
Man (81) schrijft over het leven met zijn veel jongere vrouw (63): ‘Gunnen is het sleutelwoord’
Hij was middelbaar, zij piep. Het woord kindermisbruik viel nog net niet. Zij zou hem vast verlaten als hij versleten was. Maar hé, Rogier Proper (81) en zijn vrouw (63) zijn nog steeds samen – al veertig vette jaren.
“Huh? Wat zeg je?”
“Versta je me niet?”
“Nee, anders vraag ik ‘t niet.”
“Grate zabbi ookal traan.”
“Ik versta het nog steeds niet, waarom praat je zo onduidelijk.”
“Ik praat niet onduidelijk. Jij hoort slecht.”
“Jaja, zal wel weer.”
“Wordt ‘t niet ‘s tijd voor een gehoorapparaat?”
“Jaja, ben ik al mee bezig.”
“Dus dát versta je wel.”
Met cijfers kan je je leven makkelijker ordenen. Veel mensen denken er waarschijnlijk een steviger greep mee op het leven of hun leven te krijgen. Het ronde getal als houvast en ijkpunt, want het leven om je heen is al verwarrend genoeg. Vervolgens worden er aan de getallen betekenissen gehecht, die het nóg overzichtelijker zouden maken. Betekenissen die meestal echter aan vooroordelen ontleend zijn. Zeker als het over leeftijd gaat.
Ik noem wat: het vragen naar iemands leeftijd. In sommige kringen geldt het als onbeleefd om naar iemands leeftijd te vragen? Waarom, is me nooit duidelijk geworden. Vraag je dan naar iets onoorbaars? Iets wat het daglicht niet kan verdragen?
Aan de andere kant: waaróm zou je naar iemands leeftijd vragen, behalve om administratief-technische redenen. Zegt het iets over iemands geestelijke staat? Of dat ie wel of niet in staat is je koffer naar driehoog te tillen? Over zijn eigenschappen of minder aardige persoonlijkheid? Nee, het zegt vooral iets over de geestelijke gesteldheid en vooroordelen van de vraagsteller zelf. Mijn ervaring is dat deze meestal op mijn antwoord (63 of 71 of 78, maakt niet uit) reageert met een “Zo, dat zou je ook niet zeggen” of “Nou, jij kan nog wel wat jaartjes mee…” of gelijksoortige opbeurende non-mededelingen.
Leeftijd zegt nauwelijks iets. Het is een getal, meer niet. Het kan aanduiden dat iemand een bepaalde periode heeft meegemaakt. De Vietnamoorlog. De krakersrellen. De aartsleugenaar Rutte. Maar het zegt niets over het personage zelf.
Zo hebben veel mensen ook diverse oordelen over het verschil in leeftijd dat gewenst is tussen personen die een liefdesrelatie beginnen, en voortzetten: de aanleiding voor dit opstel. Het algemene idee voor een ideaal partnerschap is (althans zo pakt het in de praktijk uit): de één, vaak het mannetje, is een paar jaar ouder dan de ander, vaak het vrouwtje. Maar zelfs als men lesbo- of homorelaties accepteert, moet het leeftijdsverschil ook daar niet vooral te groot worden.
Mensen zijn conservatief. Ze doen en praten elkaar na. Ze willen niet te veel opvallen. Natuurlijk, het varieert, er zijn vele uitzonderingen, maar toch. Neem je eigen ouders maar ‘s als voorbeeld. Of de buren.
De vraag is: waarom? Omdat de man de baas wil zijn en de vrouw graag tegen haar mannetje opkijkt? Omdat de man het geld voor het onderhoud moet verdienen in hun bedrijfje, dat zich kinderproductie ten doel stelt, en hij zijn zaad daarvoor moet doneren, terwijl de vrouw de daadwerkelijke productie van het kroost en hun opvoeding runt? Maar moet een de man daarvoor ouder, groter en sterker zijn? Of rijker? Zelfs Darwinistisch gezien slaat het nergens op.
Afgelikte boterham
Toen wij aan een verhouding begonnen, kreeg mijn achttien jaar jongere geliefde op een dag een ernstige, handgeschreven brief van haar bezorgde vader, waarin hij haar liefdevol waarschuwde voor alle tegenslagen die ze op dit heilloze pad met mij zou gaan tegenkomen. En haar moeder – een paar jaar jonger dan haar man – zei haar: “Denk erom, kind, hij vindt je nu nog lekker jong, maar over een paar jaar schuift-ie je aan de kant als een afgelikte boterham.”
