| Familie & vriendinnen| 14 november 2025|

Stóp met persoonlijke groei, ik ben kapot moe!

Wikke ziet de wereld niet bepaald door een roze bril. Ze heeft ook helemaal geen zin om altijd maar te doen alsof er niks aan de hand is. Maar een vriendin wijst haar op de magie van ‘positive thinking’ en dat wil Wikke dan best een keertje proberen.

‘Ik schrijf elke ochtend in mijn dankbaarheidsdagboek. Dat moet jij ook doen, daar word je minder chagrijnig van,’ zei een vriendin tegen me toen ik weer eens zat te klagen. Over het verkeer. Over mensen die pas hun portemonnee zoeken als de kassière het bedrag noemt (terwijl er al dertien mensen zuchten in de rij). Over de man die mijn parkeerplek inpikte, jankende kinderen in restaurants en het feit dat ik al drie jaar niet heb doorgeslapen.
Deze vriendin draagt linnen designgewaden en zelfgemaakte vilten kettingen, eet op zaterdag biologisch seizoensgebak en post op Facebook foto’s van haar hummuslunch (hashtag genieten), zonsondergangen (hashtag lovemylife) en familievakanties (Frankrijk, je was weer geweldig).

Maar goed, ze had een punt: ik bén een beetje een chagrijn. Zelf heb ik daar geen last van, maar mijn omgeving des te meer. Dus besloot ik een dankbaarheidsdagboek te beginnen. Op haar aanraden kocht ik een ‘bijzonder’ exemplaar – want dankbaarheid moest met aandacht. Mindful, weet je wel. Het werd een belachelijk duur boekje van handgeschept papier met een gouden pauw op de kaft.

Drie dagen hield ik het vol. Toen ik mijn notities teruglas, stond er: Ik ben blij dat ik thuis ben na een gruwelijk saaie kringverjaardag. Ik heb niet gescholden in de auto. Ik ben in elk geval nog niet dood. Blijkbaar ben ik een ondankbaar mens met nul gevoel voor de kleine dingen in het leven – zoals fluitende vogels of zonlicht dat door bladeren valt op een mooie nazomerdag. De gouden pauw ligt inmiddels onder een stapel ongeopende bankafschriften, een kortingskaart van Domino’s Pizza en een tandartsrekening die voelt als een persoonlijke belediging.

Er was een tijd dat ik dacht dat ik een betere versie van mezelf moest worden. Alles eruit halen wat erin zit. Een vrouw met discipline, een gezonde ochtendroutine, een yogamat zonder stoflaag en een growth mindset. Wat dat ook mag betekenen.
Er is geen doelgroep die zó hard wordt bewerkt door de zelfverbeteringsindustrie als de vrouw van middelbare leeftijd. Zodra je veertig wordt, krijg je een onzichtbare to-do-lijst aangereikt door het universum (of door een coach met een lavalamp): volg een cursus keramiek om ‘jezelf terug te vinden’, neem een ijsbad voor mentale helderheid, doe aan intermittent fasting voor je hormonen, en vergeet niet elke ochtend drie affirmaties te schreeuwen in de spiegel. (Je bent fantastisch! Je kan dit! You are a bloody unicorn!)

Alsof het niet genoeg is dat je ondertussen een baan, een gezin, een hond en opvliegers probeert te managen, moet je óók nog groeien als mens. Stilstaan mag niet. Zelfs niet met een glas wijn en de geruststellende gedachte: misschien ben ik gewoon al goed genoeg – afgezien van het feit dat ik vandaag maar 3273 stappen heb gezet.
Zelfontwikkeling is het hamsterwiel van de zingeving geworden. We rennen ons kapot op zoek naar balans, rust en zelfliefde, en krijgen in ruil een burn-out met een kaarsje ernaast. We denken dat we altijd één cursus, één supplement of één ochtendroutine verwijderd zijn van de beste versie van onszelf. Alsof geluk een project is dat je kunt afronden met een certificaat en een kortingscode voor de volgende training.

Misschien doen we het onszelf aan omdat het alternatief – toegeven dat we gewoon even geen beter idee hebben dan het leven maar een beetje uitzitten – nog enger is dan een ijsbad. Zelfontwikkeling voelt als controle: als je maar genoeg mediteert, ademt, ontgift en manifesteert, blijft het leven wel binnen de lijntjes. En ergens diep vanbinnen zit nog dat brave meisje dat ooit leerde dat goed je best doen loont – ook al deelt het leven al lang geen rapportcijfers meer uit.

Eerlijk? Ik ben doodmoe van mezelf verbeteren. Het is namelijk nóóit klaar.
Zodra je denkt: nou, ik functioneer best prima, verschijnt er weer een coach op Instagram die zegt dat je beter kunt ademen, gezonder kunt eten, meer moet loslaten, maar niet te veel, want balans is alles.
En daar zit je dan. Met je havermout, je diepe ademhaling en het gevoel dat je het nog steeds niet goed doet.

Ik wil gewoon mijn eigen chagrijnige zelf zijn. Mopperen op mijn naasten, chips eten, en me niet schuldig voelen omdat ik de sportschool alweer drie maanden, of liever gezegd drie jáár, negeer. Misschien is dát wel de ultieme vorm van zelfontwikkeling: stoppen met denken dat er iets mis met je is.

