
Wat? Rook jij nog steeds?
Ja, ze weet het. Roken is dom. Maar journaliste Rosa Koelemeijer (53) kiest ervoor om die sigaret gewoon te blijven opsteken. En daar wil ze zich niet voor schamen. Het is mijn lijf, mijn gezondheid en dont judge me.
Tekst: Rosa Koelemeijer
Vorige week was ik voor mijn werk op een yogaretreat op Ibiza. Ik moest daar de boel organiseren. Helemaal leuk natuurlijk, wie wil er niet voor zijn werk een week yoga doen op Ibiza en mooie wandelingen maken door de natuur? Maar dit soort situaties zorgen bij mij ook voor stress. Want een retreat betekent een week gezond leven. Een week niet drinken en roken. Nu lukt een week niet drinken me nog wel, maar een week niet roken is van een andere orde. Vooraf weet ik al dat ik snak naar een sigaret zodra ik op Ibiza Airport de terminal verlaat en de buitenlucht instap. Gewoonlijk steek ik er dan ook meteen een op. Want hè, met die drie uur extra wachttijd op Schiphol erbij en de vlucht heb je dan als verslaafde al heel wat rookloze uren achter de rug (een jaartje geleden kon je op Schiphol nog roken in het rookhok naast de koffiecorner richting de D-Pier, maar ook dat is voorbij, merkte ik vorige week).
Onderweg met 21 vrouwen naar een healthy retreat is dat echter not done. Dus zette ik dapper door, zuigend op een NiQuitin-tabeltje. Gelukkig had ik een eigen hotel buiten de retreat waar ik ’s avonds naar hartenlust sigaretten kon opsteken. Al snel had ik trouwens ook op de retreat een schuilplaats gevonden. Achter een stenen muurtje, uit het zicht van de groep, vond ik een tafel met stoel en asbak waar verslaafden zoals ik zich blijkbaar al tijdens eerdere retreats hadden verstopt. Dat gaf rust. Ik hoef echt niet half uur te roken, maar na twee, drie uur speelt mijn verslaving op. Voor een niet-roker moet dat moeilijk te begrijpen zijn, maar op zo’n moment wordt de behoefte aan een sigaret allesoverheersend.
Don’t stop me now
Natuurlijk vind ik dit alles niet bepaald slim van mezelf. Roken is duur, roken is ongezond en je krijgt er kanker en lelijke tanden van. Het stomme is: naast mijn rookverslaving leef ik behoorlijk gezond. Ik kook elke dag verse maaltijden, ik zorg voor dat half uur dagelijkse beweging, ik begin elke dag met een kwartier yoga en elk weekend maak ik een lange wandeling van zeker twee uur. In feite past roken niet meer bij de Rosa die ik inmiddels op mijn 53ste ben. Het verbaast mensen ook vaak dat ik rook, ze vinden me er geen type voor. Maar roken is gewoon iets waar ik op mijn zestiende mee ben begonnen en waar ik nooit meer mee ben gestopt.
Ik heb de moed niet om de confrontatie met mijn verslaving aan te gaan. Twee keer heb ik het in mijn leven geprobeerd en de twee dagen dat ik niet rookte herinner ik me nog precies. De eerste keer probeerde ik het met pillen van de huisarts, de tweede keer na een bezoek aan een acupuncturist. Beide keren rookte ik ’s avonds alweer. De hele dag kon ik aan niets anders denken dan aan de sigaret die ik wilde roken en ik kon me nergens meer op concentreren. Zelfs toen ik zwanger was van mijn inmiddels negentienjarige zoon lukte het me niet om volledig te stoppen met roken. Elke dag stopte ik vier sigaretten in een pakje en daar rookte ik halfjes van. Mijn kind kwam trouwens kerngezond ter wereld. Zelf kwam ik tijdens mijn zwangerschap 24 kilo aan. Ik vermoed dat dat ook door het weinige roken kwam en ik ben bang dat ik aan alle kanten uitdij als ik ooit echt stop met roken. Nog een reden om het niet te doen dus.
