Ik wil het niet, ik wil het niet

Ellen (50) wil niet nadenken over de overgang. Nee, ze heeft nergens last van. Ze doet er simpelweg niet aan. Negeren die boel. En dat gaat uitstekend tot ze zichzelf op een slechte dag tegenkomt in de Etos.
Tekst: Ellen Dikker

Vijf jaar geleden vierde ik mijn 45ste verjaardag. Lekkere muziek, dansen, drinken, mannetje of dertig over de vloer (of vrouwtje of dertig, ook goed, ik ben hartstikke woke), de oudste uit logeren, de jongste net vijf geworden slaapt overal doorheen. Met mijn prosecco in de hand huppel ik van groepje naar groepje. Soepel met mijn heupen draaiend en met een vrolijke grijns voeg ik me bij een groepje jongere vriendinnen. Net veertig zijn ze.

Oh, mijn knieën. Zo’n pijn. Ik kan geen trap meer op.

En dan die moodswings, ik vind het zo heftig.

Ik trek een wenkbrauw op. Waar gaat dit in hemelsnaam over?

De overgang. We zitten er middenin, roepen ze.

Ik verslik me in mijn prosecco. De overgang? Doe normaal zeg. Daar zijn wij toch veel te jong voor?

Nee joh, dat kan nu al beginnen hoor. En het kan wel vijftien jaar duren. Ze schreeuwen hard over de muziek heen. Pfft, ik ben misschien oud, maar nog niet doof.

Ze buitelen over elkaar heen. Slaapproblemen, energiegebrek, depressieve gevoelens, korte lontjes, pijnlijke gewrichten en dan die koppijn. Ik sta met mijn oren te klapperen, heb geen idee dat deze kwalen bij de overgang horen. Waar gaat dit eigenlijk over? De overgang is iets voor oude vrouwen met elektrische fietsen, korte roodgeverfde haren en zure mondhoeken. Vrouwen van minstens vijftig en dat ben ik nog lang niet. Ben je een haartje betoeterd, ik ben een jonge moeder aan het begin van een glansrijke carrière. Mijn gouden jaren moeten nog komen. Oké, ik was nogal oud was toen ik kinderen kreeg. Veertig toen mijn tweede werd geboren ik ben meer een late moeder dan een jonge moeder. Eigenlijk ben ik met alles een beetje laat. Mijn echte carrière startte ik toen ik halverwege de dertig was. Omringd door twintigers werd ik gekscherend MILF genoemd. Ik vond het best. Beter een MILF met een gouden toekomst dan een millennial met een burn-out. Ik heb het altijd al gezegd: niet te vroeg pieken. Want eenmaal op je piek, kan het alleen maar minder worden. Uitstellen dus die piek, en je verheugen op al het moois dat komen gaat. Dus begin op mijn 45ste met mij niet over de overgang. Daar heb ik helemaal geen tijd voor.

Helaas, mijn vriendinnen weten van geen ophouden. Ze omarmen de overgang alsof het hun nieuwste gadget is. Overal zitten spannende knopjes waar je op kunt drukken voor weer een ander effect.

Er schiet mij een vraag te binnen. Hoe zit dat dan met jullie menstruatie? Worden jullie nog wel ongesteld?

Nou en of, zegt vriendin R. die haar hele leven al kampt met ernstige PMS-klachten. Twee van de vier weken is ze er hondsberoerd van. Oftewel de helft van het jaar.

Maar nog even regelmatig als altijd?, vraag ik, terwijl de glans langzaam uit mijn ogen verdwijnt. Want praten over je maandelijkse bloedingen is nou niet mijn favoriete partytalk.

Ja, nog even regelmatig en even erg. Heb het net weer achter de rug, het was weer hels.