Wij moesten achter hun rug stilletjes en begripvol vooral erg lachen om deze bezorgdheid. Hoewel ik die vergelijking met de boterham nogal beledigend vond.
Ja, het kan even fronsen zijn bij het inchecken in een hotel: “En uw, eh, dochter slaapt op dezelfde kamer? Dus twee aparte bedden?”
Of je ziet mensen op straat of op een terras kijken: wat moet dat oudere mannetje flirterig doen met die leuke jonge vrouw daar, huh?
Of: “Maar Rogier, je beseft toch wel dat als zij in de vijftig is en jij in de zeventig dat zij ook ‘s begint uit te kijken naar een jongere vent?”
Of: “Groeien jullie seksueel niet erg uit elkaar?”
Of: “Kan je dit je ouders wel aandoen?”
Of: “Gaan jullie naar de bergen? Houd je dat nog wel vol?”
Ik kan u geruststellen. De veronderstellingen in deze vragen zijn grotendeels misplaatste vooroordelen.
This too shall pass
Bergen. Een veertig jaar geleden reisde ik per trein met m’n geliefde van 26 en met m’n twee zoons van toen zeven en veertien jaar naar Zwitserland. De besnorde douanier bij de grens tuurde een tijdje achterdochtig naar onze paspoorten. Of het alle drie kinderen van mij waren, moest hij weten.
De vooroordelen gaan vooral over een vooringenomen, ik zou zelfs zeggen kleinzielige, benepen, angstige manier van denken over en kijken naar de wereld, waarmee men vooral zichzelf en directe omgeving tekortdoet.
En er is geen reden om daaraan mee te doen. Het is het oordelen vanuit het idee van ‘hoe het hoort’, en ‘hoe het in de praktijk nu eenmaal’ toegaat. En angst voor het onbekende. Ook dat nog.
Ik heb het geluk om door mijn moeder opgevoed te zijn om vooral leuk te vinden ‘hoe het niet hoort’. Ik kan het iedereen aanbevelen, om zich dat alsnog eigen te maken. Schouders ophalen, relativeren, roepen: ‘this too shall pass’ of ‘het één sluit het ander niet uit’. Het zijn allemaal praktische middelen om de kleine alledaagse problemen het hoofd te bieden. In elke relatie, trouwens.
Vooral het verwijt over de oudere man met meer geld en ervaring die alleen maar uit is op een lekker jong ding, voor zo-lang-het-duurt, wordt veel gehoord. Het woord kindermisbruik wordt net niet gebezigd.
Zij was 24
Ja, ik ben veertig jaren geleden een aanmerkelijk jongere vrouw tegengekomen, die – net als ik – op het eerste gezicht zeer geïntrigeerd raakte door onze ontmoeting. Zij was toen 24 en ik 42. Ik viel in de eerste plaats op haar lach. Haar ruimhartige kakelende lach om mij. Vanaf het eerste moment dat we elkaar ontmoetten.
Al doende bleken we na enige tijd al snel vele opvattingen en gevoelens te kunnen delen, ook op het gebied van seksualiteit, waardoor onze relatie zich in de loop der jaren kon bestendigen, en we zelfs kinderen konden krijgen, hoewel ik daar, gezien mijn leeftijd, eerst nogal tegen opzag. Het confronteerde ons ook met hoop doorsnee-opvattingen en angsten over de betekenis en effecten van samen ouder worden. Naïeve leeftijdontkenners werden we genoemd.
Was het anders geweest als ik achttien jaar jonger was dan mijn geliefde?
Jaren voor mijn huidige relatie begon, kwam ik in een nachtcafé eens een vrouw tegen met de mooie ouderwetse naam Gertrude. Het was in een korte periode van mijn vrijgezellenbestaan, jaren geleden. De vrouw, die me aansprak, hing aan de bar en trok me aan m’n shirt: “Hee, kleintje, jou ken ik. Maar waarvan? Ga jij me dat maar ‘s haarfijn uitleggen.” Niet een type waar ik doorgaans op viel, nogal assertief, mij iets te bijdehand. Een half hoofd groter was ze. Leuk. Slimme priemende oogjes, dat wel. Toen ik me keurig voorstelde, raakte ze geïnteresseerd. “Proper, Proper? Ik zei toch dat ik je kende?”
