
Ik moet zoveel en ik wil het niet
Tanden moeten gestookt, haren gewaxt, demente vaders verzorgd, de man verwend en fietskettingen geolied. Ellen Dekker wordt gek van het onderhoud dat ze moet plegen. Ik wil gewoon de boel de boel laten.
Tekst: Ellen Dikker
Sinds twee dagen stook ik fanatiek mijn tanden. En rag ik met twee verschillende borsteltjes de ruimte tussen mijn kiezen. Want overmorgen moet ik naar de mondhyginiste en daar ben ik een beetje bang voor. Als mijn tandvlees bij haar begint te bloeden krijg ik ervanlangs. Komt ze weer met allerlei adviezen en hulpmiddelen en opgeheven wijsvingers en zorgelijke blikken. Krijg ik op mijn hart gedrukt dat ik mijn gebit beter moet onderhouden want ontstoken tandvlees veroorzaakt pockets en pockets leiden tot loszittende kiezen en voor je het weet rammelt mijn hele gebit. IK WEET HET, IK WEET HET. En toch doe ik het niet. Als ik bij haar vandaan kom neem ik me hartgrondig voor van het stoken en raggen een dagelijkse routine te maken vijf minuutjes tandverzorging, wat is nou vijf minuutjes op een dag? maar na twee weken komt de klad erin. En pak ik de ragertjes en tandenstokers pas op als ik over twee dagen een afspraak met haar heb. Als een kleuter die bang is voor de juf. Wat bezielt me toch? Waarom doe ik niet gewoon wat goed voor me is? Het antwoord is simpel: ik ben slecht in onderhoud.
Want ik moet niet alleen raggen en stoken, ik moet van alles en op ieder gebied. Ik moet mijn lichaam onderhouden, maar ook mijn huis, de auto, het vakantiehuisje, de kinderen, mijn dementerende vader en de relatie met mijn man. ALLES moet onderhouden worden. Als je dat niet doet, gaat het rammelen. Gaat het scheuren en barsten, verleppen en afbrokkelen. Het hele kaartenhuis stort in elkaar als we het niet poetsen en polijsten. Is de ene klus geklaard, schreeuwt de volgende om aandacht. Het is een never ending story van aaneengeregen klussen. Ik begrijp de noodzaak, maar het is gekmakend veel werk en daar heb ik helemaal geen zin in. Omdat ik wil ontspannen, gewoon lekker niks, de boel de boel laten. Maar voor je het weet rot het hout van de kozijnen en ligt je man met een ander in bed.
Dus ik moet wel. Maar het gaat niet van een leien dakje. Organiseren, structureren, plannen en ordenen zijn niet mijn sterkste kanten. Neem mijn computer. Ik laat hem vollopen met mails, fotos, documenten en filmpjes tot-ie uit zn voegen barst. Pas als hij vastloopt bij iedere mail die ik wil versturen, kom ik in actie. Zuchtend en jammerend, dat wel. Want het is zon ongestructureerde bende dat ik niet weet waar ik moet beginnen. Terwijl ik ook vriendinnen heb die keurig alles ordenen en in mapjes plaatsen. Iedere foto, iedere mail, wordt meteen op de juiste plek geparkeerd. Een vriendin maakt ieder jaar een fotoboek voor al haar kinderen met alle hoogtepunten en mooiste tekeningen (want die worden ook allemaal vastgelegd op de harde schijf en gecategoriseerd per kind en jaartal). Ik wil dat dus ook, zon jaarboek voor mijn kinderen, maar ik loop al zestien jaar achter.
Zoals ik altijd met alles achter de feiten aanloop. Kleren die te klein zijn, speelgoed dat weg kan, zorgen dat kasten uitgemest en up-to-date zijn. Het lukt me niet. Alles puilt uit. Soms doe ik een grote opruimsessie, tassen en dozen vol oude meuk, en die zet ik dan in de berging. Dat is geen opruimen, dat is verplaatsen. Want die berging puilt op een goede dag ook uit. Ik moet het sorteren en wegbrengen. Het moet WEG. Alles netjes fotograferen en op Marktplaats zetten zoals sommige vriendinnen doen, heb ik allang opgegeven. Waar halen ze de tijd vandaan? Ik ben al dolblij als ik het naar een kringloop breng of desnoods in een vuilcontainer gooi. Maar in plaats daarvan struikel ik nog steeds over de Duplo waar al tien jaar niemand meer mee speelt. Als er een Feng Shui-goeroe bij mij zou binnenwandelen zou hij onmiddellijk dood neervallen.
