Judith: “Cadeaus kopen is heel leuk, maar ook héél moeilijk (want wat moet je nu weer geven?!”)

-

Over een maand begint het weer: cadeaus uitzoeken voor familie, geliefden, vrienden en kennissen. Ha leuk, maar ook lastig… Judith (52) weet er alles van.

‘En?’ appt de vriend van mijn man. ‘Hoe bevalt het haarwater?’ In de serie ‘Vreemde Cadeaus’ kwam hij laatst aanzetten met een fles ouderwetse haarlotion. Hij keek er bepaald feestelijk bij toen hij hem gaf. ‘Geweldig spul! Mijn vader gebruikte het zijn hele leven!’ In de naar dennen ruikende fles dreef een klein groen laagje op een doorzichtige massa. De vader zou nu 100 zijn.  ‘Goh,’ zei mijn man. ‘Gunst. Haarwater, leuk.’

Ik mag het wel, merkwaardige cadeaus, al kon ik een glimlach niet onderdrukken. De gekste giften zijn vaak de meest persoonlijke. Het haarwater deed me denken aan een keukenrolhouder. Daar kwam mijn schoonmoeder uit mijn vorige leven, van mijn vroegere lief, eens mee aanzetten. Het was onontbeerlijk, zo’n ding in huis, wat haar betrof. Ze gaf niet alleen mij, maar ook mijn ouders zo’n houder. Die waren stomverbaasd. Net als het jaar daarop over een broodplank met kruimelreservoir -ik heb er met mijn moeder destijds dubbel om gelegen.

Natuurlijk is het niet alleen maar leuk, om iets bizars te krijgen. Ik ben nu 52, maar nog niet geheel bekomen van de schok van het strijkijzer: het cadeau van diezelfde schoonmoeder, toen ik 30 werd. Terwijl ze een echte lezer was, net als ik! Waarom kreeg ik geen boek? Het was moeilijk er niets achter te zoeken, geen kritiek. Maar goed. Misschien was het een poging tot humor. En anders kon ik er ook best iets vertederends in zien. Ik ben een kei in omdenken, al zeg ik het zelf (ik zou er een cursus in kunnen geven, getiteld ‘De goede bedoeling’, heus waar).

Je moet het willen zien, daar komt het op neer. Al zijn er grenzen. Mijn zus kreeg als kind van een vriendin van mijn moeder een keer een wollen onderbroek. Ze leed destijds aan constipatie, net als die vrouw, dit zou de remedie zijn. Ik, goddank wollen onderbroek- en constipatieloos, had zeer te doen met mijn ontgoochelde zus, die haast stief van verlegenheid en ongemak. Gelukkig gooide mijn moeder de onderbroek weg zodra de vriendin haar hielen had gelicht.

Ik houd zelf heel erg van cadeaus uitzoeken en geven en verheug me op de decembermaand. Waarschijnlijk zit ik er zelf evenwel soms ook flink naast, dat kan haast niet anders, maar ik verbeeld me toch van niet, meestal niet. Alhoewel? Nu ik erover nadenk… gaf ik een keer een totaal niet lezende vriendin een erg moeilijk, maar verschrikkelijk goed boek -dat was denkelijk een echte misser. Een andere vriendin die graag bakt, kreeg eens een reuze goed, dik, duur bakboek van me, dat veel te serieus voor haar was: het was meer het type dat eenvoudige taarten van cake graag opsmukt met marsepein. Meer leuk dan lekker. En o, wacht, nu herinner ik me ook dat het haast niet te doen was, speelgoed te kopen dat mijn eigen kinderen echt wilden hebben. Ik kon dan eindeloos wikken en wegen: kocht ik twee geweldige houten muizen met een ‘Lustige Klamottenkiste,’ een klerenkistje dus, óf de spuuglelijke Winxpop die op de verlanglijst prijkte? Ik wilde de muizen en hun kleertjes zelf hebben, natuurlijk…

Dat geldt misschien wel altijd voor cadeaus. De vroegere schoonmoeder had een enorme voorliefde voor praktische objecten, ook in haar eigen interieur. Ze hield niet van frutsels en had niet veel oog voor schoonheid. Daarbij kwam dat ze cadeaus geven eng vond. Ze dacht de ontvanger te belasten wanneer ze iets zonder praktisch nut gaf. Dan zou diegene niet durven zeggen het niet mooi te vinden en er voorgoed mee opgescheept zitten.

Mijn man vertelt van het schilderij van zijn ‘opoe,’ waarop twee toneelmaskers prijkten, slingerende linten en pauwenveren. Spuuglelijk vonden zijn ouders het, maar als opoe haar opwachting maakte moest het wel aan de muur. Daar kwam ze al aan stiefelen over het tuinpad, de familie zwaaiend in de erker, als zijn moeder een ijselijke kreet slaakte: ‘O nee… het schilderij.’ Hij, de verantwoordelijke oudste zoon, vloog naar zolder en wist, als in een klucht, op het allerlaatste moment het doek op de daartoe bestemde haak te werpen. Op een ereplaats aan de muur.

Mijn man had het haarwater nog niet gebruikt, de dagen vergleden zonder pommade, maar vanochtend kwam er opnieuw, voor de derde keer, een verwachtingsvol appje van zijn vriend. ‘En??’ Mijn echtgenoot spoedde zich naar de badkamer. Nu ruikt het hele huis naar dennen. Maar ik moet zeggen: zijn haar glanst.

Judith Eiselin
Judith Eiselin
Judith Eiselin (51) leest sinds ze lezen kan en schrijft daarover in NRC Handelsblad. Behalve journalist is ze schrijver, vooral van kinderboeken, marktkoopvrouw en gepassioneerd paddenstoelenzoeker. Zij heeft meer dieren dan strikt noodzakelijk, vier katten, twee konijnen en een bejaard paard, en twee mooie grote dochters.

RECENTE ARTIKELEN