
Klaar met mannen
Noem Ellen (56) gerust een frust. Een verbitterde vrouw die na een leven als lekker wijf ineens geen aandacht meer krijgt. Het kan haar niks schelen. Ik heb mannen niets meer te bieden. Geen aandacht, geen aanbidding, geen geschoren poes.
Tekst: Ellen Westerveld
Het is niet zo dat ik jullie niet mag. Dat jullie me niet vertederen, soms, met je racefiets of je vishengel. Ik zie ook wel dat we bij elkaar kunnen passen als twee puzzelstukjes, al was het maar om een kind te verwekken. Ik heb van jullie gehouden. We hebben gekletst, gelachen en gevreen. Ik heb mijn hart voelen bonzen en ben gillend klaargekomen onder je zware lijf. Dank voor al dat moois, maar het is voorbij. Ik wil geen man meer in mijn leven.
Natuurlijk vind ik het vervelend dat het zo is gelopen tussen ons. Ik had ook wel gezellig huisje-boompje-beestje-lekker-zorgen-voor-elkaar willen hebben met een man. Dan had ik nog seks gehad, want daar houd ik van. Ik heb echt wel gezocht. In kroegen, op Tinder, via via. En als ik het dacht te hebben gevonden, heb ik het ook geprobeerd. Inclusief samenwonen en stapelbedden voor onze gezamenlijke kinderen. Maar het ging nooit goed.
Ik steek onmiddellijk de hand in eigen boezem, want dat doen vrouwen. Ik negeerde de signalen van ongemak, verveelde me als je te lief was, had medelijden als je tegen mij schreeuwde, was veel te lang veel te grenzeloos, nam de verkeerde beslissingen en gooide de deur dicht.
Maar, allejezus, wat kunnen jullie ook een stelletje eikels zijn!
Onlangs kwam ik geheel onbedacht weer eens in aanvaring met een man. Ik kende hem uit het Franse dorp waar ik al jarenlang kom. Ik was een achterbaks kutwijf omdat ik het waagde een huisje te bekijken dat daar te koop stond. Ik wist wel dat hij dat huisje wilde, maar hij had het geld niet en had bovendien de eigenaar geschoffeerd. Niettemin meende hij dat zijn wil hem rechten verschafte. En mijn belangstelling, zo liet hij weten, had zijn woede en agressie gewekt. Ga met hem praten, stelde iemand voor alsof het een misverstand betrof. Ik zou hem liever op zijn bek slaan.
Maar ik vecht niet meer met jullie. Ik negeer. Zeker als je agressief wordt, hou je op te bestaan voor mij. In de wereld waarin wij samen moeten leven, is het al heftig genoeg. Er zijn zoveel mannen die menen ergens recht op te hebben. Poetin die vanuit grootheidswaan een volk uitmoordt, opperrechters in Amerika die beslissen over het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen over hun lichaam, Taliban die vrouwen in boerkas verstoppen en verbieden naar school te gaan, stamhoofden die meisjes besnijden en dichtnaaien totdat ze gevangen zitten in een huwelijk. Dat is Verweggistan, kun je nu denken. Maar hier in ons gezapige Mark Ruttelandje is het ook geen zonneschijn. Jullie verdienen nog steeds meer dan wij, houden de macht vast in old-boys netwerken, sturen ongevraagd dickpics en vergrijpen je aan ons zonder juridische consequenties (jaarlijks 450 veroordelingen op 100.000 gerapporteerde gevallen van aanranding en verkrachting).
