Judith (52): “Van rommel naar rust, reinheid en regelmaat”

-

Judith (52) hecht van oudsher aan rommel, meuk en zooi, in plaats van aan reinheid, rust en regelmaat. Tot op het punt dat er, dan toch nog, iets veranderd lijkt te zijn. Zingend staat ze tegenwoordig te strijken of mopt, fluitend en wel, de vloer.

Hallo, ik stik. En nee, ik heb geen opvlieger! Het is hier niet om uit te houden zo bedompt. De ramen moeten open. Allemaal, ja. En aldoor, inderdaad. De wind moet door het huis waaien. De lakens moeten in de wasmachine. Die handdoeken ook. En alle langzaam verpappende dan wel uitdrogende restjes uit de ijskast moeten weg, en wel nu meteen.

Komt reinheid met de leeftijd?

Ken uzelve: het is zo gemakkelijk niet. Ben ik nou altijd al zo’n fris type, of heeft deze insteek wellicht toch iets met de leeftijd te maken? Hoe kan het dat ik tegenwoordig de was zo secuur vouw, ja, soms zelfs strijk? Hoezo snak ik ineens naar een linnenkast vol keurige stapeltjes, liefst met lavendelbuideltjes ertussen? Waarom verdraag ik geen rondslingerende kleren meer, wat is dat voor gedoe over kringen en kruimels op tafel, kan afwas zelfs niet één nachtje blijven staan? Ben ik in mijn moeder veranderd, of, nog sterker, in mijn oma? Het heeft er alle schijn van. Ik ben de enige die dit vast mag stellen. Als een ander het doet, ben ik beledigd. Een tuttige muts, moi? Loop rond, zoals mijn oma -o jee, daar heb je haar alweer, altijd zei.

Konijn pist op hoofdkussen

In 1983, ik weet het nog goed, kreeg ik voor het eerst van mijn leven een eigen kamer. Tot dan deelde ik er een met mijn tweelingzus. Er stond een uitpuilende verkleedkist, er hingen ringen en een rekstok, er zaten her en der beren, we maakten er kleertjes voor met de bergen oude lappen die mijn moeder verzamelde. Nu ik een eigen plek kreeg en stokoud was, want al dertien jaar, propte ik alle vaal geworden paardenposters in een vuilniszak en haalde mijn letterbak voorgoed leeg. In mijn nieuwe vertrek mocht Kandinsky aan de muur. Eventueel mochten mijn platen (Madness, Michael Jackson, Bowie, later Prince) wel in zicht staan. Slapen deed ik vanaf nu op de grond, op pallets. Een echt of opgemaakt bed? Doe normaal hé, hallo, ik was volwassen weet je wel.

Het moet gezegd: mijn kamer was netter dan die van mijn zus. Ook toen had ik wel degelijk een hang naar een zekere orde, schoon hoefde het niet zozeer te zijn, maar het moest wel gezellig ogen. Dat we een loslopend konijn hadden dat sproeiend op mijn hoofdkussen piste als ik niet snel genoeg opstond, hetgeen vaak was, vond ik niet zo’n probleem, zo min als zijn gekeutel in de hoeken van de kamer. Maar mijn boeken moesten wel op een stapeltje liggen, het tafelblad moest (een soort van) leeg zijn. Maar wel nonchalant ogen. Een strakke orde was niet wenselijk, laat staan onwijs gaaf, en schoon was het niet. Nooit. 

Haarballen zo groot als vuisten

Als student bewoonde ik binnen zes jaar minstens tien verschillende huizen, in wisselende staat van netheid en properdom. Heel veel schelen kon het me niet, mits het, opnieuw, er wel een beetje leuk uitzag. In een enorm antikraakpand, een oude drukkerij aan de rand van het centrum van Amsterdam, doolden in de gezamenlijke doucheruimte haarballen rond zo groot als vuisten. Kwestie van op mijn tenen gaan staan, en goed uitkijken. In de keuken waren de muizen talrijk en van het fornuis schoonmaken had geen van de bewoners, ik incluis, ooit gehoord. Ik vond dat mijn moeder zich aanstelde wanneer ze er op bezoek was, en hardop en onaflatend gruwde.

