
Sinds wanneer heb ik van die ouwe klutsknieen? Vorig jaar waren ze nog prachtig
Het is een soort Elfstedenkoorts, maar dan andersom: elk jaar slaat de fantasie van heel Nederland op hol zodra één straal zon door het grijze wolkendek piept. Terrasjes! Lambada! Rosé! #enjoyspring #uitmetdiejas #maakderosmaaropen. En voor je het weet, kun je geen krant openslaan, geen Journaal aanzetten en geen tijdlijn scrollen of iemand roept verlekkerd: Tijd voor rokjesdag!
Ja, nou, rokjesdag. De eerste warme dag dat vrouwen en masse een rok (met blote benen) dragen na afloop van de winter is de officiële definitie, en dit jaar was de winter eigenlijk nog in volle gang toen het zo ver was, want in februari was rokjesdag al trending. Martin Bril lanceerde het woord in 1996 in een Parool-column: De zon scheen, de hemel was stralend blauw en de belofte van een spoedige rokjesdag, die ene wondere dag in het jaar dat als bij toverslag alle meisjes in korte rokken lopen, hing eindelijk in de lucht, schreef hij. Een mooi, teder, onschuldig woord was het toen nog. Je ziet het voor je: lentebries om de benen, rokje ondeugend opwaaiend, toverslag, beetje liefde in de lucht.
Wist hij veel wat-ie daarmee aanrichtte.
Dit bijvoorbeeld, op een februaridag in 2019, zeven uur ’s ochtends, in een koude slaapkamer. De wekkerradio knalt erin met Het is rokjesdag! Ik zit recht overeind. Mijn hoofd draait op volle toeren. Fuckfuckfuck, ik moet mijn benen scheren! Epileren! En ik heb nog van die melkflessen! Zelfbruiner, heb ik nog zelfbruiner. Eh. Eh. Eh. Ja, maar is dat het goeie flesje en niet dat spul waarvan mijn kantoorkuiten streperig oranje worden? Trouwens, sinds wanneer heb ik van die ouwe klutsknien, vorige zomer had ik nog prima knieën! Rokje aan welk rokje? Niet te kort te hoerig. Niet te lang te suf. Niet te opwaaierig! Laat ik maar niet gaan fietsen. Wat is dit belachelijk blèrt! Zou er een blaasontstekingsgolf zijn na rokjesdag? En moet ik nou ook blote armen? Het heet ook bloesjesdag, geloof ik, dus mag ik alsjeblieft mijn bovenarmen bedekken van de rokjesdagpolitie? Fuckfuckfuck. Fuck rokjesdag.
Pas als ik een 60 denierpanty uit de kast heb getrokken voor onder mijn rokje kom ik weer bij zinnen. Martin Bril had het toch over iets wat bij toverslag gebeurt, zoals vroeger de dag waarop iedereen op het schoolplein ineens een knikkerzak bij zich had? Ik laat me toch geen blotebenendag voorschrijven door een knul die plaatjes aan elkaar lult op de radio? En voor wie is die rokjesdag eigenlijk? Volgens mij vooral voor geile oude mannen die aan tafel bij DWDD kraaiend keuvelen over al dat plotselinge bloot, en kerels die hijgerig naar je loeren vanaf het terras. Hun gedachten gaan echt niet uit naar de lichtheid in de lucht als de zon schijnt, dat lentebriesje om de blote benen of de soepele stof van een nieuw, mooi, kleurig rokje. Dat rokje kan ze niks schelen, ze willen gewoon onder dat rokje. Wat stellen ze er trouwens zelf tegenover? Kortebroekjesdag? Brrr.
Ik wil de pret niet drukken, hoor. Want ik hou veel van rokjes, alleen niet van verplichte rokjesdagen. Maar op een mooie, warme voorjaarsdag, een dag die ik me door geen enkele hitsige terrasman zal laten voorschrijven, verschijn ik wel met blote benen. Als bij toverslag, maar na grondige voorbereiding. De rosé mag open, maar mag ik alsjeblieft mijn vestje aanhouden?