Noem mij gerust een frust. Een verbitterde vrouw die na een leven als lekker wijf ineens geen aandacht meer krijgt. Bedenk wat je wil, als dat je geruststelt. I dont care. Ik heb jullie niets te bieden. Geen aandacht, geen aanbidding, geen geschoren poes. Ik ben klaar. Ook al sta je smekend voor me, zoals laatst, toen jij je overhemd uittrok om me te laten zien dat je er als zestigplusser nog zeer appetijtelijk uit ziet. En al was dat zo en zijn we twintig jaar lang regelmatig met elkaar het bed ingedoken – en dat was altijd lekker (maar ook weer niet superlekker, want je kon niet beffen). Ik. Wil. Niet. Nee, nu niet zeggen: Maar ik heb altijd alleen van jou gehouden. Dat had ik dan wel gevoeld en geweten. Bedankt voor de eer en trek je overhemd maar weer aan. Neem die jonge vrouw waar je mee pronkt bij je vrienden en neuk haar zolang het nog kan. Met Viagra desnoods. Ik gun het je, schat. En ja hoor, het is de overgang n ik ben ineens lesbisch. Denk dat en vooral niet verder.
Ik heb vriendinnen met een fijn huwelijk. Dat had ik misschien ook kunnen regelen, maar ik liet de daarvoor geschikte mannen onbetast passeren. Vriendelijkheid was saai, vond ik. Degelijkheid niet opwindend. Ik liet mijn hart liever breken door degenen bij wie niets te halen viel, zoals de bovengenoemde. Daarnaast de geschiedenisleraar die het ook met andere meisjes deed, de nachtclubeigenaar met een narcistische persoonlijkheidsstoornis, de man met wie ik getrouwd was en die nooit enige verantwoordelijkheid voor onze zoon nam en de seksgod met wie ik zes keer per dag in bed lag, maar die jaloers en agressief werd. Na die laatste ging ik in therapie.
Drie maanden lang peuterde mijn therapeute aan de randen van waar ik me veilig waande. Iedere week fietste ik daarna woedend naar huis. Tandenknarsend. Kutwijf, kutwijf. Maar toen brak ze door mijn pantser en kwamen we op de plekken waar de pijn zich had opgehoopt. We analyseerden mijn hunkering naar erkenning van juist de mannen die mij afwezen. En natuurlijk had dat ook bij mij allemaal met vroeger te maken.
Mijn jeugd was overigens niet buitengewoon traumatisch of ellendig. En ook niet anders dan die van anderen. Mijn ouders waren gewone mensen. Getrouwd in de jaren vijftig, babys gekregen in de jaren zestig. De vaders uit ons nieuwbouwdorp reden s ochtends in hun Simca naar de stad om te werken, de moeders bleven thuis.
Mijn moeder werd, net als andere vrouwen in die tijd, ontslagen toen ze trouwde en was overgeleverd aan de luimen van mijn vader. Omdat hij het geld binnenbracht, had hij alle macht. En die liet hij gelden. Hij kon in stampvoetende woede uitbarsten als zij geen koffie had gezet op het door hem gewenste tijdstip of als zijn zakdoeken niet gestreken waren. Als zij zich in een gesprek durfde te mengen, riep mijn vader altijd: Hou je kop, Wil! En mijn broer, zussen en ik vielen hem dan bij: Dit gaat niet over jou, mam! Dus trok ze zich schuchter terug in de keuken en zweeg. Roerde in haar pannen vol doorgekookte groenten en dronk met de buurvrouw net zo ongelukkig als zij om elf uur s ochtends een fles sherry leeg.
Die wereld voelde ongemakkelijk voor mij. En ongelijk. Zo had mijn broer in ons gezin een status aparte. Hij hoefde nooit iets te doen in de huishouding en zijn geringe schoolprestaties werden nauwlettend gevolgd. Als hij een onvoldoende haalde voor wiskunde, werd er meteen een bijlesleraar ingeschakeld. Voor ons golden die privileges niet. Wij mochten niets kosten en onze schoolprestaties waren irrelevant. Wij waren maar meisjes. En meisjes waren minder belangrijk.
Het leven was ook een stuk ingewikkelder voor ons. Je werd aan de ene kant weggezet als kwetsbaar, maar mocht niet rekenen op enige bescherming. Toen ik voor het eerst ongesteld werd, zei mijn moeder dat ik niet langer met jongens mocht omgaan. Dat was idioot, want de makkers van mijn broer waren ook de mijne. Maar die vriendschappen zouden veranderen, beweerde ze. Mannen wilden namelijk maar n ding. Wat dat precies was, wilde ze niet vertellen.
