“Scheiden doet lijden: mag ik álsjeblieft mijn beslagkommen en mixer houden?!”

-

Scheiden doet lijden. Zelfs als je de boel na ruim een jaar weer op de rit hebt, merkt Babette (51). Een inboedel laat zich zo snel en gemakkelijk niet verdelen, wanneer je langer dan je ooit alleen was, het leven met iemand deelde. Aan alles kleeft een herinnering, na dertig jaar. En pijn. Zeker als hij in het huis blijft wonen, met de oude meubels, met alle meuk, en je elke keer moet constateren dat dit hem niets doet.

De beslagkommen. Nu dat weer. Het zijn er twee, van plastic, een witte met een handvat en een iets grotere rode. Doodnormale kommen. Dertien in een dozijn. Maar ik kan ze uittekenen, net als de mixer die ernaast ligt. Die ernaast lag? Wie weet wat mijn ex, zacht uitgedrukt nogal doorgeslagen in opruimwoede sinds de scheiding op zijn initiatief ruim een jaar terug, allemaal heeft verplaatst. En verpest, denk ik, zonder het te willen. Hij heeft er recht op, o, rationeel zeker, en toch maakt het me kwaad. De mixer is nog van mijn oma geweest, maar zoiets weet (natuurlijk, zo is hij) alleen ik.

Ex ‘hecht niet aan spullen,’ verkondigt hij met trots tegenwoordig. Spullen zeggen hem niets. Hij is in het huis blijven wonen, ons huis, hij kocht me uit -iets wat andersom onmogelijk was, gezien mijn inkomen. Maar wat ik ook niet zou willen. Ik begrijp niet dat hij het wel wil, dat hij het kan, daar wonen in zijn piere-eentje. Tussen muren die ons gezinsleven dertig jaar lang herbergden, de mooie dingen, de rotdingen, van kirrende babygeluidjes tot geroezemoes als we een etentje gaven, van boos geschreeuw -o, vast wel eens- tot vreugdekreten. Ik kan er niet aan wennen. Ik wíl er wel aan wennen, ik wil verder, ik gooide het over een andere boeg en goed ook. Maar het doet toch pijn en snappen doe ik het niet. Vorige maand liet hij de complete tuin uitroeien, inclusief onze twee zelf geplante bomen, inclusief alle vaste planten. Een kaalslag, die hem hoegenaamd niets doet – en mij wel. Al zag ik heus wel hoe overwoekerd het intussen was, en dat ingrijpen noodzakelijk was. Maar moest alles wat was dan meteen zonder pardon worden uitgeroeid? Was het allemaal dan helemaal niets waard? Koestert hij geen enkele herinnering?

Terug naar die beslagkommen. Hoe vaak mengde ik er gehakt in, al dan niet vega, roerde beslagjes, kneedde deeg? Voor taart op verjaardagen van onszelf, van onze kinderen, voor pannenkoeken na een boswandeling. Vulling voor soep, vinaigrette, bijeengeschraapte restjes waar nog wel iets van te maken viel, eindeloos, en altijd met liefde, kookte ik ermee – en heel soms deed hij dat ook. 

We spraken al een tijd geleden af dat ik beide kommen op kon komen halen, en vandaag is het wat mij betreft zover. Mijn vader is bijna een jaar dood, er komt familie dit weekend, ik wil marmertulband bakken, zoals mijn moeder op speciale dagen placht te doen. Dus.

Ik sms ex erover, droog en volwassen (een sleutel van het huis heb ik niet meer): ‘Kan ik vanmiddag beslagvormen, mixer en bakvormen ophalen?’ ‘Is goed,’ komt er terug. ‘Moet je echt allebei de beslagkommen mee? Kunnen we niet de een wit de ander rood doen? Maar is geen halszaak. X.’ 

Ik slik. Het mag dan voor hem geen halszaak zijn, fijn jongen, voor mij is het dat wel. Zelfs al vind ik dat lichtelijk overdreven van mezelf, het zij zo. Wat moet ik nu doen? Na ampel beraad sms ik opnieuw: ‘Ik wil ze allebei want ik mis ze heel erg en gebruikte ze heel vaak en bak extra veel nu. Ik heb alleen stenen kommen en dat is onhandig voor mixer. De ene heeft een handgreep en de ander is groter. Ik wil ook de mixer graag terug. Deze hier is slecht. Ik vermoed dat jij deze spullen en cake-, tulband-, overige springvormen niet dan wel nauwelijks gebruikt. X.’ Antwoord: ‘Je mag ze meenemen, hoor. X.’

Ik wil het niet, ik verzet me tot het uiterste, maar ik kan hier niet goed tegen. Het doet pijn. Het woordje ‘hoor.’ Waarin ik een veroordeling lees, iets laatdunkends, of, op zijn minst, onbegrip. Het woord ‘mogen.’ En het woord ‘meenemen.’ Hoezo mogen, hoezo meenemen, terugkrijgen zal hij bedoelen – en dat is niet iets wat ik ‘mag’, waar ik toestemming voor moet krijgen, maar iets waar ik recht op heb uit de aard der dingen. Het. Zijn. Mijn. Kommen. Of nee, het waren onze kommen… Maar. Ik. Kookte. Altijd. (terwijl hij bezig was met zijn carrière en aha, inderdaad, zoals altijd al vermoed en gevreesd, klaarblijkelijk niet eens opmerkte wat ik deed. Met die kommen. In die kommen. Kommenkommenkommenkommer, verdomme!)

Een liefde, een leven, dertig jaar samen, en het eindigt in gesteggel, of nee, zelfs dat niet eens, want kijk ons eens volwassen zijn, in die sms’jes, over twee plastic kommen. Tel uit je winst. Scheiden doet lijden. Buiten begint het te stortregenen, maar ik pak nu de fiets en haal ze op. Jammer dan.

NIEUW: SAAR CURSUSSEN Hey! Wist je dat we nu ook cursussen hebben? Niet van die niemendalletjes gemaakt door jonge meiden, maar stevige en slimme online trainingen gemaakt door en voor 50+ vrouwen. Kijk hier voor ons nieuwe cursusaanbod.
NU MET 15% INTRODUCTIEKORTING (gebruik bij het afrekenen de code: introductiekorting)

Monica Oliveira
Monica Oliveira
Monica Oliviera interviewt vrouwen voor Saar Magazine. Ze is 51, getrouwd en woont in Twente. Haar drie kinderen zijn min of meer de deur uit - behalve rond etenstijd.

RECENTE ARTIKELEN