met alle liefde en toewijding. Ik heb het hier over de klagers, over de uitbaters van ieder pijntje, over de mekkeraars en jengelaars met hun gejeremieer over van alles en nog wat.

Een tijdje geleden was er een thema-avond op televisie over depressies. Tweeëneenhalf uur heb ik ernaar gekeken en in die uitzending werd mij duidelijk dat er in Nederland meer dan een miljoen mensen depressief zijn. Meer dan een miljoen. En natuurlijk, ook hier zijn echte zieken die alle aandacht van de wereld verdienen, maar meer dan een miljoen?! Er wonen ruim 17 miljoen mensen in Nederland. Dat is inclusief kinderen. Maar een kind en een depressie vind ik niet bij elkaar passen. Tot een jaar of acht is het leven nog best leuk. Dus ik trek de kinderen van die 17 miljoen af, houden we grofweg 15 miljoen Nederlanders over. Betekent dus dat één op de 15 mensen depressief is. Geen dip, geen dalletje, geen moeilijke tijd, nee: een depressie.

Land van Maas en Kwaal

Er zijn natuurlijk veel meer aandoeningen waar je last van kunt hebben. Ik dacht ineens: hoeveel mensen zijn er eigenlijk ziek in Nederland? Blijkt er een website te bestaan die echt alle mogelijke kwalen bijeen heeft gebracht met daarachter de cijfers van het aantal mensen dat eraan lijdt. Het hele spectrum is er te vinden: van maag, darm en blaas, tot allergieën, chronische rugklachten, sportblessures en soa’s. Ik heb dat allemaal eens bij elkaar opgeteld en wat bleek? Meer dan 19 miljoen mensen in Nederland last hebben van een kwaal. Dat is toch knap met 17 miljoen inwoners.

Nu zijn er natuurlijk verzamelaars, types die grossieren in ellende. Vaak zijn het ook hele modebewuste figuren, want ze surfen soepeltjes mee op de nieuwste trends in het ziekte-universum. Jaren geleden hadden ze last van een whiplash, toen kwam RSI, ME, een slijmbeursontsteking en nu zijn ze in therapie of kampen met een lichte burnout.

Maar ik snap het wel hoor. Het leven is ook geen feest. En er wordt nogal iets van ons gevraagd. In het kader van efficiency wordt de citroen op menig werkvloer tot de laatste druppel uitgeperst. Alle franje, alle losheid en autonomie is weggebonjourd. Meten is weten, niks geen eigen inbreng of vrijheid van aanpak, alles gaat via formulieren en protocollen. Dat zuigt het leven uit ons. De mens is geen productie-machine maar een ingewikkeld mechaniek dat graag lacht, danst en gezien wordt. Liefst in de buitenlucht. Maar de realiteit is dat we hele dagen in een kantoor met klimaatbeheersing achter een scherm zitten te turen in het kunstlicht. Twee weken per jaar schuifelen we hutjemutje in lange rijen op een vliegveld naar een resort waar we om zes uur ’s ochtends naar een ligbed aan het zwembad rennen om daar onze handdoek op te leggen. Dat noemen we dan vakantie. Tel daar de andere misère bij op, van kinderen die heen en weer moeten worden gebracht bij één spat regen, ouders die de weg naar huis niet meer weten terug te vinden, iedere avond weer zorgen dat er een maaltijd op tafel staat, een verbouwing, scheiding en een lichaam dat door veroudering steeds meer renovatiewerkzaamheden behoeft en hèhè, logisch dat we de uitputting nabij zijn. Als ik dit alleen al schrijf krijg ik zin om me ziek te melden.

Aanstekelijk

Komt bij dat we in een tijd leven waarin persoonlijk leed statusverhogend werkt. We smullen van verhalen van al dan niet Bekende Nederlanders die worstelen met een drama. Je bent pas iemand als je een verslaving hebt overwonnen, op jonge leeftijd een ouder bent verloren of een hulpbehoevend kind hebt. En daar schrijf je dan natuurlijk een boek over. Wie zonder rampspoed een tamelijk tevreden leven leidt, is niet interessant. Dus ja, dan wordt het wel heel aantrekkelijk om jezelf in de kijker te spelen met een aandoeninkje zus of zo.

Hoe heerlijk is het om daarover te lezen! Andermans ellende verlicht je eigen sores. Alhoewel het ook juist voor paniek kan zorgen. Als ik lees dat iemand alleen wat rugpijn had en toen uitgezaaide kanker bleek te hebben gaan bij mij meteen alle alarmbellen af. Een steek in mijn borststreek, ai, zou het mijn hart zijn? En dan mijn kortetermijngeheugen, je schijnt al heel jong alzheimer te kunnen krijgen. Kortom, ook ik ga gebukt onder een lichte vorm van hypochondrie. En dat we ons zorgen maken is ook eigenlijk niet zo gek. Want ja, het wordt allemaal minder en het radarwerk gaat steeds meer defecten vertonen. De vraag is alleen of je dat gemiemer met lijf en leden publiekelijk wil uitventen of liever alleen binnenskamers bij je eigen vent.

Die van mij werkt heel ontnuchterend. Het is een hele lieve, zorgzame man, behalve als ik ergens last van heb. Ik weet niet wat het is, maar hij kan niet goed tegen gezeur. Toen we het net aan hadden, kreeg ik een keelontsteking. Ik was hartstikke ziek, hoge koorts, dikke keel. Ik rekende me al rijk. Dacht dat hij onmiddellijk bij me op de stoep zou staan om boodschappen te doen en sinaasappels voor me uit te persen. Maar toen ik hem belde om te vertellen dat ik ziek was, zei hij: Oh, nou bel dan maar als je weer beter bent. Van woede voelde ik me gelijk een stuk beter.

Mijn tante J. is alleen en heeft geen man om tegenaan te boeren. Bovendien heeft ze veel te veel tijd om stil te staan bij alles wat ze voelt. Dat ze dat moet ventileren kan ik eigenlijk best begrijpen. Haar echte kwaal is eenzaamheid. Dus toen ik haar vorige week zou zien op een verjaardag, nam ik me voor haar eens niet uit de weg te gaan. Ze kwam binnen, stralend, opgewekt, vijf kilo eraf. Ik dacht: what the fuck? Bleek dat ze een minnaar had. Dus hierbij mijn tip voor alle zeurkousen en zeiksnorren: neem een nieuwe minnaar, verander van baan, kies voor een sabbatical, doe iets waardoor je voelt dat je leeft. Een beter medicijn is er niet.