Maar als ik maar de geringste aanleiding zou geven, gebeurden er dingen die pijn zouden doen. En dat zou dan ook nog eens mijn eigen schuld zijn. Ik las heel veel Bouquetreeksen in die tijd en had heel andere, zij het niet bepaald rele verwachtingen van mijn toekomstige liefdesleven.
Lang verhaal kort: ik ging in verzet. Ik wilde gezien worden, serieus genomen. Ik werd een streber en een vechter. Met de liefde als strijdtoneel. Steevast viel ik voor de man die het minste te geven had, want dan zou de overwinning het grootst zijn. Ik zou nooit een deurmat worden waaraan een man zijn voeten afveegt. Maar dat werd ik wel.
Tien jaar geleden kon ik na die therapie mijn frustraties eindelijk loslaten. Als nieuw betrad ik de datingmarkt. Ik dronk een glas met Peter, Willem en de rest. En even was er iemand waar ik best gek op was, maar ik werd nooit meer verliefd. De seks was fijn, maar wat moest je daarna met zon vreemd, snurkend lijf in je bed? Weer iemands vrienden en kinderen leren kennen. Zijn verongelijktheid en andere eigenaardigheden verdragen. Noem het gerust bindingsangst. Ik ben niet de enige. Statistieken tonen aan dat 54 procent van de gescheiden vrouwen geen interesse meer heeft in een nieuwe relatie. Thats me! Ik voel me niet meer thuis in het systeem wat ons als vrouwen aan mannen bindt. Jullie daarentegen kunnen heel slecht alleen zijn. Een meerderheid van de mannen zoekt na een scheiding opnieuw de warmte van een vrouw.
Maar beste mannen, waarom zouden wij kiezen voor jullie? Wij mijn zusters, vriendinnen en ik hebben jullie niet meer nodig. We houden onze eigen broek op, voeden onze kinderen zonder jullie financile en emotionele steun op en hebben het juk van onze patriarchale opvoeding afgeworpen. We hebben de hashtag #MeToo groot gemaakt met onze ervaringen met jullie. Die trieste opsomming van alle ongewenste opmerkingen en aanrakingen die we jarenlang lijdzaam ondergingen. Die hand op je borst, de graai tussen je benen, het dichtknijpen van je keel terwijl iemand je ongevraagd vingert. Nee, voel je nu niet aangevallen. Ik weet ook wel dat jullie niet allemaal zo zijn. Maar het maakt onze relatie wel ongemakkelijk. De emancipatie van de vrouw dendert voort, hoop ik. Maar we dreigen elkaar ook te verliezen.
Mijn broer en ik begrepen elkaar als kinderen woordeloos. Maar naarmate we ouder werden, werd hij een vreemde voor me. Hij zegt: Ik doe mijn leven lang al mijn best om niet op papa te lijken. Als hij iets moeilijk vindt, gaat hij verongelijkt zitten mokken en drinkt zich van de wereld. Hij lijkt dus wel op onze vader.
Misschien is dat jullie probleem, mannen uit mijn generatie. We hebben last van dezelfde opvoeding, maar niet dezelfde problemen. En het is te mager wat jullie daarmee doen. Het kopen van een motor of sportauto helpt niet. Of het inruilen van je vrouw voor een jonger exemplaar. Hoe je je dan wel als man van deze tijd moet manifesteren? Ophouden met alleen aan jezelf te denken en in godsnaam niet zo snel boos te worden. Sta er als je nodig bent. Als gelijkwaardige partner, als rots in de branding, als beschermengel van je dochters, als goed voorbeeld voor je zonen. Maar niet meer voor mij. Ik heb al die zaken nu zelf geregeld. Ik heb vriendinnen, een hond, mijn eigen leven. Ik ben gelukkig zonder man.

