Maartje (51): “Een ‘normale baan’, worden we daar wel zo gelukkig van?”

-

Als je jong bent, heb je het idee dat je een ‘normale’ baan moet vinden. Je weet wel, op kantoor, netjes zoals de maatschappij het voorschrijft. Als de dochter van Maartje (51) wordt ontslagen op haar stage, gaat Maartje bij zichzelf te rade: wie van de mensen die ze kent zijn nou echt gelukkig? Degenen met een ‘normale baan’ of de mensen die hun hart volgen?

Mijn kind is ontslagen bij haar stage. Ze trof een bullenbak van een baas, die haar verlegenheid inschatte als ‘prinsesjesgedrag’. Die haar betichtte van het willen leven in ‘een gouden kooitje’, woedend was omdat ze tijdens een vergadering een aantal maal naar de wc moest (ze had blaasontsteking). Ik kan de kerel in kwestie wel vermoorden. Ze was juist zo trots, zo vastberaden om een succes van de stage te maken. Ze stond om zes uur op, om maar op tijd op de werkvloer te verschijnen. Haar intense onzekerheid werd, niet voor het eerst, aangezien voor arrogantie. Het is een erg knap meisje, dat hielp niet mee. De rest van de wereld ziet dat, maar zij zelf helaas niet in het minst.

Op haar leeftijd werkte ik een tijdje in de Amsterdamse taxicentrale, waar me precies hetzelfde overkwam. Ik was nogal een stoethaspel, ongetwijfeld, maar ik had het zo min als zij hoog in mijn bol. En werd daar wel van beschuldigd. Mijn nette, Haagse accent hielp niet mee. Maar zoiets begrijp je pas jaren later.

Mijn kind huilt, mijn hart breekt. “Hoe moet ik nou ooit een normale baan op een kantoor vinden”, snikt ze. “Ik kan niets.” Nou is dat gelukkig helemaal niet waar. Ze kan juist heel veel, dingen die echt maar heel weinig mensen kunnen: schrijven, tekenen, acteren. Ze is ontzettend grappig en, ook niet onbelangrijk, buitengewoon lief en gevoelig. De wereld is allen niet zo verwelkomend voor types als zij.

Als wij. Terwijl ik haar troost, dringt het ineens tot me door. Er is nog iemand die nooit een normale baan heeft gehad, en dat ben ik. Maar anders dan zij dacht ik ook niet dat dat moest. Of ik denk het althans nu niet meer. Vanaf het moment dat ik leerde schrijven en lezen, wilde ik niet anders meer. Ik kreeg van jongs af aan lof voor opstellen, werkstukken, versjes en verzinsels. Ik zou schrijver worden.

Anders dan mijn kind nu, maakte ik me zo ver ik me kan herinneren, geen zorgen over de armoede die een dergelijke beroepskeuze met zich mee zou brengen. Maar ik groeide dan ook op in de jaren zeventig, en zat bovendien op een school waar vrije expressie minstens zo belangrijk werd gevonden als kunnen rekenen. Of als een grote bek hebben. Ik keek op tegen kunstenaars, niet tegen zakenmannen. Ik bewonderde krakers in plaats van villabewoners. Ik zwom liever in de zee dan in een privé-zwembad.

Nu ik erover nadenk, hebben de meeste van mijn vrienden, van mensen die ik echt bijzonder leuk vind, ook geen normale baan. Ik studeerde Nederlands. Oké, een enkeling onder mijn studiegenoten schopte het tot chef of hoofdredacteur ergens, maar ik ken er genoeg die net als ik al mijn leven lang doe, leven van opdracht naar opdracht, met de ene maand te veel en de andere maand te weinig werk. Altijd in onzekerheid, maar ook altijd genietend van wat we maken.

Haar vader, mijn ex, tapt uit een ander vaatje, net als de meeste van zijn vrienden. Corpsballen. Ze deden rechten of economie, van die dingen, en bulken nu van het geld. In de dertig jaar dat ik met hem samen was, deden we niet moeilijk over wie wat verdiende. We kregen twee kinderen, waar ik het leeuwendeel van de tijd voor zorgde. Daar tussendoor schreef ik; kinderboeken, krantenstukken. Hij werkte en verdiende bergen, in ettelijke hoogstaande, doodserieuze functies vol vastigheid.

Ik voelde me even heel erg dom en kleintjes, toen hij ineens wilde scheiden. Daar stond ik dan, met een wel erg leeg portemonneetje. Wat nu? Ik kon niet eens de huur opbrengen van het ‘scheidingshotel’, een unieke, naargeestige voorziening die mijn woonplaats rijk bleek te zijn. Goed, we hadden ooit, jong en verliefd, iets van een samenlevingscontract afgesloten. Maar op dat moment dacht ik, allesbehalve zakelijk, voornamelijk aan de baby die al in mijn buik groeide. Ik had het heel erg slecht voor elkaar, bleek nu.

In blinde paniek zocht ik extra inkomsten. In de schrijverij natuurlijk, waar anders? Gelukkig bleken er opdrachtgevers genoeg die nog best iets van me wilden, al was ik de vijftig intussen gepasseerd. Maar een vetpot was het niet, ik moest toch iets meer, liefst iets vasts, zien te ritselen. Kom er maar eens om, op mijn leeftijd!

In de staat waarin ik was, was alles goed genoeg. Ik ging, naast mijn schrijfopdrachten, op de biologische markt werken. Rijk werd ik daar natuurlijk helemaal niet van. Maar ik ontdekte wel iets nieuws. Of eigenlijk: iets ouds. Want wat ik al wist, werd me nu pas echt duidelijk: het gaat niet om geld. Mij niet. Ik kon de hele welgestelde ballenwereld van mijn ex, gevoeglijk vergeten. Het past niet bij me. Van op de markt werken, word ik heel vrolijk.

Ik trof er collega’s die niet om conventies malen. Die in niets lijken op de lieden uit de wereld waar ik gewend aan was geraakt, zo gewend, dat hun manier de juiste manier van leven leek te zijn. Quod non. De marktmensen wonen blijmoedig in een camper. Of antikraak, of in een kleine sociale huurwoning. Ja, ook mensen van mijn leeftijd. Ze staan de hele dag voor zeer weinig geld buiten te werken, lachend. En als ze daar niet staan, schilderen ze, ze onderhouden hun moestuin, ze sjacheren wat af. En ze stralen. Het mag naïef klinken, want hoe moet dat als ze, als we, oud zijn, maar ik denk echt dat ze gelukkiger zijn dan zeer veel ‘geslaagde’ types met banen die als ‘normaal’ gelden. Mijn dochter hoeft niet op een kantoor te werken. Ze hoeft geen ‘normale baan’ te vinden. Ze heeft haar eigen talenten, om mee te woekeren. Doe wat je het liefste doet, houd ik haar uit de grond van mijn hart voor, dan komt het altijd goed.

CURSUS – Goed idee: op je 50e voor jezelf beginnen

Deze maand lees je op SAAR véél over werk. Van inspirerende 50+ vrouwen die iets anders zijn gaan doen tot de ervaringsverhalen van hoofdredacteur Barbara en alles er tussen in. Ook toe aan wat nieuws? Doe dan onze cursus. Want ja: ook na je 50e zitten er veel mensen op je te wachten.

Monica Oliveira
Monica Oliveira
Monica Oliviera interviewt vrouwen voor Saar Magazine. Ze is 51, getrouwd en woont in Twente. Haar drie kinderen zijn min of meer de deur uit - behalve rond etenstijd.

RECENTE ARTIKELEN