Labiele loser
Ik heb niet het idee dat ik last heb van de sigaretten die ik rook. Ik ben nooit ziek, heb geen lelijk hoestje en loop net zo snel een berg op als iemand die niet rookt. Ik ben, kortom, niet erg gemotiveerd om te stoppen. Het irritante vind ik alleen dat de hele wereld mij dat wel oplegt. En dat ik mij er dus voor moet schamen dat ik rook. Op mijn werk sneak ik stiekem naar buiten onder het mom dat ik een boodschapje moet doen, terwijl ik in werkelijkheid een sigaret ga roken. Laatst werd ik op het station aangesproken door iemand van de NS op de sigaret in mijn hand terwijl ik helemaal naar het einde van het perron was gelopen en in de buitenlucht stond. Als er bij mij thuis niet-rokers op bezoek komen voel ik me een enorme loser als ik buiten mijn sigaretje ga roken. Ik heb toch het idee dat de niet-rokers me wat meewarig aankijken. Een tijdje geleden had ik afgesproken met een groepje jeugdvriendinnen. Ik had ze sinds mijn negentiende niet meer gezien en destijds rookten we allemaal. Ik weet nog hoe we uren op elkaars slaapkamers zaten te roken, waarschijnlijk met de ramen dicht. Nu was ik de enige die nog rookte. Toen ik er een wilde opsteken (we zaten buiten en met mijn oude vriendinnen durfde ik het wel aan om mijn pakje uit mijn tas te halen) kreeg ik verbaasde reacties. Wt, rook jij nog? Ik voelde me werkelijk de psychisch labiele, waarom was ik van al die meiden de enige die nooit sterk genoeg was geweest om te stoppen met roken? Waarom was ik ergens in de jaren tachtig blijven hangen en zij niet, wat zei dat over mij?
Laat me
Mijn vriend rookt ook. Wij roken ook thuis. Alleen in de keuken, maar toch. Mijn hele familie rookt eigenlijk. Mijn broer, mijn vader, mijn schoonmoeder, de broers van mijn man. Wij zijn dus een lekker ouderwetse rookfamilie en als we bij elkaar zijn zetten we de kamer gewoon blauw, niemand gaat naar buiten. Mijn schoonmoeder heeft zelfs nog een bakje met sigaretten op de salontafel staan voor bezoek zoals dat vroeger gebruikelijk was. Dat roken van mij is dus vast iets genetisch. Mijn moeder overleed drie jaar geleden en rookte zolang ze dat kon. Ze had ALS en ik heb heel wat sigaretten voor haar aangestoken omdat ze dat zelf vanwege haar verlamde armen niet meer kon. De sigaret vasthouden lukte nog net.
Als ik thuis ben of bij mijn familie is roken nog de gewoonste zaak van de wereld. Net als dertig jaar geleden, toen je nog aan je bureau op kantoor mocht roken, in het vliegtuig, in de kroeg, in de trein, overal. Als roker hoefde je je toen nooit te schamen. Niet iedereen rookte, maar of je het wel of niet deed was je eigen zaak. Ik begrijp wel dat het beter is dat er in publieke ruimtes niet meer gerookt mag worden, maar daardoor is de roker wel een soort paria geworden. Verbannen uit het openbare leven, aangewezen op de straat of zijn eigen huis. Ik zou het fijn vinden als niemand iets vindt van mijn rookgedrag. Het is mijn lijf, mijn gezondheid en dont judge me. Er zijn meer dingen ongezond in dit leven. Vliegtuigen in de lucht, smerige fabrieken als Tata Steel, luchtvervuiling door te grote varkensstallen en te veel auto’s. Daar is dat sigaretje van mij maar een ieniemienie probleem bij vergeleken. Er zijn wel meer problemen waar we het woord schaamte achter kunnen plakken. Vliegschaamte. Energieschaamte. (Kun je eigenlijk nog wel zonder schaamte naar een energieslurpende sauna?) Vleeseetschaamte. Kledingkoopschaamte. Autoschaamte. Maar voor vliegen of vlees eten schamen nog maar weinig mensen zich. Het is voor de schatkist niet handig als mensen minder gaan vliegen en de auto laten staan, dus wordt er niet gepredikt voor een autoloze of vegetarische generatie. De overheid verplicht mij om 7,80 voor mijn pakje Gauloises Rood te betalen (inmiddels zwart zoals jullie weten), onder het mom dat ze dat doet om roken te ontmoedigen. Maar slimme ambtenaren weten gerust dat verslaafden dat pakje toch blijven kopen en ondertussen spek ik de schatkist. Een rookvrije generatie? God, ik word er bijna boos van. Laat mij!