Klaar met mannen
Noem Ellen (56) gerust een frust. Een verbitterde vrouw die na een leven als lekker wijf ineens geen aandacht meer krijgt. Het kan haar niks schelen. Ik heb mannen niets meer te bieden. Geen aandacht, geen aanbidding, geen geschoren poes.
Tekst: Ellen Westerveld
Het is niet zo dat ik jullie niet mag. Dat jullie me niet vertederen, soms, met je racefiets of je vishengel. Ik zie ook wel dat we bij elkaar kunnen passen als twee puzzelstukjes, al was het maar om een kind te verwekken. Ik heb van jullie gehouden. We hebben gekletst, gelachen en gevreen. Ik heb mijn hart voelen bonzen en ben gillend klaargekomen onder je zware lijf. Dank voor al dat moois, maar het is voorbij. Ik wil geen man meer in mijn leven.
Natuurlijk vind ik het vervelend dat het zo is gelopen tussen ons. Ik had ook wel gezellig huisje-boompje-beestje-lekker-zorgen-voor-elkaar willen hebben met een man. Dan had ik nog seks gehad, want daar houd ik van. Ik heb echt wel gezocht. In kroegen, op Tinder, via via. En als ik het dacht te hebben gevonden, heb ik het ook geprobeerd. Inclusief samenwonen en stapelbedden voor onze gezamenlijke kinderen. Maar het ging nooit goed.
Ik steek onmiddellijk de hand in eigen boezem, want dat doen vrouwen. Ik negeerde de signalen van ongemak, verveelde me als je te lief was, had medelijden als je tegen mij schreeuwde, was veel te lang veel te grenzeloos, nam de verkeerde beslissingen en gooide de deur dicht.
Maar, allejezus, wat kunnen jullie ook een stelletje eikels zijn!
Onlangs kwam ik geheel onbedacht weer eens in aanvaring met een man. Ik kende hem uit het Franse dorp waar ik al jarenlang kom. Ik was een achterbaks kutwijf omdat ik het waagde een huisje te bekijken dat daar te koop stond. Ik wist wel dat hij dat huisje wilde, maar hij had het geld niet en had bovendien de eigenaar geschoffeerd. Niettemin meende hij dat zijn wil hem rechten verschafte. En mijn belangstelling, zo liet hij weten, had zijn woede en agressie gewekt. Ga met hem praten, stelde iemand voor alsof het een misverstand betrof. Ik zou hem liever op zijn bek slaan.
Maar ik vecht niet meer met jullie. Ik negeer. Zeker als je agressief wordt, hou je op te bestaan voor mij. In de wereld waarin wij samen moeten leven, is het al heftig genoeg. Er zijn zoveel mannen die menen ergens recht op te hebben. Poetin die vanuit grootheidswaan een volk uitmoordt, opperrechters in Amerika die beslissen over het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen over hun lichaam, Taliban die vrouwen in boerkas verstoppen en verbieden naar school te gaan, stamhoofden die meisjes besnijden en dichtnaaien totdat ze gevangen zitten in een huwelijk. Dat is Verweggistan, kun je nu denken. Maar hier in ons gezapige Mark Ruttelandje is het ook geen zonneschijn. Jullie verdienen nog steeds meer dan wij, houden de macht vast in old-boys netwerken, sturen ongevraagd dickpics en vergrijpen je aan ons zonder juridische consequenties (jaarlijks 450 veroordelingen op 100.000 gerapporteerde gevallen van aanranding en verkrachting).