Nu word ik argwanend. Ja hallo, je kan toch niet én gebukt gaan onder maandelijkse menstruatieklachten én je laven aan overgangskwalen? Dat klinkt als eten van twee walletjes. Het is het een of het ander. Ik besluit dat het tijd is voor iets vrolijkers, het is tenslotte feest. Heupwiegend draai ik me om op zoek naar iemand waarmee ik kan schuren.

De volgende dag bel ik katterig met vriendin K. Vriendin K. zeurt nooit. Die had een hernia zonder dat ze het door had. Vriendin K. is een paar jaar ouder dan ik en ook zij was stomverbaasd over het geweeklaag van onze jonge vriendinnen.

Maar hadden zij ook geen problemen met hun zwangerschappen?, vraagt K.

Nou je het zegt. S. had een pre- én postnatale depressie. En R. wilde niets liever dan zand eten en had na zes weken al last van bekkeninstabiliteit.

Ja, je hebt van die mensen. Die hebben altijd wat. Een pijntje hier, een kwaaltje daar, gesnotter zus, gekriebel zo, bij de één schiet het erboven in en bij de ander loopt het er vanonder weer uit. Knellende rugwervels, ontstoken pezen, galbulten, nierstenen, licht in het hoofd of zwaar op de hand. Het rammelt, piept en kraakt. Dat is natuurlijk niet zo gek, het lichaam is een fragiel bouwwerk en we krijgen allemaal te maken met haperende onderdelen. Maar de vraag is hoeveel aandacht je eraan geeft. Je hebt mensen die nooit naar een dokter gaan en er zijn er die emmeren over iedere snotneus. En die snotneus lijkt vaak een afleidingsmanoeuvre van onderliggend leed dat zich diep verscholen in een beerput heeft genesteld waar niemand de deksel vanaf durft te halen.

Ik krijg het bijvoorbeeld altijd benauwd als ik iemand met een brace om de pols zie. Die brace roept de hele tijd dat ik moet informeren wat er aan de hand is. Die brace smacht zuigend en zuchtend naar aandacht. Terwijl niet altijd duidelijk is wat er nou werkelijk speelt. Zo heb ik een nicht met zo’n brace om haar duim. Maar die heeft ze niet altijd om. Toen we gingen bowlen droeg ze hem niet. Hoppetee, zes kilo bal aan haar duim. Bam, strike. Maar toen haar zoontje jarig was en we met de hele familie langskwamen, zat ze met die brace. Nee, ze kon niks. Koffiezetten ging niet. Afwassen ook niet. Dan denk ik toch: wat is er aan de hand? Wel of geen brace? Of zegt die brace eigenlijk: help, ik ben doodongelukkig in deze nieuwbouwwijk met mijn onhandelbare zoontje en een man die geen aandacht voor me heeft vanwege zijn bijna failliete zaak? Kijk, als ze dat nou zou zeggen, dan ben ik er voor haar. Lucht je hart en ik ga er eens goed voor zitten. Ik ben dol op praten, graven en analyseren. Ik denk en leef met je mee, maar bespaar me de brace-poppenkast. Hoe vager de klachten, hoe verdekter ik me opstel. Want alles wat je aandacht geeft groeit. Daarom doe ik of mijn neus bloedt.

Als mijn vriendinnen een paar jaar later informeren of ik nou eindelijk ook in de overgang zit, schud ik krachtig mijn hoofd. Nee, nergens last van. Ik doe niet aan de overgang. Het is ook een kwestie van mindset, zeg ik vastberaden. Ondertussen bekruipt me steeds vaker het gevoel dat ik vooral mezelf wil overtuigen. Dat ik me hardnekkig vastklamp aan iets wat ooit was. ’s Nachts heb ik het soms verdacht warm. Dat ligt uiteraard aan mijn dekbed. Of aan die man naast me, net een straalkacheltje. Het is echt geen opvlieger, doe niet zo gek. En als ik ineens ongekend prikkelbaar ben, komt dat doordat ik slecht slaap. Logisch, omdat ik het vaak zo warm heb. En slecht slapen, dat heeft weer effect op je stofwisseling, dus daar komen die verdomde extra kilo’s vandaan. Toch? In ieder geval niet van de overgang. Ik wil het niet, ik wil het niet. Ik ben niet klaar om af te ronden. Ik wil mijn seksleven niet aan de wilgen hangen. Mijn tijd is nog niet gekomen. Met andere woorden: ik zit zwaar in de ontkenning. Onbewust heb ik het zaakje omgedraaid: als iets groeit door aandacht, blijft het vast klein als ik het wegdruk. Voilà.