Een uurtje later waren we bij haar thuis. We zaten op een fijne witte bank en ze bleek van alles over mijn vader te willen weten, die ze ooit had gekend. Mr. Proper, een sociaal-advocaat. Haar pech was in dat opzicht dat ik mijn vader slecht had gekend en niet de geringste behoefte had om over hem te praten. Ik vond hem een lul. En ik bereidde me voor op een vriendelijk maar snel vertrek.
Maar voor ik het wist, trok Gertrude haar wijde donkergrijze mohair trui uit, als vanzelfsprekend, zonder haar schelle monoloog te onderbreken. Ze droeg niets onder haar trui en ze had een prettige rug en schouders. Soepel. Hoog. Niet vreemd, dat ik vergeten ben waar haar monoloog over ging.
Ze ging met haar rug naar me toe zitten en leunde achterover. Haar meisjesschouders, voelden zacht en stevig. Opwindend. Ze legde mijn handen op haar kleine zachte borsten, met de kleine-meisjestepels, heel ontroerend allemaal.
Huidhonger
Waar het om gaat: Gertrude had een huid zoals ik die ik nooit eerder had gevoeld. Het gaat niet om de huid alleen, het gaat ook om de stevigheid. Ik hield daarvan. Ik had iets met huid. Ik had eens een vriendin die had een koude, dikke huid die je eerder bij een dood dier zou verwachten. Alsof ze permanent kippenvel had. Maar die had weer andere fijne eigenschappen. Maar ach, wat een huid had Gertrude. Gemaakt van een bijzonder soort zijde, zacht en glad en stevig tegelijk, mijn vingers tintelden over haar lijf, waar dan ook, niet te zacht zodat het kietelt, maar eerder een stevig strelen of voelen. Gelukkig kon ze ook zwijgen en genieten zonder woorden, zonder luid kreunen, genot met kleine giechels, zacht gekir of zuchtjes van genot. Een andere vrouw huisde in haar. Een vrouw met veel verdriet en geheimen, een genot voor mijn aangeboren nieuwsgierigheid. Zo raakte ik verslaafd aan haar lichaam, aan haar huid en aan onze onoverbrugbare afstand. Ik had met gemak zeer verliefd op haar kunnen worden, niets stond een langere relatie met haar in de weg, zou je zeggen. Al zeker niet – wat ik pas later hoorde – dat ze een stuk ouder was dan ik, bijna twintig jaar. Wat er vooral in de weg stond was mijn overleden vader. Het bleek dat zij tot kort voor zijn dood een jarenlange geheime verhouding met hem had. De overdreven gelijkenis met hem, die zij in mij zag, was voor haar kennelijk een manier om de tijd stil te zetten.
Wat ik met dit verhaal wil zeggen is dat het nooit slechts één ding is waardoor je voor iemand valt. En zeker niet één lichamelijke eigenschap. Al kan dat helpen. Als het alleen om die huid was gegaan, was ik nu misschien nog met een bijna honderdjarige prachtige vrouw (die van mijn vader droomde).
Rimpels doemen op
Jij wordt ouder, je partner wordt ouder, maar complete liefde gaat niet over ouder worden met alle gebreken van dien. Van hangend vel tot een buikje. Van slecht zicht tot depressies. Nee, het is de goeie mix van andere eigenschappen die bepaalt hoe de liefde voortduurt. En ik heb het niet alleen over het fysieke, de ogen, de blik, de huid, het haar, het lichaam, de voeten, de geur, de motoriek, maar ook over de componenten die uit het karakter voortkomen, de twinkeling in de ogen, de snelle irritatie, de slordigheid, nieuwsgierigheid, gevoeligheid voor van alles (en nog wat), de oogsopslag, de interesse in dezelfde dingen. Noem het een kosten-batenanalyse.
Ja, de een z’n lach, is de ander z’n huid. De een z’n huid is de ander z’n lach. De een z’n stem, is de ander z’n kleine voetjes. De een z’n liedjes, zijn de ander z’n kattenliefde. De een z’n oogopslag, is de ander z’n voorgewende somberheid.
Met leeftijdsverschil heeft dit, wat mij betreft, allemaal niets te maken.