Paffen in Pisa
Ik vind het heerlijk om in Italië te zijn, waar ik een eigen vakantieplek heb. In Italië kost een pakje Gauloises Rood maar 5,60 en wat nog fijner is: bijna al mijn Italiaanse vrienden roken. En dat schept, eh ja, toch een band. Als we samen uit eten gaan, gaan we samen naar buiten om te roken, terwijl ik in Nederland altijd de enige ben die met een sigaretje buiten op de stoep van het restaurant staat. Van mijn Nederlandse vrienden rookt vrijwel niemand. Ik heb er geen last van rookschaamte omdat niemand er moeilijk doet over roken. Ik voelde me gewoon ontspannen toen ik laatst op het treinstation van Pisa op het perron zonder problemen een sigaret kon opsteken. Ik kon nergens een verboden-te-roken-bordje ontdekken. Ik heb er niet het gevoel dat er stiekem psychisch iets mis met me is omdat ik nog rook en niemand spreekt me er ooit op aan.
Natuurlijk hoop ik dat ook bij mij de knop ooit nog omgaat. De kans dat je van roken ooit longemfyseem of iets anders ergs krijgt is niet gering natuurlijk. Als zeventig- of tachtigjarige wil ik niet hijgend over straat lopen omdat ik mijn longen kapot heb gerookt. Ik zeg ook altijd dat ik ooit nog wel stop. Ik hoorde laatst goede verhalen over hypnotherapie, wellicht is dat nog het proberen waard. Maar tot die tijd wil ik graag schaamteloos roken. My body, my choice.

Wat? Rook jij nog steeds?
Ja, ze weet het. Roken is dom. Maar journaliste Rosa Koelemeijer (53) kiest ervoor om die sigaret gewoon te blijven opsteken. En daar wil ze zich niet voor schamen. Het is mijn lijf, mijn gezondheid en dont judge me.
Tekst: Rosa Koelemeijer
Vorige week was ik voor mijn werk op een yogaretreat op Ibiza. Ik moest daar de boel organiseren. Helemaal leuk natuurlijk, wie wil er niet voor zijn werk een week yoga doen op Ibiza en mooie wandelingen maken door de natuur? Maar dit soort situaties zorgen bij mij ook voor stress. Want een retreat betekent een week gezond leven. Een week niet drinken en roken. Nu lukt een week niet drinken me nog wel, maar een week niet roken is van een andere orde. Vooraf weet ik al dat ik snak naar een sigaret zodra ik op Ibiza Airport de terminal verlaat en de buitenlucht instap. Gewoonlijk steek ik er dan ook meteen een op. Want hè, met die drie uur extra wachttijd op Schiphol erbij en de vlucht heb je dan als verslaafde al heel wat rookloze uren achter de rug (een jaartje geleden kon je op Schiphol nog roken in het rookhok naast de koffiecorner richting de D-Pier, maar ook dat is voorbij, merkte ik vorige week).
Onderweg met 21 vrouwen naar een healthy retreat is dat echter not done. Dus zette ik dapper door, zuigend op een NiQuitin-tabeltje. Gelukkig had ik een eigen hotel buiten de retreat waar ik ’s avonds naar hartenlust sigaretten kon opsteken. Al snel had ik trouwens ook op de retreat een schuilplaats gevonden. Achter een stenen muurtje, uit het zicht van de groep, vond ik een tafel met stoel en asbak waar verslaafden zoals ik zich blijkbaar al tijdens eerdere retreats hadden verstopt. Dat gaf rust. Ik hoef echt niet half uur te roken, maar na twee, drie uur speelt mijn verslaving op. Voor een niet-roker moet dat moeilijk te begrijpen zijn, maar op zo’n moment wordt de behoefte aan een sigaret allesoverheersend.