Mijn strategie faalt. Op een dag zie ik mezelf in de Etos staan. Met een leesbril op mijn neus snuffel ik tussen supplementen voor de 50+ vrouw. De haarverf ligt al in mijn mandje. Hoezo sexy? Wat denk ik nou eigenlijk? Wie loop ik hier te belazeren? Er is geen ontkomen aan, mijn haar wordt grijs, als ik buk kom ik bijna niet meer overeind en mijn zoon schaamt zich kapot als ik dans. Het leed is geschied. Ik ben een oud wijf. Een hard gelag. Want er zijn nog altijd mannen, meestal niet erg woke, zwaar in hun midlife en stiefelend op felgekleurde gympies, die roepen dat ze op jonge vrouwen vallen, want tja vrouwen van hun eigen leeftijd, dan gaat het om het karakter en een karakter kun je niet neuken.

Nou is dat niet zo’n ramp, want wij vrouwen met karakter willen helemaal niet geneukt worden door midlifemannen op kleurige gympies die onzin verkopen. Toch schuilt hierin het wezen van het drama. De overgang is een periode van transitie. We veranderen van jonge chick naar belegen vrouwspersoon. Of wijze dame. Of weet ik veel. In ieder geval willen die hormonen niet meer dansen maar slowen. Tot ze het feestje langzaam verlaten. Ons lichaam verandert en daarmee onze geest. En dat veroorzaakt paniek. In mijn geval zo’n vijf jaar later dan bij mijn vriendinnen, maar ik zei het al: ik ben met alles laat.

Schoorvoetend bel ik de vriendinnen op en vraag of ze misschien advies hebben. Zij blijken al bij een overgangsconsulente te lopen. En er is meer. Boeken, voorstellingen, podcasts de overgang is allang geen taboe meer. Dat was vroeger wel anders. Toen ik mijn schoonmoeder vroeg naar haar ervaringen met de overgang keek ze me bedenkelijk aan. Ik geloof niet dat ik daar last van heb gehad. Nee, daar kan ik me niets van herinneren.

Wat niet weet, wat niet deert. Maar kennis is macht en het is goed dat we tegenwoordig weten wat er gebeurt in ons lijf en daar indien nodig aandacht voor vragen. Alleen, hoeveel aandacht willen we precies? Met iedere crisis kun je op verschillende manieren omgaan. Je kunt het bagatelliseren, ridiculiseren, ontkennen, je kunt het overbelichten, je erin wentelen of je eraan vastklampen. De overgang staat nu op de kaart, en dat is mooi, maar het hoeft wat mij betreft niet per se op het zeikmenu des levens. Ik zou het een tussengerecht willen noemen en daarna door naar lekkerder hapjes. Wat dacht je van nooit meer ongesteld worden? Ongebreidelde seks zonder angst voor zwangerschap? Misschien wel de grootste voordelen van die hele transitie. Alleen: het is wel een beetje jammer dat we er gortdroog van kunnen worden. Vriendin K. degene die liever sterft dan klaagt is net wat verder in haar proces dan ik en als zij last heeft van een droge vagina, dan is het zo. Geen twijfel mogelijk. Gelukkig schaam ik me nergens meer voor. Ik heb er al speciaal een trui voor aangeschaft. Van het merk Superdry. Keigroot over mijn boezem: SUPERDRY. Fuck you.