Noem mij gerust een frust. Een verbitterde vrouw die na een leven als lekker wijf ineens geen aandacht meer krijgt. Bedenk wat je wil, als dat je geruststelt. I dont care. Ik heb jullie niets te bieden. Geen aandacht, geen aanbidding, geen geschoren poes. Ik ben klaar. Ook al sta je smekend voor me, zoals laatst, toen jij je overhemd uittrok om me te laten zien dat je er als zestigplusser nog zeer appetijtelijk uit ziet. En al was dat zo en zijn we twintig jaar lang regelmatig met elkaar het bed ingedoken – en dat was altijd lekker (maar ook weer niet superlekker, want je kon niet beffen). Ik. Wil. Niet. Nee, nu niet zeggen: Maar ik heb altijd alleen van jou gehouden. Dat had ik dan wel gevoeld en geweten. Bedankt voor de eer en trek je overhemd maar weer aan. Neem die jonge vrouw waar je mee pronkt bij je vrienden en neuk haar zolang het nog kan. Met Viagra desnoods. Ik gun het je, schat. En ja hoor, het is de overgang n ik ben ineens lesbisch. Denk dat en vooral niet verder.
Ik heb vriendinnen met een fijn huwelijk. Dat had ik misschien ook kunnen regelen, maar ik liet de daarvoor geschikte mannen onbetast passeren. Vriendelijkheid was saai, vond ik. Degelijkheid niet opwindend. Ik liet mijn hart liever breken door degenen bij wie niets te halen viel, zoals de bovengenoemde. Daarnaast de geschiedenisleraar die het ook met andere meisjes deed, de nachtclubeigenaar met een narcistische persoonlijkheidsstoornis, de man met wie ik getrouwd was en die nooit enige verantwoordelijkheid voor onze zoon nam en de seksgod met wie ik zes keer per dag in bed lag, maar die jaloers en agressief werd. Na die laatste ging ik in therapie.
Drie maanden lang peuterde mijn therapeute aan de randen van waar ik me veilig waande. Iedere week fietste ik daarna woedend naar huis. Tandenknarsend. Kutwijf, kutwijf. Maar toen brak ze door mijn pantser en kwamen we op de plekken waar de pijn zich had opgehoopt. We analyseerden mijn hunkering naar erkenning van juist de mannen die mij afwezen. En natuurlijk had dat ook bij mij allemaal met vroeger te maken.
Mijn jeugd was overigens niet buitengewoon traumatisch of ellendig. En ook niet anders dan die van anderen. Mijn ouders waren gewone mensen. Getrouwd in de jaren vijftig, babys gekregen in de jaren zestig. De vaders uit ons nieuwbouwdorp reden s ochtends in hun Simca naar de stad om te werken, de moeders bleven thuis.
Mijn moeder werd, net als andere vrouwen in die tijd, ontslagen toen ze trouwde en was overgeleverd aan de luimen van mijn vader. Omdat hij het geld binnenbracht, had hij alle macht. En die liet hij gelden. Hij kon in stampvoetende woede uitbarsten als zij geen koffie had gezet op het door hem gewenste tijdstip of als zijn zakdoeken niet gestreken waren. Als zij zich in een gesprek durfde te mengen, riep mijn vader altijd: Hou je kop, Wil! En mijn broer, zussen en ik vielen hem dan bij: Dit gaat niet over jou, mam! Dus trok ze zich schuchter terug in de keuken en zweeg. Roerde in haar pannen vol doorgekookte groenten en dronk met de buurvrouw net zo ongelukkig als zij om elf uur s ochtends een fles sherry leeg.
Die wereld voelde ongemakkelijk voor mij. En ongelijk. Zo had mijn broer in ons gezin een status aparte. Hij hoefde nooit iets te doen in de huishouding en zijn geringe schoolprestaties werden nauwlettend gevolgd. Als hij een onvoldoende haalde voor wiskunde, werd er meteen een bijlesleraar ingeschakeld. Voor ons golden die privileges niet. Wij mochten niets kosten en onze schoolprestaties waren irrelevant. Wij waren maar meisjes. En meisjes waren minder belangrijk.
Het leven was ook een stuk ingewikkelder voor ons. Je werd aan de ene kant weggezet als kwetsbaar, maar mocht niet rekenen op enige bescherming. Toen ik voor het eerst ongesteld werd, zei mijn moeder dat ik niet langer met jongens mocht omgaan. Dat was idioot, want de makkers van mijn broer waren ook de mijne. Maar die vriendschappen zouden veranderen, beweerde ze. Mannen wilden namelijk maar n ding. Wat dat precies was, wilde ze niet vertellen.