Wat is het alternatief? Strakgetrokken huizen die totaal inwisselbaar zijn? Gestukte muren, gegoten vloeren, twee vazen voor het raam en een leeg kookeiland. Achter al het onderhoud kan een vinkje, maar ik moet er niet aan denken. Mijn rommel mag dan irritant zijn, het is wel persoonlijk en eigen. Mijn huis is een rariteitenkabinet vol herinneringen. Want ik bewaar alles. Ik hecht me aan iedere paperclip. Mijn hele leven ligt besloten in die berging. Laatst stuitte ik op een knalgeel ski-jack dat ik droeg toen ik zestien was. Speciaal gekocht voor mijn eerste wintersportvakantie. Als ik dat jack zie, zie ik mezelf weer staan op een berg in Oostenrijk, onhandig glibberend op skis maar toch breeduit lachend want mijn skileraar is te knap om waar te zijn. Ik zie de aprs-ski voor me met te veel Jgermeisters, ik zie me kotsen in de sneeuw, ik zie mezelf de volgende dag met een kater weer die berg op gaan. Ik zie mijn val, de gipsvlucht terug, ik zie het allemaal voor me alsof het gisteren was. Aan dat ski-jack hangt een waaier aan herinneringen. En herinneringen gooi ik niet weg.
Hoe ouder ik word, hoe meer spullen ik verzamel. Niet alleen van mezelf maar ook van overleden familieleden. De ontbijtbordjes van mijn oma, de zilveren seventies-schoenen van mijn moedertje. De bordjes zijn gehavend en de gesp van de rechterschoen is stuk, maar weggooien is geen optie. Hallo, het gaat hier om erfstukken! Die onvolmaaktheden vertellen een verhaal. Net als een litteken, een zwangerschapsmasker of een rimpel. Met een cosmetische ingreep valt alles weg te werken maar die identieke hoofden zijn toch niet om aan te gluren? Hoe mooi is het de sporen van de tijd te zien? Om te zien dat iemand geleefd heeft? Met zn kop in de zon heeft gestaan, stormen doorstaan?
Kijk, een beetje onderhoud is natuurlijk prima. We willen niet verslonzen. Maar het moet geen complete verbouwing worden. Zorgen dat de boel blijft marcheren, daar gaat het om. Daarom moet de ketting van de fiets worden gesmeerd, de olie in de auto zo nu en dan ververst, de ledematen soepel gehouden door een wandelingetje en de huid ingevet met een crmetje. Maar dat is het wel wat mij betreft. Die vergankelijkheid is toch niet tegen te houden. De tand des tijds wint het van een prik Botox. Je kunt niet aan de gang blijven. Hoe ouder we worden, hoe meer onderhoud er nodig is. Ik heb een vriendin die s ochtends anderhalf uur bezig is om zich op te kalefateren. Met een beetje mazzel heeft ze dan net de slaapvouwen uit haar wangen gestreken. Ik zou zeggen: omarm je kreukels. Het scheelt kostbare tijd.
Dagen in een sportschool beulen, gebeeldhouwde wenkbrauwen, pijnlijke harsbehandelingen, het hoeft niet h mensen. Het is maar buitenkant. En een opgedirkte buitenkant zegt niets over de binnenkant. Integendeel, hoe meer tijd er aan een gelikt uiterlijk wordt besteed, hoe aannemelijker het is dat de binnenkant onderhoud tekortkomt. Voeding voor de geest, daar gaat het om. Een goed boek, mooie muziek, een fijn gesprek. En ondertussen even het gebit raggen. Want om nou tandeloos het graf in te schuiven is ook zowat.