Zeker, een lover wordt ouder, het vel wordt wat slapper, rimpels doemen op. Maar mijn geliefde kijkt nog even vrolijk of juist woedend uit haar ogen. Heeft dezelfde grappige motoriek. Om niet te spreken van haar kennis van en oordelen over zekere minkukels in onze omgeving.
Ik wijd hier met opzet niet uit over wie zij is en over haar vele mooie en minder mooie eigenschappen. Want daar gaat het niet om, bovendien zou ik dat niet kies vinden. Ja, ook ik heb een paar morele principes.
Gunnen
Zeker, partners kunnen op allerlei manieren veranderen gedurende een langdurige relatie – ook wanneer er een groot leeftijdsverschil is. Waardoor ook de verhoudingen anders kunnen worden. Ik verdiende eerst veel meer dan zij, nu zij veel meer dan ik toen. Zij heeft zich ontwikkeld tot een succesvol journaliste en podcastmaker. Als ik geluk heb, mag ik haar nog af en toe raad geven. (Ik overdrijf graag.) Maar uiteindelijk gaat het er om iemand zijn verandering te gunnen er daarvan te genieten. De ruimte geven, zelfstandigheid in liefdevolle gebondenheid te gunnen.
Toen ik eens een half jaar een soapserie kon opzetten voor een commercieel bedrijf in Hongarije, waardoor ik alleen de weekenden nog thuis kon zijn en zij met drie jonge kinderen zat opgescheept, werd dat als vanzelfsprekend door haar aanvaard. En, ook dat heeft niets met leeftijdsverschil te maken. Gunnen.
Zoals dat trouwens in elke verhouding behoort te zijn, lijkt me, niets staat een blijvende relatie in weg als je jezelf leert genereus te zijn.
Gunnen is het sleutelwoord.
Zij gunt mij het ouder worden, met de soms lachwekkende gebreken die zich soms voordoen.
En dat maakt mij dan gelukkig, die kakelende lach van haar.
Al vele, vele jaren.
Van Rogier Proper verscheen ‘Van Allegaartje tot Zeebenen’, een namaak-woordenboek met grappige uitleg van verdwijnende woorden (Uitgeverij Balans)
Tekst: Rogier Proper

Man (81) schrijft over het leven met zijn veel jongere vrouw (63): ‘Gunnen is het sleutelwoord’
Hij was middelbaar, zij piep. Het woord kindermisbruik viel nog net niet. Zij zou hem vast verlaten als hij versleten was. Maar hé, Rogier Proper (81) en zijn vrouw (63) zijn nog steeds samen – al veertig vette jaren.
“Huh? Wat zeg je?”
“Versta je me niet?”
“Nee, anders vraag ik ‘t niet.”
“Grate zabbi ookal traan.”
“Ik versta het nog steeds niet, waarom praat je zo onduidelijk.”
“Ik praat niet onduidelijk. Jij hoort slecht.”
“Jaja, zal wel weer.”
“Wordt ‘t niet ‘s tijd voor een gehoorapparaat?”
“Jaja, ben ik al mee bezig.”
“Dus dát versta je wel.”
Met cijfers kan je je leven makkelijker ordenen. Veel mensen denken er waarschijnlijk een steviger greep mee op het leven of hun leven te krijgen. Het ronde getal als houvast en ijkpunt, want het leven om je heen is al verwarrend genoeg. Vervolgens worden er aan de getallen betekenissen gehecht, die het nóg overzichtelijker zouden maken. Betekenissen die meestal echter aan vooroordelen ontleend zijn. Zeker als het over leeftijd gaat.
Ik noem wat: het vragen naar iemands leeftijd. In sommige kringen geldt het als onbeleefd om naar iemands leeftijd te vragen? Waarom, is me nooit duidelijk geworden. Vraag je dan naar iets onoorbaars? Iets wat het daglicht niet kan verdragen?
Aan de andere kant: waaróm zou je naar iemands leeftijd vragen, behalve om administratief-technische redenen. Zegt het iets over iemands geestelijke staat? Of dat ie wel of niet in staat is je koffer naar driehoog te tillen? Over zijn eigenschappen of minder aardige persoonlijkheid? Nee, het zegt vooral iets over de geestelijke gesteldheid en vooroordelen van de vraagsteller zelf. Mijn ervaring is dat deze meestal op mijn antwoord (63 of 71 of 78, maakt niet uit) reageert met een “Zo, dat zou je ook niet zeggen” of “Nou, jij kan nog wel wat jaartjes mee…” of gelijksoortige opbeurende non-mededelingen.