Sinds wanneer heb ik van die ouwe klutsknieen? Vorig jaar waren ze nog prachtig
Het is een soort Elfstedenkoorts, maar dan andersom: elk jaar slaat de fantasie van heel Nederland op hol zodra één straal zon door het grijze wolkendek piept. Terrasjes! Lambada! Rosé! #enjoyspring #uitmetdiejas #maakderosmaaropen. En voor je het weet, kun je geen krant openslaan, geen Journaal aanzetten en geen tijdlijn scrollen of iemand roept verlekkerd: Tijd voor rokjesdag!
Ja, nou, rokjesdag. De eerste warme dag dat vrouwen en masse een rok (met blote benen) dragen na afloop van de winter is de officiële definitie, en dit jaar was de winter eigenlijk nog in volle gang toen het zo ver was, want in februari was rokjesdag al trending. Martin Bril lanceerde het woord in 1996 in een Parool-column: De zon scheen, de hemel was stralend blauw en de belofte van een spoedige rokjesdag, die ene wondere dag in het jaar dat als bij toverslag alle meisjes in korte rokken lopen, hing eindelijk in de lucht, schreef hij. Een mooi, teder, onschuldig woord was het toen nog. Je ziet het voor je: lentebries om de benen, rokje ondeugend opwaaiend, toverslag, beetje liefde in de lucht.
Wist hij veel wat-ie daarmee aanrichtte.
Dit bijvoorbeeld, op een februaridag in 2019, zeven uur ’s ochtends, in een koude slaapkamer. De wekkerradio knalt erin met Het is rokjesdag! Ik zit recht overeind. Mijn hoofd draait op volle toeren. Fuckfuckfuck, ik moet mijn benen scheren! Epileren! En ik heb nog van die melkflessen! Zelfbruiner, heb ik nog zelfbruiner. Eh. Eh. Eh. Ja, maar is dat het goeie flesje en niet dat spul waarvan mijn kantoorkuiten streperig oranje worden? Trouwens, sinds wanneer heb ik van die ouwe klutsknien, vorige zomer had ik nog prima knieën! Rokje aan welk rokje? Niet te kort te hoerig. Niet te lang te suf. Niet te opwaaierig! Laat ik maar niet gaan fietsen. Wat is dit belachelijk blèrt! Zou er een blaasontstekingsgolf zijn na rokjesdag? En moet ik nou ook blote armen? Het heet ook bloesjesdag, geloof ik, dus mag ik alsjeblieft mijn bovenarmen bedekken van de rokjesdagpolitie? Fuckfuckfuck. Fuck rokjesdag.
Pas als ik een 60 denierpanty uit de kast heb getrokken voor onder mijn rokje kom ik weer bij zinnen. Martin Bril had het toch over iets wat bij toverslag gebeurt, zoals vroeger de dag waarop iedereen op het schoolplein ineens een knikkerzak bij zich had? Ik laat me toch geen blotebenendag voorschrijven door een knul die plaatjes aan elkaar lult op de radio? En voor wie is die rokjesdag eigenlijk? Volgens mij vooral voor geile oude mannen die aan tafel bij DWDD kraaiend keuvelen over al dat plotselinge bloot, en kerels die hijgerig naar je loeren vanaf het terras. Hun gedachten gaan echt niet uit naar de lichtheid in de lucht als de zon schijnt, dat lentebriesje om de blote benen of de soepele stof van een nieuw, mooi, kleurig rokje. Dat rokje kan ze niks schelen, ze willen gewoon onder dat rokje. Wat stellen ze er trouwens zelf tegenover? Kortebroekjesdag? Brrr.
Ik wil de pret niet drukken, hoor. Want ik hou veel van rokjes, alleen niet van verplichte rokjesdagen. Maar op een mooie, warme voorjaarsdag, een dag die ik me door geen enkele hitsige terrasman zal laten voorschrijven, verschijn ik wel met blote benen. Als bij toverslag, maar na grondige voorbereiding. De rosé mag open, maar mag ik alsjeblieft mijn vestje aanhouden?