Met de eerste zwangerschap, een paar jaar na mijn studie, kwam denk ik voor het eerst een besef van het belang van werkelijke reinheid in mijn leven. De nesteldrang tierde welig, ik betrok een nieuwe etage met mijn vriend en niet langer verdroeg ik, om maar iets te noemen, pissebedden in de badkamer -zoals in het huis daarvoor. Ik vouwde kleine kleertjes op en maakte een vrij net stapeltje hydrofiel luiers, dat scheen te moeten. Maar stofzuigen deed ik nog steeds bijna nooit… Wat niet ziet, wat niet deert, was mijn devies. Meestentijds droeg ik de bril die ik eigenlijk nodig had sinds mijn tweeëntwintigste niet, dat hielp. En mijn man was ook een sloddervos, zijn standaard lag nog veel lager dan de mijne.

Hydrofiele luiers door de kamer

Met het kind karde een geheel nieuwe wanorde het leven binnen. Die hydrofiel luiers slingerden al ras overal door de kamer, vol melkvlekken, om van speelgoed nog maar te zwijgen. Overal lag wel iets, het was onvoorstelbaar wat een zooi zo’n klein mens opleverde. En ik was veel te moe om echt in te grijpen, ik probeerde hoogstens cosmetisch wat te doen, het speelgoed ’s avonds in bakken te proppen. Dit duurde rond de achttien jaar.

Ongezellig is het nooit geweest, rommelig en vies eigenlijk altijd wel. We hadden in de loop der jaren allerhande huisdieren, opnieuw een of twee loslopende konijnen bijvoorbeeld, maar ook katten, ratten en cavia’s. Ze verhaarden zonder uitzondering danig, meestentijds, en poepten, pisten en stonken wat af. En natuurlijk hadden ook wij een uitpuilende verkleedkist. Ik vond het goed voor de kinderen om, bij wijze van spelen, keukenkastjes leeg te mogen halen -hierna stouwde ik de boel er wel weer in, maar niet op nette stapels. Ik maakte ‘speeldeeg’ voor mijn dochters, met water en bloem, of kocht echte klei, en verf natuurlijk en maalde niet om de rotzooi die dat opleverde. Bij ons kon alles, zoals hutten bouwen in de kamer, daar stond ik heel bewust voor. Wat kon mij die rondzwervende lappen en touwen schelen? Het maakte me trots dat vriendjes en vriendinnetjes van onze dochters liefst bij ons thuis kwamen spelen.

Plezier in poetsen

En nu? Nu zijn de kinderen uit huis, plus ikzelf. Dat laatste lag niet in de planning, er kwam een scheiding tussen. Maar ik heb dus een nieuw huis, met een nieuwe man en daar heerst, jawel, een frappante orde in een interieur bestaande uit, dat nog wel, oude meuk. Naast gezellig, zoals altijd, is het hier nu ook schoon te noemen. Ik lucht voortdurend en heb ineens plezier in poetsen. Het verstand komt blijkbaar toch met de jaren. Of ik word vroegtijdig dement.

 NIEUW: SAAR CURSUSSEN Hey! Wist je dat we nu ook cursussen hebben? Niet van die niemendalletjes gemaakt door jonge meiden, maar stevige en slimme online trainingen gemaakt door en voor 50+ vrouwen. Kijk hier voor ons nieuwe cursusaanbod.

NU MET 15% INTRODUCTIEKORTING (gebruik bij het afrekenen de code: introductiekorting)

Judith Eiselin
Judith Eiselin
Judith Eiselin (51) leest sinds ze lezen kan en schrijft daarover in NRC Handelsblad. Behalve journalist is ze schrijver, vooral van kinderboeken, marktkoopvrouw en gepassioneerd paddenstoelenzoeker. Zij heeft meer dieren dan strikt noodzakelijk, vier katten, twee konijnen en een bejaard paard, en twee mooie grote dochters.

RECENTE ARTIKELEN