Leeftijd zegt nauwelijks iets. Het is een getal, meer niet. Het kan aanduiden dat iemand een bepaalde periode heeft meegemaakt. De Vietnamoorlog. De krakersrellen. De aartsleugenaar Rutte. Maar het zegt niets over het personage zelf.
Zo hebben veel mensen ook diverse oordelen over het verschil in leeftijd dat gewenst is tussen personen die een liefdesrelatie beginnen, en voortzetten: de aanleiding voor dit opstel. Het algemene idee voor een ideaal partnerschap is (althans zo pakt het in de praktijk uit): de één, vaak het mannetje, is een paar jaar ouder dan de ander, vaak het vrouwtje. Maar zelfs als men lesbo- of homorelaties accepteert, moet het leeftijdsverschil ook daar niet vooral te groot worden.
Mensen zijn conservatief. Ze doen en praten elkaar na. Ze willen niet te veel opvallen. Natuurlijk, het varieert, er zijn vele uitzonderingen, maar toch. Neem je eigen ouders maar ‘s als voorbeeld. Of de buren.
De vraag is: waarom? Omdat de man de baas wil zijn en de vrouw graag tegen haar mannetje opkijkt? Omdat de man het geld voor het onderhoud moet verdienen in hun bedrijfje, dat zich kinderproductie ten doel stelt, en hij zijn zaad daarvoor moet doneren, terwijl de vrouw de daadwerkelijke productie van het kroost en hun opvoeding runt? Maar moet een de man daarvoor ouder, groter en sterker zijn? Of rijker? Zelfs Darwinistisch gezien slaat het nergens op.
Afgelikte boterham
Toen wij aan een verhouding begonnen, kreeg mijn achttien jaar jongere geliefde op een dag een ernstige, handgeschreven brief van haar bezorgde vader, waarin hij haar liefdevol waarschuwde voor alle tegenslagen die ze op dit heilloze pad met mij zou gaan tegenkomen. En haar moeder – een paar jaar jonger dan haar man – zei haar: “Denk erom, kind, hij vindt je nu nog lekker jong, maar over een paar jaar schuift-ie je aan de kant als een afgelikte boterham.”
Wij moesten achter hun rug stilletjes en begripvol vooral erg lachen om deze bezorgdheid. Hoewel ik die vergelijking met de boterham nogal beledigend vond.
Ja, het kan even fronsen zijn bij het inchecken in een hotel: “En uw, eh, dochter slaapt op dezelfde kamer? Dus twee aparte bedden?”
Of je ziet mensen op straat of op een terras kijken: wat moet dat oudere mannetje flirterig doen met die leuke jonge vrouw daar, huh?
Of: “Maar Rogier, je beseft toch wel dat als zij in de vijftig is en jij in de zeventig dat zij ook ‘s begint uit te kijken naar een jongere vent?”
Of: “Groeien jullie seksueel niet erg uit elkaar?”
Of: “Kan je dit je ouders wel aandoen?”
Of: “Gaan jullie naar de bergen? Houd je dat nog wel vol?”
Ik kan u geruststellen. De veronderstellingen in deze vragen zijn grotendeels misplaatste vooroordelen.
This too shall pass
Bergen. Een veertig jaar geleden reisde ik per trein met m’n geliefde van 26 en met m’n twee zoons van toen zeven en veertien jaar naar Zwitserland. De besnorde douanier bij de grens tuurde een tijdje achterdochtig naar onze paspoorten. Of het alle drie kinderen van mij waren, moest hij weten.
De vooroordelen gaan vooral over een vooringenomen, ik zou zelfs zeggen kleinzielige, benepen, angstige manier van denken over en kijken naar de wereld, waarmee men vooral zichzelf en directe omgeving tekortdoet.
En er is geen reden om daaraan mee te doen. Het is het oordelen vanuit het idee van ‘hoe het hoort’, en ‘hoe het in de praktijk nu eenmaal’ toegaat. En angst voor het onbekende. Ook dat nog.