Don’t stop me now
Natuurlijk vind ik dit alles niet bepaald slim van mezelf. Roken is duur, roken is ongezond en je krijgt er kanker en lelijke tanden van. Het stomme is: naast mijn rookverslaving leef ik behoorlijk gezond. Ik kook elke dag verse maaltijden, ik zorg voor dat half uur dagelijkse beweging, ik begin elke dag met een kwartier yoga en elk weekend maak ik een lange wandeling van zeker twee uur. In feite past roken niet meer bij de Rosa die ik inmiddels op mijn 53ste ben. Het verbaast mensen ook vaak dat ik rook, ze vinden me er geen type voor. Maar roken is gewoon iets waar ik op mijn zestiende mee ben begonnen en waar ik nooit meer mee ben gestopt.
Ik heb de moed niet om de confrontatie met mijn verslaving aan te gaan. Twee keer heb ik het in mijn leven geprobeerd en de twee dagen dat ik niet rookte herinner ik me nog precies. De eerste keer probeerde ik het met pillen van de huisarts, de tweede keer na een bezoek aan een acupuncturist. Beide keren rookte ik ’s avonds alweer. De hele dag kon ik aan niets anders denken dan aan de sigaret die ik wilde roken en ik kon me nergens meer op concentreren. Zelfs toen ik zwanger was van mijn inmiddels negentienjarige zoon lukte het me niet om volledig te stoppen met roken. Elke dag stopte ik vier sigaretten in een pakje en daar rookte ik halfjes van. Mijn kind kwam trouwens kerngezond ter wereld. Zelf kwam ik tijdens mijn zwangerschap 24 kilo aan. Ik vermoed dat dat ook door het weinige roken kwam en ik ben bang dat ik aan alle kanten uitdij als ik ooit echt stop met roken. Nog een reden om het niet te doen dus.
Labiele loser
Ik heb niet het idee dat ik last heb van de sigaretten die ik rook. Ik ben nooit ziek, heb geen lelijk hoestje en loop net zo snel een berg op als iemand die niet rookt. Ik ben, kortom, niet erg gemotiveerd om te stoppen. Het irritante vind ik alleen dat de hele wereld mij dat wel oplegt. En dat ik mij er dus voor moet schamen dat ik rook. Op mijn werk sneak ik stiekem naar buiten onder het mom dat ik een boodschapje moet doen, terwijl ik in werkelijkheid een sigaret ga roken. Laatst werd ik op het station aangesproken door iemand van de NS op de sigaret in mijn hand terwijl ik helemaal naar het einde van het perron was gelopen en in de buitenlucht stond. Als er bij mij thuis niet-rokers op bezoek komen voel ik me een enorme loser als ik buiten mijn sigaretje ga roken. Ik heb toch het idee dat de niet-rokers me wat meewarig aankijken. Een tijdje geleden had ik afgesproken met een groepje jeugdvriendinnen. Ik had ze sinds mijn negentiende niet meer gezien en destijds rookten we allemaal. Ik weet nog hoe we uren op elkaars slaapkamers zaten te roken, waarschijnlijk met de ramen dicht. Nu was ik de enige die nog rookte. Toen ik er een wilde opsteken (we zaten buiten en met mijn oude vriendinnen durfde ik het wel aan om mijn pakje uit mijn tas te halen) kreeg ik verbaasde reacties. Wt, rook jij nog? Ik voelde me werkelijk de psychisch labiele, waarom was ik van al die meiden de enige die nooit sterk genoeg was geweest om te stoppen met roken? Waarom was ik ergens in de jaren tachtig blijven hangen en zij niet, wat zei dat over mij?
