Judith (51): ‘Werken met je handen was niets voor mij, want ik kon goed leren’

-

Werken met je handen? Dat was niet weggelegd voor Judith (51), aangezien ze goed kon leren. Dat was een bof, maar je mist toch ook een hele hoop, heeft ze recentelijk ontdekt. Sinds een half jaar is ze naast journalist en auteur, ook marktkoopvrouw: een genot. 

Wat wil je worden als je later groot bent? Conducteur natuurlijk, zo dacht ik in mijn jonge jaren, pril op de lagere school. Lekker door de trein banjeren, kaartjes knippen, praatjes maken, fluiten voor vertrek. Een droom! De eindtoets in de zesde klas, mijn rapporten tot dan toe en een beroepentest wezen anders uit: ik moest doorleren. ‘Havo plus, vwo plusminus’, luidde het schooladvies destijds. Dus ging ik naar een lyceum, alwaar ik me ontpopte tot een van de braafste en beste leerlingen denkbaar. Ik bleef nooit zitten en haalde fluitend mijn VWO-diploma.

‘Ik was een alto, ging geen rechten studeren’

‘Ga nu maar rechten studeren’, zei mijn vader. ‘Word advocaat: dat is echt iets voor jou.’ Hij dacht aan ruzies waar ik me kalm uit wist te kletsen. Ik moest er evenwel niet aan denken, omdat ik destijds had gehoord – geen idee meer van wie of hoe – dat rechten studeren saai was, dat je altijd in enorme groepen college had en dat je, als rechtgeaard rechtenstudent, bij het corps behoorde te gaan. Geen denken aan! Ik was een alto, een alternatieveling, zoals het in die dagen heette. Altoos werden verliefd op jongens met stekeltjeshaar, in grote opoe-jassen gehuld, overdekt met buttons en hier en daar een rat, een joint in de hand -dat werk. Ik zou liever in een woonwagen of kraakpand gaan wonen, dan in een patservilla.

Studeren en werken

Het werd Nederlandse Taal- en Letterkunde, want zo ik iets was, was ik een lezer. Bovendien schreef ik sinds ik kon schrijven zelf verhaaltjes, stukjes, rijmpjes, krantjes. Ik zou lerares worden als het echt moest, maar het liefste werd ik schrijver. Iets wat vrij gênant was om te zeggen tijdens het voorstelrondje in het eerste college, trouwens. 

Gelukt is het wel. Op mijn drieëntwintigste begon ik voor een krant te schrijven en werd lezen, en schrijven over wat ik las, mijn werk. Daarnaast schreef ik een berg (kinder)boeken, volgens plan. Dat ik me dit kon veroorloven, was te danken aan de man met wie ik een gezin stichtte. Hij had wél rechten gestudeerd, met alle gevolgen (een vast inkomen) van dien.

Praktisch beroep als je goed kunt leren

Ik heb bepaald geen klachten dus, over mijn werk. Nooit gehad ook. En toch. Toch vraag ik me nu soms af waarom er voor mij, en door mij, nooit aan een praktischer beroep werd gedacht. Is het wel zo slim dat zo snel en zo jong al, compleet uit te sluiten? De eerste keer dat ik me, te laat, geroepen voelde tot het doen van iets Werkelijk Nuttigs, was tijdens mijn eerste bevalling. Hoe mooi moest het zijn, vroedvrouw te zijn! Of kraamhulp. Van vriendinnen begreep ik later dat dit een heel gebruikelijke gedachte is op dat specifieke moment in het leven.

Waarom zo jong een keuze maken?

Maar kok, (banket)bakker, bloemist? Paardentrainer, (basisschool)juf, traiteur? Het had gekund, lijkt me, en het kwam niet in me op. Nog geen moment. En ook mijn ouders of leerkrachten dachten nooit een dergelijke kant op. Van jongs af aan worden er routes voor kinderen afgesneden, puur uitgaand van wat het meest voor de hand ligt. Mijn vriendin Nicolien, een echt beroemde schrijver nota bene, is het met me eens. Ze had best teler willen worden, kweker of huisschilder – maar zoiets werd je simpelweg niet, niet in het milieu van haar ouders. Want daar heeft het natuurlijk ook mee te maken.