Ik wil het niet, ik wil het niet

Ellen (50) wil niet nadenken over de overgang. Nee, ze heeft nergens last van. Ze doet er simpelweg niet aan. Negeren die boel. En dat gaat uitstekend tot ze zichzelf op een slechte dag tegenkomt in de Etos.
Tekst: Ellen Dikker

Vijf jaar geleden vierde ik mijn 45ste verjaardag. Lekkere muziek, dansen, drinken, mannetje of dertig over de vloer (of vrouwtje of dertig, ook goed, ik ben hartstikke woke), de oudste uit logeren, de jongste net vijf geworden slaapt overal doorheen. Met mijn prosecco in de hand huppel ik van groepje naar groepje. Soepel met mijn heupen draaiend en met een vrolijke grijns voeg ik me bij een groepje jongere vriendinnen. Net veertig zijn ze.

Oh, mijn knieën. Zo’n pijn. Ik kan geen trap meer op.

En dan die moodswings, ik vind het zo heftig.

Ik trek een wenkbrauw op. Waar gaat dit in hemelsnaam over?

De overgang. We zitten er middenin, roepen ze.

Ik verslik me in mijn prosecco. De overgang? Doe normaal zeg. Daar zijn wij toch veel te jong voor?

Nee joh, dat kan nu al beginnen hoor. En het kan wel vijftien jaar duren. Ze schreeuwen hard over de muziek heen. Pfft, ik ben misschien oud, maar nog niet doof.

Ze buitelen over elkaar heen. Slaapproblemen, energiegebrek, depressieve gevoelens, korte lontjes, pijnlijke gewrichten en dan die koppijn. Ik sta met mijn oren te klapperen, heb geen idee dat deze kwalen bij de overgang horen. Waar gaat dit eigenlijk over? De overgang is iets voor oude vrouwen met elektrische fietsen, korte roodgeverfde haren en zure mondhoeken. Vrouwen van minstens vijftig en dat ben ik nog lang niet. Ben je een haartje betoeterd, ik ben een jonge moeder aan het begin van een glansrijke carrière. Mijn gouden jaren moeten nog komen. Oké, ik was nogal oud was toen ik kinderen kreeg. Veertig toen mijn tweede werd geboren ik ben meer een late moeder dan een jonge moeder. Eigenlijk ben ik met alles een beetje laat. Mijn echte carrière startte ik toen ik halverwege de dertig was. Omringd door twintigers werd ik gekscherend MILF genoemd. Ik vond het best. Beter een MILF met een gouden toekomst dan een millennial met een burn-out. Ik heb het altijd al gezegd: niet te vroeg pieken. Want eenmaal op je piek, kan het alleen maar minder worden. Uitstellen dus die piek, en je verheugen op al het moois dat komen gaat. Dus begin op mijn 45ste met mij niet over de overgang. Daar heb ik helemaal geen tijd voor.

Helaas, mijn vriendinnen weten van geen ophouden. Ze omarmen de overgang alsof het hun nieuwste gadget is. Overal zitten spannende knopjes waar je op kunt drukken voor weer een ander effect.

Er schiet mij een vraag te binnen. Hoe zit dat dan met jullie menstruatie? Worden jullie nog wel ongesteld?

Nou en of, zegt vriendin R. die haar hele leven al kampt met ernstige PMS-klachten. Twee van de vier weken is ze er hondsberoerd van. Oftewel de helft van het jaar.

Maar nog even regelmatig als altijd?, vraag ik, terwijl de glans langzaam uit mijn ogen verdwijnt. Want praten over je maandelijkse bloedingen is nou niet mijn favoriete partytalk.

Ja, nog even regelmatig en even erg. Heb het net weer achter de rug, het was weer hels.