Laat me
Mijn vriend rookt ook. Wij roken ook thuis. Alleen in de keuken, maar toch. Mijn hele familie rookt eigenlijk. Mijn broer, mijn vader, mijn schoonmoeder, de broers van mijn man. Wij zijn dus een lekker ouderwetse rookfamilie en als we bij elkaar zijn zetten we de kamer gewoon blauw, niemand gaat naar buiten. Mijn schoonmoeder heeft zelfs nog een bakje met sigaretten op de salontafel staan voor bezoek zoals dat vroeger gebruikelijk was. Dat roken van mij is dus vast iets genetisch. Mijn moeder overleed drie jaar geleden en rookte zolang ze dat kon. Ze had ALS en ik heb heel wat sigaretten voor haar aangestoken omdat ze dat zelf vanwege haar verlamde armen niet meer kon. De sigaret vasthouden lukte nog net.
Als ik thuis ben of bij mijn familie is roken nog de gewoonste zaak van de wereld. Net als dertig jaar geleden, toen je nog aan je bureau op kantoor mocht roken, in het vliegtuig, in de kroeg, in de trein, overal. Als roker hoefde je je toen nooit te schamen. Niet iedereen rookte, maar of je het wel of niet deed was je eigen zaak. Ik begrijp wel dat het beter is dat er in publieke ruimtes niet meer gerookt mag worden, maar daardoor is de roker wel een soort paria geworden. Verbannen uit het openbare leven, aangewezen op de straat of zijn eigen huis. Ik zou het fijn vinden als niemand iets vindt van mijn rookgedrag. Het is mijn lijf, mijn gezondheid en dont judge me. Er zijn meer dingen ongezond in dit leven. Vliegtuigen in de lucht, smerige fabrieken als Tata Steel, luchtvervuiling door te grote varkensstallen en te veel auto’s. Daar is dat sigaretje van mij maar een ieniemienie probleem bij vergeleken. Er zijn wel meer problemen waar we het woord schaamte achter kunnen plakken. Vliegschaamte. Energieschaamte. (Kun je eigenlijk nog wel zonder schaamte naar een energieslurpende sauna?) Vleeseetschaamte. Kledingkoopschaamte. Autoschaamte. Maar voor vliegen of vlees eten schamen nog maar weinig mensen zich. Het is voor de schatkist niet handig als mensen minder gaan vliegen en de auto laten staan, dus wordt er niet gepredikt voor een autoloze of vegetarische generatie. De overheid verplicht mij om 7,80 voor mijn pakje Gauloises Rood te betalen (inmiddels zwart zoals jullie weten), onder het mom dat ze dat doet om roken te ontmoedigen. Maar slimme ambtenaren weten gerust dat verslaafden dat pakje toch blijven kopen en ondertussen spek ik de schatkist. Een rookvrije generatie? God, ik word er bijna boos van. Laat mij!
Paffen in Pisa
Ik vind het heerlijk om in Italië te zijn, waar ik een eigen vakantieplek heb. In Italië kost een pakje Gauloises Rood maar 5,60 en wat nog fijner is: bijna al mijn Italiaanse vrienden roken. En dat schept, eh ja, toch een band. Als we samen uit eten gaan, gaan we samen naar buiten om te roken, terwijl ik in Nederland altijd de enige ben die met een sigaretje buiten op de stoep van het restaurant staat. Van mijn Nederlandse vrienden rookt vrijwel niemand. Ik heb er geen last van rookschaamte omdat niemand er moeilijk doet over roken. Ik voelde me gewoon ontspannen toen ik laatst op het treinstation van Pisa op het perron zonder problemen een sigaret kon opsteken. Ik kon nergens een verboden-te-roken-bordje ontdekken. Ik heb er niet het gevoel dat er stiekem psychisch iets mis met me is omdat ik nog rook en niemand spreekt me er ooit op aan.
Natuurlijk hoop ik dat ook bij mij de knop ooit nog omgaat. De kans dat je van roken ooit longemfyseem of iets anders ergs krijgt is niet gering natuurlijk. Als zeventig- of tachtigjarige wil ik niet hijgend over straat lopen omdat ik mijn longen kapot heb gerookt. Ik zeg ook altijd dat ik ooit nog wel stop. Ik hoorde laatst goede verhalen over hypnotherapie, wellicht is dat nog het proberen waard. Maar tot die tijd wil ik graag schaamteloos roken. My body, my choice.