Ik heb het geluk om door mijn moeder opgevoed te zijn om vooral leuk te vinden ‘hoe het niet hoort’. Ik kan het iedereen aanbevelen, om zich dat alsnog eigen te maken. Schouders ophalen, relativeren, roepen: ‘this too shall pass’ of ‘het één sluit het ander niet uit’. Het zijn allemaal praktische middelen om de kleine alledaagse problemen het hoofd te bieden. In elke relatie, trouwens.
Vooral het verwijt over de oudere man met meer geld en ervaring die alleen maar uit is op een lekker jong ding, voor zo-lang-het-duurt, wordt veel gehoord. Het woord kindermisbruik wordt net niet gebezigd.
Zij was 24
Ja, ik ben veertig jaren geleden een aanmerkelijk jongere vrouw tegengekomen, die – net als ik – op het eerste gezicht zeer geïntrigeerd raakte door onze ontmoeting. Zij was toen 24 en ik 42. Ik viel in de eerste plaats op haar lach. Haar ruimhartige kakelende lach om mij. Vanaf het eerste moment dat we elkaar ontmoetten.
Al doende bleken we na enige tijd al snel vele opvattingen en gevoelens te kunnen delen, ook op het gebied van seksualiteit, waardoor onze relatie zich in de loop der jaren kon bestendigen, en we zelfs kinderen konden krijgen, hoewel ik daar, gezien mijn leeftijd, eerst nogal tegen opzag. Het confronteerde ons ook met hoop doorsnee-opvattingen en angsten over de betekenis en effecten van samen ouder worden. Naïeve leeftijdontkenners werden we genoemd.
Was het anders geweest als ik achttien jaar jonger was dan mijn geliefde?
Jaren voor mijn huidige relatie begon, kwam ik in een nachtcafé eens een vrouw tegen met de mooie ouderwetse naam Gertrude. Het was in een korte periode van mijn vrijgezellenbestaan, jaren geleden. De vrouw, die me aansprak, hing aan de bar en trok me aan m’n shirt: “Hee, kleintje, jou ken ik. Maar waarvan? Ga jij me dat maar ‘s haarfijn uitleggen.” Niet een type waar ik doorgaans op viel, nogal assertief, mij iets te bijdehand. Een half hoofd groter was ze. Leuk. Slimme priemende oogjes, dat wel. Toen ik me keurig voorstelde, raakte ze geïnteresseerd. “Proper, Proper? Ik zei toch dat ik je kende?”
Een uurtje later waren we bij haar thuis. We zaten op een fijne witte bank en ze bleek van alles over mijn vader te willen weten, die ze ooit had gekend. Mr. Proper, een sociaal-advocaat. Haar pech was in dat opzicht dat ik mijn vader slecht had gekend en niet de geringste behoefte had om over hem te praten. Ik vond hem een lul. En ik bereidde me voor op een vriendelijk maar snel vertrek.
Maar voor ik het wist, trok Gertrude haar wijde donkergrijze mohair trui uit, als vanzelfsprekend, zonder haar schelle monoloog te onderbreken. Ze droeg niets onder haar trui en ze had een prettige rug en schouders. Soepel. Hoog. Niet vreemd, dat ik vergeten ben waar haar monoloog over ging.
Ze ging met haar rug naar me toe zitten en leunde achterover. Haar meisjesschouders, voelden zacht en stevig. Opwindend. Ze legde mijn handen op haar kleine zachte borsten, met de kleine-meisjestepels, heel ontroerend allemaal.
Huidhonger
Waar het om gaat: Gertrude had een huid zoals ik die ik nooit eerder had gevoeld. Het gaat niet om de huid alleen, het gaat ook om de stevigheid. Ik hield daarvan. Ik had iets met huid. Ik had eens een vriendin die had een koude, dikke huid die je eerder bij een dood dier zou verwachten. Alsof ze permanent kippenvel had. Maar die had weer andere fijne eigenschappen. Maar ach, wat een huid had Gertrude. Gemaakt van een bijzonder soort zijde, zacht en glad en stevig tegelijk, mijn vingers tintelden over haar lijf, waar dan ook, niet te zacht zodat het kietelt, maar eerder een stevig strelen of voelen. Gelukkig kon ze ook zwijgen en genieten zonder woorden, zonder luid kreunen, genot met kleine giechels, zacht gekir of zuchtjes van genot. Een andere vrouw huisde in haar. Een vrouw met veel verdriet en geheimen, een genot voor mijn aangeboren nieuwsgierigheid. Zo raakte ik verslaafd aan haar lichaam, aan haar huid en aan onze onoverbrugbare afstand. Ik had met gemak zeer verliefd op haar kunnen worden, niets stond een langere relatie met haar in de weg, zou je zeggen. Al zeker niet – wat ik pas later hoorde – dat ze een stuk ouder was dan ik, bijna twintig jaar. Wat er vooral in de weg stond was mijn overleden vader. Het bleek dat zij tot kort voor zijn dood een jarenlange geheime verhouding met hem had. De overdreven gelijkenis met hem, die zij in mij zag, was voor haar kennelijk een manier om de tijd stil te zetten.