Maar als ik maar de geringste aanleiding zou geven, gebeurden er dingen die pijn zouden doen. En dat zou dan ook nog eens mijn eigen schuld zijn. Ik las heel veel Bouquetreeksen in die tijd en had heel andere, zij het niet bepaald rele verwachtingen van mijn toekomstige liefdesleven.
Lang verhaal kort: ik ging in verzet. Ik wilde gezien worden, serieus genomen. Ik werd een streber en een vechter. Met de liefde als strijdtoneel. Steevast viel ik voor de man die het minste te geven had, want dan zou de overwinning het grootst zijn. Ik zou nooit een deurmat worden waaraan een man zijn voeten afveegt. Maar dat werd ik wel.
Tien jaar geleden kon ik na die therapie mijn frustraties eindelijk loslaten. Als nieuw betrad ik de datingmarkt. Ik dronk een glas met Peter, Willem en de rest. En even was er iemand waar ik best gek op was, maar ik werd nooit meer verliefd. De seks was fijn, maar wat moest je daarna met zon vreemd, snurkend lijf in je bed? Weer iemands vrienden en kinderen leren kennen. Zijn verongelijktheid en andere eigenaardigheden verdragen. Noem het gerust bindingsangst. Ik ben niet de enige. Statistieken tonen aan dat 54 procent van de gescheiden vrouwen geen interesse meer heeft in een nieuwe relatie. Thats me! Ik voel me niet meer thuis in het systeem wat ons als vrouwen aan mannen bindt. Jullie daarentegen kunnen heel slecht alleen zijn. Een meerderheid van de mannen zoekt na een scheiding opnieuw de warmte van een vrouw.
Maar beste mannen, waarom zouden wij kiezen voor jullie? Wij mijn zusters, vriendinnen en ik hebben jullie niet meer nodig. We houden onze eigen broek op, voeden onze kinderen zonder jullie financile en emotionele steun op en hebben het juk van onze patriarchale opvoeding afgeworpen. We hebben de hashtag #MeToo groot gemaakt met onze ervaringen met jullie. Die trieste opsomming van alle ongewenste opmerkingen en aanrakingen die we jarenlang lijdzaam ondergingen. Die hand op je borst, de graai tussen je benen, het dichtknijpen van je keel terwijl iemand je ongevraagd vingert. Nee, voel je nu niet aangevallen. Ik weet ook wel dat jullie niet allemaal zo zijn. Maar het maakt onze relatie wel ongemakkelijk. De emancipatie van de vrouw dendert voort, hoop ik. Maar we dreigen elkaar ook te verliezen.
Mijn broer en ik begrepen elkaar als kinderen woordeloos. Maar naarmate we ouder werden, werd hij een vreemde voor me. Hij zegt: Ik doe mijn leven lang al mijn best om niet op papa te lijken. Als hij iets moeilijk vindt, gaat hij verongelijkt zitten mokken en drinkt zich van de wereld. Hij lijkt dus wel op onze vader.
Misschien is dat jullie probleem, mannen uit mijn generatie. We hebben last van dezelfde opvoeding, maar niet dezelfde problemen. En het is te mager wat jullie daarmee doen. Het kopen van een motor of sportauto helpt niet. Of het inruilen van je vrouw voor een jonger exemplaar. Hoe je je dan wel als man van deze tijd moet manifesteren? Ophouden met alleen aan jezelf te denken en in godsnaam niet zo snel boos te worden. Sta er als je nodig bent. Als gelijkwaardige partner, als rots in de branding, als beschermengel van je dochters, als goed voorbeeld voor je zonen. Maar niet meer voor mij. Ik heb al die zaken nu zelf geregeld. Ik heb vriendinnen, een hond, mijn eigen leven. Ik ben gelukkig zonder man.