Nu word ik argwanend. Ja hallo, je kan toch niet én gebukt gaan onder maandelijkse menstruatieklachten én je laven aan overgangskwalen? Dat klinkt als eten van twee walletjes. Het is het een of het ander. Ik besluit dat het tijd is voor iets vrolijkers, het is tenslotte feest. Heupwiegend draai ik me om op zoek naar iemand waarmee ik kan schuren.

De volgende dag bel ik katterig met vriendin K. Vriendin K. zeurt nooit. Die had een hernia zonder dat ze het door had. Vriendin K. is een paar jaar ouder dan ik en ook zij was stomverbaasd over het geweeklaag van onze jonge vriendinnen.

Maar hadden zij ook geen problemen met hun zwangerschappen?, vraagt K.

Nou je het zegt. S. had een pre- én postnatale depressie. En R. wilde niets liever dan zand eten en had na zes weken al last van bekkeninstabiliteit.

Ja, je hebt van die mensen. Die hebben altijd wat. Een pijntje hier, een kwaaltje daar, gesnotter zus, gekriebel zo, bij de één schiet het erboven in en bij de ander loopt het er vanonder weer uit. Knellende rugwervels, ontstoken pezen, galbulten, nierstenen, licht in het hoofd of zwaar op de hand. Het rammelt, piept en kraakt. Dat is natuurlijk niet zo gek, het lichaam is een fragiel bouwwerk en we krijgen allemaal te maken met haperende onderdelen. Maar de vraag is hoeveel aandacht je eraan geeft. Je hebt mensen die nooit naar een dokter gaan en er zijn er die emmeren over iedere snotneus. En die snotneus lijkt vaak een afleidingsmanoeuvre van onderliggend leed dat zich diep verscholen in een beerput heeft genesteld waar niemand de deksel vanaf durft te halen.

Ik krijg het bijvoorbeeld altijd benauwd als ik iemand met een brace om de pols zie. Die brace roept de hele tijd dat ik moet informeren wat er aan de hand is. Die brace smacht zuigend en zuchtend naar aandacht. Terwijl niet altijd duidelijk is wat er nou werkelijk speelt. Zo heb ik een nicht met zo’n brace om haar duim. Maar die heeft ze niet altijd om. Toen we gingen bowlen droeg ze hem niet. Hoppetee, zes kilo bal aan haar duim. Bam, strike. Maar toen haar zoontje jarig was en we met de hele familie langskwamen, zat ze met die brace. Nee, ze kon niks. Koffiezetten ging niet. Afwassen ook niet. Dan denk ik toch: wat is er aan de hand? Wel of geen brace? Of zegt die brace eigenlijk: help, ik ben doodongelukkig in deze nieuwbouwwijk met mijn onhandelbare zoontje en een man die geen aandacht voor me heeft vanwege zijn bijna failliete zaak? Kijk, als ze dat nou zou zeggen, dan ben ik er voor haar. Lucht je hart en ik ga er eens goed voor zitten. Ik ben dol op praten, graven en analyseren. Ik denk en leef met je mee, maar bespaar me de brace-poppenkast. Hoe vager de klachten, hoe verdekter ik me opstel. Want alles wat je aandacht geeft groeit. Daarom doe ik of mijn neus bloedt.

Als mijn vriendinnen een paar jaar later informeren of ik nou eindelijk ook in de overgang zit, schud ik krachtig mijn hoofd. Nee, nergens last van. Ik doe niet aan de overgang. Het is ook een kwestie van mindset, zeg ik vastberaden. Ondertussen bekruipt me steeds vaker het gevoel dat ik vooral mezelf wil overtuigen. Dat ik me hardnekkig vastklamp aan iets wat ooit was. ’s Nachts heb ik het soms verdacht warm. Dat ligt uiteraard aan mijn dekbed. Of aan die man naast me, net een straalkacheltje. Het is echt geen opvlieger, doe niet zo gek. En als ik ineens ongekend prikkelbaar ben, komt dat doordat ik slecht slaap. Logisch, omdat ik het vaak zo warm heb. En slecht slapen, dat heeft weer effect op je stofwisseling, dus daar komen die verdomde extra kilo’s vandaan. Toch? In ieder geval niet van de overgang. Ik wil het niet, ik wil het niet. Ik ben niet klaar om af te ronden. Ik wil mijn seksleven niet aan de wilgen hangen. Mijn tijd is nog niet gekomen. Met andere woorden: ik zit zwaar in de ontkenning. Onbewust heb ik het zaakje omgedraaid: als iets groeit door aandacht, blijft het vast klein als ik het wegdruk. Voilà.