TEKST: Wikke Peters

| 14 november 2025| Familie & vriendinnen|

Stóp met persoonlijke groei, ik ben kapot moe!

Wikke ziet de wereld niet bepaald door een roze bril. Ze heeft ook helemaal geen zin om altijd maar te doen alsof er niks aan de hand is. Maar een vriendin wijst haar op de magie van ‘positive thinking’ en dat wil Wikke dan best een keertje proberen.

‘Ik schrijf elke ochtend in mijn dankbaarheidsdagboek. Dat moet jij ook doen, daar word je minder chagrijnig van,’ zei een vriendin tegen me toen ik weer eens zat te klagen. Over het verkeer. Over mensen die pas hun portemonnee zoeken als de kassière het bedrag noemt (terwijl er al dertien mensen zuchten in de rij). Over de man die mijn parkeerplek inpikte, jankende kinderen in restaurants en het feit dat ik al drie jaar niet heb doorgeslapen.
Deze vriendin draagt linnen designgewaden en zelfgemaakte vilten kettingen, eet op zaterdag biologisch seizoensgebak en post op Facebook foto’s van haar hummuslunch (hashtag genieten), zonsondergangen (hashtag lovemylife) en familievakanties (Frankrijk, je was weer geweldig).

Maar goed, ze had een punt: ik bén een beetje een chagrijn. Zelf heb ik daar geen last van, maar mijn omgeving des te meer. Dus besloot ik een dankbaarheidsdagboek te beginnen. Op haar aanraden kocht ik een ‘bijzonder’ exemplaar – want dankbaarheid moest met aandacht. Mindful, weet je wel. Het werd een belachelijk duur boekje van handgeschept papier met een gouden pauw op de kaft.

Drie dagen hield ik het vol. Toen ik mijn notities teruglas, stond er: Ik ben blij dat ik thuis ben na een gruwelijk saaie kringverjaardag. Ik heb niet gescholden in de auto. Ik ben in elk geval nog niet dood. Blijkbaar ben ik een ondankbaar mens met nul gevoel voor de kleine dingen in het leven – zoals fluitende vogels of zonlicht dat door bladeren valt op een mooie nazomerdag. De gouden pauw ligt inmiddels onder een stapel ongeopende bankafschriften, een kortingskaart van Domino’s Pizza en een tandartsrekening die voelt als een persoonlijke belediging.

Er was een tijd dat ik dacht dat ik een betere versie van mezelf moest worden. Alles eruit halen wat erin zit. Een vrouw met discipline, een gezonde ochtendroutine, een yogamat zonder stoflaag en een growth mindset. Wat dat ook mag betekenen.
Er is geen doelgroep die zó hard wordt bewerkt door de zelfverbeteringsindustrie als de vrouw van middelbare leeftijd. Zodra je veertig wordt, krijg je een onzichtbare to-do-lijst aangereikt door het universum (of door een coach met een lavalamp): volg een cursus keramiek om ‘jezelf terug te vinden’, neem een ijsbad voor mentale helderheid, doe aan intermittent fasting voor je hormonen, en vergeet niet elke ochtend drie affirmaties te schreeuwen in de spiegel. (Je bent fantastisch! Je kan dit! You are a bloody unicorn!)

Alsof het niet genoeg is dat je ondertussen een baan, een gezin, een hond en opvliegers probeert te managen, moet je óók nog groeien als mens. Stilstaan mag niet. Zelfs niet met een glas wijn en de geruststellende gedachte: misschien ben ik gewoon al goed genoeg – afgezien van het feit dat ik vandaag maar 3273 stappen heb gezet.
Zelfontwikkeling is het hamsterwiel van de zingeving geworden. We rennen ons kapot op zoek naar balans, rust en zelfliefde, en krijgen in ruil een burn-out met een kaarsje ernaast. We denken dat we altijd één cursus, één supplement of één ochtendroutine verwijderd zijn van de beste versie van onszelf. Alsof geluk een project is dat je kunt afronden met een certificaat en een kortingscode voor de volgende training.

Misschien doen we het onszelf aan omdat het alternatief – toegeven dat we gewoon even geen beter idee hebben dan het leven maar een beetje uitzitten – nog enger is dan een ijsbad. Zelfontwikkeling voelt als controle: als je maar genoeg mediteert, ademt, ontgift en manifesteert, blijft het leven wel binnen de lijntjes. En ergens diep vanbinnen zit nog dat brave meisje dat ooit leerde dat goed je best doen loont – ook al deelt het leven al lang geen rapportcijfers meer uit.

Eerlijk? Ik ben doodmoe van mezelf verbeteren. Het is namelijk nóóit klaar.
Zodra je denkt: nou, ik functioneer best prima, verschijnt er weer een coach op Instagram die zegt dat je beter kunt ademen, gezonder kunt eten, meer moet loslaten, maar niet te veel, want balans is alles.
En daar zit je dan. Met je havermout, je diepe ademhaling en het gevoel dat je het nog steeds niet goed doet.

Ik wil gewoon mijn eigen chagrijnige zelf zijn. Mopperen op mijn naasten, chips eten, en me niet schuldig voelen omdat ik de sportschool alweer drie maanden, of liever gezegd drie jáár, negeer. Misschien is dát wel de ultieme vorm van zelfontwikkeling: stoppen met denken dat er iets mis met je is.

TEKST: Wikke Peters