Toen mijn man tien maanden terug plotseling van me wilde scheiden, schoot ik in paniek. Ik moest als de bliksem iets verzinnen om financieel overeind te blijven. Ik zocht en vond extra opdrachten op bekend terrein, schrijfwerk, leeswerk, maar daar kun je niet van op aan. Er moest iets vast bij, iets wat houvast bood.

Bijbaan als marktkoopvrouw

Ik informeerde op de biologische markt, waar een kraam staat vol paddenstoelen, of ze misschien nog iemand nodig hadden. Paddenstoelen zoeken en ermee koken is een van mijn afwijkingen, dus dat leek me een passende noodsprong. En ik werd aangenomen, voor een dag per week! Zo gaf ik, noodgedwongen, op mijn oude dag (nou ja, na mijn vijftigste), een onverwachte, extra wending aan mijn beroepsleven.

Met je handen in plaats van je hoofd

En wat bleek? Het is heerlijk achter de kassa in de kraam! Het blijkt ontzettend leuk te zijn om dienstverlenend en praktisch bezig te zijn, in direct contact met mensen. Op de markt, hoe koud en nat soms ook, bloei ik op. Ik hoor ineens bij ‘de marktmensen’ die heel anders in het leven staan dan kennissen en vrienden die ik heb. Ik deel met verve en vreugde aldoor receptentips, en leef innig mee met de beslommeringen van vaste klanten. De een kreeg een baby, de ander corona, een derde maakte promotie. Iemand zeilde de wereld rond en keerde behouden terug. Ik krijg unieke inkijkjes in andermans besognes. En het is reuze gezellig. Het fijne van werk ‘met je handen’ in plaats van met je hoofd, is bovendien dat het eindig(er) is. Na de werkdag zit de taak erop en kun je, moe maar voldaan, bijkomen. Ik wil er nooit meer mee stoppen, niet zo lang ik het fysiek best zware werk aankan, tenminste. 

‘Het leven trekt aan mijn kraampje voorbij’

Laatst kwam er een jongen die zelf ging koken, voor het eerst in zijn leven, er kwamen vrienden. Hij wilde iets heel speciaals maken. En wat ik aan kon raden. Blij vertrok hij met een pruikzwam. Na hem kwam, zoals elke week, een tachtigjarig dametje aan schuifelen, dat wekelijks één oesterzwam, één shii take en één kastanjechampignon koopt. Danig kranig bereidt ze er een klein potje mee, puur voor zichzelf, vertelde ze me eens. 

Heel het leven trekt aan mijn kraampje voorbij. Ik kan een dergelijke bijbaan echt aan iedereen aanraden. Het is de perfecte aanvulling op werk achter een computer. Letterlijk verrijkt het weliswaar nauwelijks, maar figuurlijk des te meer. 

NIEUW: SAAR CURSUSSEN Hey! Wist je dat we nu ook cursussen hebben? Niet van die niemendalletjes gemaakt door jonge meiden, maar stevige en slimme online trainingen gemaakt door en voor 50+ vrouwen. Kijk hier voor ons nieuwe cursusaanbod.

NU MET 15% INTRODUCTIEKORTING (gebruik bij het afrekenen de code: introductiekorting)

Judith Eiselin
Judith Eiselin
Judith Eiselin (51) leest sinds ze lezen kan en schrijft daarover in NRC Handelsblad. Behalve journalist is ze schrijver, vooral van kinderboeken, marktkoopvrouw en gepassioneerd paddenstoelenzoeker. Zij heeft meer dieren dan strikt noodzakelijk, vier katten, twee konijnen en een bejaard paard, en twee mooie grote dochters.

RECENTE ARTIKELEN