
Waarom de skinny jeans een grote vijand zou moeten zijn van de volwassen man
De Nederlandse man plaatst zichzelf graag in een hokje, weet stijlpastoor Arno Kantelberg. Handig, want zo weten wij wat voor vlees we in de kuip hebben. Helaas is de keuze niet zo reuze. Wordt het een Driekwartbroek of een Morsige Mopperaar?
Vroeger droegen mannen hun portemonnee in de kontzak van hun spijkerbroek. Zo werd het een uniek, gepersonaliseerd accessoire, want de leren beurs nam de bollende vorm aan van de bips waarop hij de hele dag zat geplakt. De portemonnee is vervangen door de smartphone, en de moderne man draagt die niet in de kontzak, maar in de zakken aan de voorzijde van zijn skinny jeans. Rechts (voor de kijker) van de liefdessabel zien we hoe de rek van zo’n jeans op de proef wordt gesteld door een iPhone 13. Dit is de man die zich vacuüm laat zuigen als een koffer bij Seal & Go op Schiphol, de man als leverworst. Het Emporio Armani T-shirt spant al net zo strak om het bovenlijf. Het buikje bolt een beetje (want ja, we zijn ook geen achttien meer, hè), maar het T-shirt is zwart, dus dat kleedt enigszins af. Onder de strakke mouwtjes piepen de trotste punten van een tribal tattoo.
De skinny broek hebben we te danken aan de Franse ontwerper Hedi Slimane. Die ontketende in 2000 de skinnyrevolutie, eerst bij Yves Saint-Laurent, vervolgens bij Dior. In de jaren erna verspreidde de skinny broek zich als een virus waar geen prik of booster tegen bestand was. Wat ook niet hielp: de toevoeging van lycra aan spijkerbroeken zorgde voor een stretch die de skinny broek ineens mogelijk maakte voor de man die van zijn lang zal zijn leven niet in een stugge, strakke jeans had gepast. Door de rek in de stof kan-ie nu zelfs bukken om zijn pijpjes een beetje op te rollen. En de veters te strikken van zijn sneakers die witter zijn dan de tanden van Gerard Joling.
Maar een skinny broek werkt eigenlijk alleen maar als je de bouw van een jongetje hebt. Een paar pondjes meer en je silhouet wordt dat van een Minion. Of van een lolly. Of van een hairmetalband uit de jaren tachtig, al droegen die broeken van Spandex.
Kan het nog erger? Yes we can! De skinny jeans, de louche zwager van de dameslegging, heeft een nóg bedenkelijkere collega. Dat is de skinny jeans met kunstmatig aangebrachte sleetplekken en scheuren waar de dijen zich als rijzend deeg doorheen proberen te vechten. Zo’n iets te oude, iets te zware man in een skinny jeans doet denken aan wat de Britse auteur P.G. Wodehouse schreef over de ‘tubby chap’ die eruitzag alsof-ie in zijn kleding gegoten was, maar daarbij vergeten was om op tijd ‘stop’ te roepen.
Tekst: Arno Kantelberg

Waarom de skinny jeans een grote vijand zou moeten zijn van de volwassen man
De Nederlandse man plaatst zichzelf graag in een hokje, weet stijlpastoor Arno Kantelberg. Handig, want zo weten wij wat voor vlees we in de kuip hebben. Helaas is de keuze niet zo reuze. Wordt het een Driekwartbroek of een Morsige Mopperaar?
Vroeger droegen mannen hun portemonnee in de kontzak van hun spijkerbroek. Zo werd het een uniek, gepersonaliseerd accessoire, want de leren beurs nam de bollende vorm aan van de bips waarop hij de hele dag zat geplakt. De portemonnee is vervangen door de smartphone, en de moderne man draagt die niet in de kontzak, maar in de zakken aan de voorzijde van zijn skinny jeans. Rechts (voor de kijker) van de liefdessabel zien we hoe de rek van zo’n jeans op de proef wordt gesteld door een iPhone 13. Dit is de man die zich vacuüm laat zuigen als een koffer bij Seal & Go op Schiphol, de man als leverworst. Het Emporio Armani T-shirt spant al net zo strak om het bovenlijf. Het buikje bolt een beetje (want ja, we zijn ook geen achttien meer, hè), maar het T-shirt is zwart, dus dat kleedt enigszins af. Onder de strakke mouwtjes piepen de trotste punten van een tribal tattoo.
De skinny broek hebben we te danken aan de Franse ontwerper Hedi Slimane. Die ontketende in 2000 de skinnyrevolutie, eerst bij Yves Saint-Laurent, vervolgens bij Dior. In de jaren erna verspreidde de skinny broek zich als een virus waar geen prik of booster tegen bestand was. Wat ook niet hielp: de toevoeging van lycra aan spijkerbroeken zorgde voor een stretch die de skinny broek ineens mogelijk maakte voor de man die van zijn lang zal zijn leven niet in een stugge, strakke jeans had gepast. Door de rek in de stof kan-ie nu zelfs bukken om zijn pijpjes een beetje op te rollen. En de veters te strikken van zijn sneakers die witter zijn dan de tanden van Gerard Joling.
Maar een skinny broek werkt eigenlijk alleen maar als je de bouw van een jongetje hebt. Een paar pondjes meer en je silhouet wordt dat van een Minion. Of van een lolly. Of van een hairmetalband uit de jaren tachtig, al droegen die broeken van Spandex.
Kan het nog erger? Yes we can! De skinny jeans, de louche zwager van de dameslegging, heeft een nóg bedenkelijkere collega. Dat is de skinny jeans met kunstmatig aangebrachte sleetplekken en scheuren waar de dijen zich als rijzend deeg doorheen proberen te vechten. Zo’n iets te oude, iets te zware man in een skinny jeans doet denken aan wat de Britse auteur P.G. Wodehouse schreef over de ‘tubby chap’ die eruitzag alsof-ie in zijn kleding gegoten was, maar daarbij vergeten was om op tijd ‘stop’ te roepen.
Tekst: Arno Kantelberg