Ik moet zoveel en ik wil het niet
Tanden moeten gestookt, haren gewaxt, demente vaders verzorgd, de man verwend en fietskettingen geolied. Ellen Dekker wordt gek van het onderhoud dat ze moet plegen. Ik wil gewoon de boel de boel laten.
Tekst: Ellen Dikker
Sinds twee dagen stook ik fanatiek mijn tanden. En rag ik met twee verschillende borsteltjes de ruimte tussen mijn kiezen. Want overmorgen moet ik naar de mondhyginiste en daar ben ik een beetje bang voor. Als mijn tandvlees bij haar begint te bloeden krijg ik ervanlangs. Komt ze weer met allerlei adviezen en hulpmiddelen en opgeheven wijsvingers en zorgelijke blikken. Krijg ik op mijn hart gedrukt dat ik mijn gebit beter moet onderhouden want ontstoken tandvlees veroorzaakt pockets en pockets leiden tot loszittende kiezen en voor je het weet rammelt mijn hele gebit. IK WEET HET, IK WEET HET. En toch doe ik het niet. Als ik bij haar vandaan kom neem ik me hartgrondig voor van het stoken en raggen een dagelijkse routine te maken vijf minuutjes tandverzorging, wat is nou vijf minuutjes op een dag? maar na twee weken komt de klad erin. En pak ik de ragertjes en tandenstokers pas op als ik over twee dagen een afspraak met haar heb. Als een kleuter die bang is voor de juf. Wat bezielt me toch? Waarom doe ik niet gewoon wat goed voor me is? Het antwoord is simpel: ik ben slecht in onderhoud.
Want ik moet niet alleen raggen en stoken, ik moet van alles en op ieder gebied. Ik moet mijn lichaam onderhouden, maar ook mijn huis, de auto, het vakantiehuisje, de kinderen, mijn dementerende vader en de relatie met mijn man. ALLES moet onderhouden worden. Als je dat niet doet, gaat het rammelen. Gaat het scheuren en barsten, verleppen en afbrokkelen. Het hele kaartenhuis stort in elkaar als we het niet poetsen en polijsten. Is de ene klus geklaard, schreeuwt de volgende om aandacht. Het is een never ending story van aaneengeregen klussen. Ik begrijp de noodzaak, maar het is gekmakend veel werk en daar heb ik helemaal geen zin in. Omdat ik wil ontspannen, gewoon lekker niks, de boel de boel laten. Maar voor je het weet rot het hout van de kozijnen en ligt je man met een ander in bed.
Dus ik moet wel. Maar het gaat niet van een leien dakje. Organiseren, structureren, plannen en ordenen zijn niet mijn sterkste kanten. Neem mijn computer. Ik laat hem vollopen met mails, fotos, documenten en filmpjes tot-ie uit zn voegen barst. Pas als hij vastloopt bij iedere mail die ik wil versturen, kom ik in actie. Zuchtend en jammerend, dat wel. Want het is zon ongestructureerde bende dat ik niet weet waar ik moet beginnen. Terwijl ik ook vriendinnen heb die keurig alles ordenen en in mapjes plaatsen. Iedere foto, iedere mail, wordt meteen op de juiste plek geparkeerd. Een vriendin maakt ieder jaar een fotoboek voor al haar kinderen met alle hoogtepunten en mooiste tekeningen (want die worden ook allemaal vastgelegd op de harde schijf en gecategoriseerd per kind en jaartal). Ik wil dat dus ook, zon jaarboek voor mijn kinderen, maar ik loop al zestien jaar achter.
Zoals ik altijd met alles achter de feiten aanloop. Kleren die te klein zijn, speelgoed dat weg kan, zorgen dat kasten uitgemest en up-to-date zijn. Het lukt me niet. Alles puilt uit. Soms doe ik een grote opruimsessie, tassen en dozen vol oude meuk, en die zet ik dan in de berging. Dat is geen opruimen, dat is verplaatsen. Want die berging puilt op een goede dag ook uit. Ik moet het sorteren en wegbrengen. Het moet WEG. Alles netjes fotograferen en op Marktplaats zetten zoals sommige vriendinnen doen, heb ik allang opgegeven. Waar halen ze de tijd vandaan? Ik ben al dolblij als ik het naar een kringloop breng of desnoods in een vuilcontainer gooi. Maar in plaats daarvan struikel ik nog steeds over de Duplo waar al tien jaar niemand meer mee speelt. Als er een Feng Shui-goeroe bij mij zou binnenwandelen zou hij onmiddellijk dood neervallen.