Wat ik met dit verhaal wil zeggen is dat het nooit slechts één ding is waardoor je voor iemand valt. En zeker niet één lichamelijke eigenschap. Al kan dat helpen. Als het alleen om die huid was gegaan, was ik nu misschien nog met een bijna honderdjarige prachtige vrouw (die van mijn vader droomde).
Rimpels doemen op
Jij wordt ouder, je partner wordt ouder, maar complete liefde gaat niet over ouder worden met alle gebreken van dien. Van hangend vel tot een buikje. Van slecht zicht tot depressies. Nee, het is de goeie mix van andere eigenschappen die bepaalt hoe de liefde voortduurt. En ik heb het niet alleen over het fysieke, de ogen, de blik, de huid, het haar, het lichaam, de voeten, de geur, de motoriek, maar ook over de componenten die uit het karakter voortkomen, de twinkeling in de ogen, de snelle irritatie, de slordigheid, nieuwsgierigheid, gevoeligheid voor van alles (en nog wat), de oogsopslag, de interesse in dezelfde dingen. Noem het een kosten-batenanalyse.
Ja, de een z’n lach, is de ander z’n huid. De een z’n huid is de ander z’n lach. De een z’n stem, is de ander z’n kleine voetjes. De een z’n liedjes, zijn de ander z’n kattenliefde. De een z’n oogopslag, is de ander z’n voorgewende somberheid.
Met leeftijdsverschil heeft dit, wat mij betreft, allemaal niets te maken.
Zeker, een lover wordt ouder, het vel wordt wat slapper, rimpels doemen op. Maar mijn geliefde kijkt nog even vrolijk of juist woedend uit haar ogen. Heeft dezelfde grappige motoriek. Om niet te spreken van haar kennis van en oordelen over zekere minkukels in onze omgeving.
Ik wijd hier met opzet niet uit over wie zij is en over haar vele mooie en minder mooie eigenschappen. Want daar gaat het niet om, bovendien zou ik dat niet kies vinden. Ja, ook ik heb een paar morele principes.
Gunnen
Zeker, partners kunnen op allerlei manieren veranderen gedurende een langdurige relatie – ook wanneer er een groot leeftijdsverschil is. Waardoor ook de verhoudingen anders kunnen worden. Ik verdiende eerst veel meer dan zij, nu zij veel meer dan ik toen. Zij heeft zich ontwikkeld tot een succesvol journaliste en podcastmaker. Als ik geluk heb, mag ik haar nog af en toe raad geven. (Ik overdrijf graag.) Maar uiteindelijk gaat het er om iemand zijn verandering te gunnen er daarvan te genieten. De ruimte geven, zelfstandigheid in liefdevolle gebondenheid te gunnen.
Toen ik eens een half jaar een soapserie kon opzetten voor een commercieel bedrijf in Hongarije, waardoor ik alleen de weekenden nog thuis kon zijn en zij met drie jonge kinderen zat opgescheept, werd dat als vanzelfsprekend door haar aanvaard. En, ook dat heeft niets met leeftijdsverschil te maken. Gunnen.
Zoals dat trouwens in elke verhouding behoort te zijn, lijkt me, niets staat een blijvende relatie in weg als je jezelf leert genereus te zijn.
Gunnen is het sleutelwoord.
Zij gunt mij het ouder worden, met de soms lachwekkende gebreken die zich soms voordoen.
En dat maakt mij dan gelukkig, die kakelende lach van haar.
Al vele, vele jaren.
Van Rogier Proper verscheen ‘Van Allegaartje tot Zeebenen’, een namaak-woordenboek met grappige uitleg van verdwijnende woorden (Uitgeverij Balans)
Tekst: Rogier Proper