Mijn strategie faalt. Op een dag zie ik mezelf in de Etos staan. Met een leesbril op mijn neus snuffel ik tussen supplementen voor de 50+ vrouw. De haarverf ligt al in mijn mandje. Hoezo sexy? Wat denk ik nou eigenlijk? Wie loop ik hier te belazeren? Er is geen ontkomen aan, mijn haar wordt grijs, als ik buk kom ik bijna niet meer overeind en mijn zoon schaamt zich kapot als ik dans. Het leed is geschied. Ik ben een oud wijf. Een hard gelag. Want er zijn nog altijd mannen, meestal niet erg woke, zwaar in hun midlife en stiefelend op felgekleurde gympies, die roepen dat ze op jonge vrouwen vallen, want tja vrouwen van hun eigen leeftijd, dan gaat het om het karakter en een karakter kun je niet neuken.

Nou is dat niet zo’n ramp, want wij vrouwen met karakter willen helemaal niet geneukt worden door midlifemannen op kleurige gympies die onzin verkopen. Toch schuilt hierin het wezen van het drama. De overgang is een periode van transitie. We veranderen van jonge chick naar belegen vrouwspersoon. Of wijze dame. Of weet ik veel. In ieder geval willen die hormonen niet meer dansen maar slowen. Tot ze het feestje langzaam verlaten. Ons lichaam verandert en daarmee onze geest. En dat veroorzaakt paniek. In mijn geval zo’n vijf jaar later dan bij mijn vriendinnen, maar ik zei het al: ik ben met alles laat.

Schoorvoetend bel ik de vriendinnen op en vraag of ze misschien advies hebben. Zij blijken al bij een overgangsconsulente te lopen. En er is meer. Boeken, voorstellingen, podcasts de overgang is allang geen taboe meer. Dat was vroeger wel anders. Toen ik mijn schoonmoeder vroeg naar haar ervaringen met de overgang keek ze me bedenkelijk aan. Ik geloof niet dat ik daar last van heb gehad. Nee, daar kan ik me niets van herinneren.

Wat niet weet, wat niet deert. Maar kennis is macht en het is goed dat we tegenwoordig weten wat er gebeurt in ons lijf en daar indien nodig aandacht voor vragen. Alleen, hoeveel aandacht willen we precies? Met iedere crisis kun je op verschillende manieren omgaan. Je kunt het bagatelliseren, ridiculiseren, ontkennen, je kunt het overbelichten, je erin wentelen of je eraan vastklampen. De overgang staat nu op de kaart, en dat is mooi, maar het hoeft wat mij betreft niet per se op het zeikmenu des levens. Ik zou het een tussengerecht willen noemen en daarna door naar lekkerder hapjes. Wat dacht je van nooit meer ongesteld worden? Ongebreidelde seks zonder angst voor zwangerschap? Misschien wel de grootste voordelen van die hele transitie. Alleen: het is wel een beetje jammer dat we er gortdroog van kunnen worden. Vriendin K. degene die liever sterft dan klaagt is net wat verder in haar proces dan ik en als zij last heeft van een droge vagina, dan is het zo. Geen twijfel mogelijk. Gelukkig schaam ik me nergens meer voor. Ik heb er al speciaal een trui voor aangeschaft. Van het merk Superdry. Keigroot over mijn boezem: SUPERDRY. Fuck you.