Wat is het alternatief? Strakgetrokken huizen die totaal inwisselbaar zijn? Gestukte muren, gegoten vloeren, twee vazen voor het raam en een leeg kookeiland. Achter al het onderhoud kan een vinkje, maar ik moet er niet aan denken. Mijn rommel mag dan irritant zijn, het is wel persoonlijk en eigen. Mijn huis is een rariteitenkabinet vol herinneringen. Want ik bewaar alles. Ik hecht me aan iedere paperclip. Mijn hele leven ligt besloten in die berging. Laatst stuitte ik op een knalgeel ski-jack dat ik droeg toen ik zestien was. Speciaal gekocht voor mijn eerste wintersportvakantie. Als ik dat jack zie, zie ik mezelf weer staan op een berg in Oostenrijk, onhandig glibberend op skis maar toch breeduit lachend want mijn skileraar is te knap om waar te zijn. Ik zie de aprs-ski voor me met te veel Jgermeisters, ik zie me kotsen in de sneeuw, ik zie mezelf de volgende dag met een kater weer die berg op gaan. Ik zie mijn val, de gipsvlucht terug, ik zie het allemaal voor me alsof het gisteren was. Aan dat ski-jack hangt een waaier aan herinneringen. En herinneringen gooi ik niet weg.
Hoe ouder ik word, hoe meer spullen ik verzamel. Niet alleen van mezelf maar ook van overleden familieleden. De ontbijtbordjes van mijn oma, de zilveren seventies-schoenen van mijn moedertje. De bordjes zijn gehavend en de gesp van de rechterschoen is stuk, maar weggooien is geen optie. Hallo, het gaat hier om erfstukken! Die onvolmaaktheden vertellen een verhaal. Net als een litteken, een zwangerschapsmasker of een rimpel. Met een cosmetische ingreep valt alles weg te werken maar die identieke hoofden zijn toch niet om aan te gluren? Hoe mooi is het de sporen van de tijd te zien? Om te zien dat iemand geleefd heeft? Met zn kop in de zon heeft gestaan, stormen doorstaan?
Kijk, een beetje onderhoud is natuurlijk prima. We willen niet verslonzen. Maar het moet geen complete verbouwing worden. Zorgen dat de boel blijft marcheren, daar gaat het om. Daarom moet de ketting van de fiets worden gesmeerd, de olie in de auto zo nu en dan ververst, de ledematen soepel gehouden door een wandelingetje en de huid ingevet met een crmetje. Maar dat is het wel wat mij betreft. Die vergankelijkheid is toch niet tegen te houden. De tand des tijds wint het van een prik Botox. Je kunt niet aan de gang blijven. Hoe ouder we worden, hoe meer onderhoud er nodig is. Ik heb een vriendin die s ochtends anderhalf uur bezig is om zich op te kalefateren. Met een beetje mazzel heeft ze dan net de slaapvouwen uit haar wangen gestreken. Ik zou zeggen: omarm je kreukels. Het scheelt kostbare tijd.
Dagen in een sportschool beulen, gebeeldhouwde wenkbrauwen, pijnlijke harsbehandelingen, het hoeft niet h mensen. Het is maar buitenkant. En een opgedirkte buitenkant zegt niets over de binnenkant. Integendeel, hoe meer tijd er aan een gelikt uiterlijk wordt besteed, hoe aannemelijker het is dat de binnenkant onderhoud tekortkomt. Voeding voor de geest, daar gaat het om. Een goed boek, mooie muziek, een fijn gesprek. En ondertussen even het gebit raggen. Want om nou tandeloos het graf in te schuiven is ook zowat.




