Hoe Miriam langzaam maar toch zeker onzichtbaar werd

-

Niet eens zo lang geleden werden we nagestaard en nagefloten. We kregen bloemen en Valentijnskaarten en geen agent die ons op de bon slingerde. Helaas, ergens onderweg is het misgegaan. Miriam Mars analyseert hoe het zover heeft kunnen komen.

In de trein komt een man van een jaar of 37, 38 tegenover me zitten. Hij is lang, donker, goed gekleed. Ik staar hem aan en denk: hallo lekker ding. Hij kijkt terug. Mijn hart maakt een sprongetje. Dan gebeurt het. Hij kijkt mij niet aan, hij kijkt dwars door mij heen. Zijn blik boort zich dwars door de mijne waardoor het lijkt alsof hij naar mijn hoofdsteun staart. Hallo? Hier zit ik. Hier ben ik! Joehoe!’

Zinloos. Compleet zinloos. Ik. Miriam Mars, vijftig jaar oud, ben onzichtbaar.

Onzichtbaar word je niet van de ene op de andere dag. Daaraan gaat een heel proces vooraf. In mijn jonge jaren dartelde ik als een jonge hinde door het leven. Ik werd nagestaard en nagefloten. Er werd naar mij gejoeld. Geschreeuwd. Mannen haalden drankjes voor me. Ze bedeelden mij bepaalde eigenschappen toe. Er gingen deuren voor mij open die voor anderen gesloten bleven. Ik kreeg aanbiedingen waar ik al dan niet op inging. Ik was jong en blond en slank, had een leuke babbel en was op een toegankelijke manier mooi. Als ik ging stappen en ik zag een leuke jongen, hoefde ik maar even zijn kant op te kijken en ik had contact. Een sollicitatiegesprek: ik ging er onvoorbereid naartoe. Mondelinge examens: hetzelfde verhaal.

Kaarten met hartjes. Liefdesbrieven. Ook al zoiets waarvan ik nu pas besef hoe bijzonder het eigenlijk was. Wie waren al die idioten die mij schreven? Hoezo was ik de reden van iemands geluk? Waarom werd ik vergeleken met ochtendlicht dat op een ontluikende bloem viel? Ik kreeg last van plaatsvervangende schaamte. Doe normaal. Ik ken jullie niet en ik wil niet vergeleken worden met welk licht dan ook.

Op een Grieks eiland liep ik zoet over straat toen twee automobilisten mij in de gaten kregen. Ze claxonneerden en smeekten vanuit hun opengedraaide raampjes om mijn telefoonnummer. Ik haalde mijn schouders op en schaterde het uit toen ze door hormonen gedreven bovenop elkaar klapten.

Ik kreeg een baan op een reclamebureau. Op de tweede ochtend liep ik het kantoor van mijn baas binnen en vroeg wat ik die dag voor hem kon doen. Hij leunde achterover, stak heel langzaam een sigaar op en antwoordde: “Doen waar je het beste in bent. Mooi zijn.” Ik haalde diep adem en wist er nog net uit te persen: “Zolang jij mijn salaris betaalt, vind ik alles best.”

Ik hoorde dat ik de gunfactor had. Dat niemand mij iets weigerde vanwege mijn uiterlijk. Het drong niet tot mij door. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat andere vrouwen niet zo werden behandeld. Dat het ooit anders zou zijn.

Op mijn 34ste, ik had inmiddels twee kinderen, maakte ik kennis met het begrip MILF. Mijn dochter was dertien en woedend. Haar mama, een MILF? Ze liet me weten dat ik voor mijn eigen welzijn (en vooral het hare) beter iets anders aan kon trekken dan een naveltruitje. Ik begreep het. Ik trok mijn naveltruitje ietsje naar beneden, hees mijn broek een beetje omhoog, haalde diep adem en ging verder met het schillen van de aardappels.

Zichtbaar. Dat was ik. Als ik verkeerd parkeerde of geen autogordel droeg, kreeg ik geen bekeuring. ‘Dank u wel voor de waarschuwing, meneer agent.’ Vergat ik mijn tas op een terras: ‘Oh wat lief van u mevrouw, ik ben ook zo vergeetachtig.’ Op Valentijnsdag kreeg ik bloemen van onbekenden. Aan de schoolpoort telefoonnummers van papa’s in mijn handen gedrukt. Gênant, maar wat kon ik eraan doen. Kreeg ik een baan en werd me duidelijk gemaakt dat het aan mijn uiterlijk was te danken: nou en? Ik wist niet beter.

Onzichtbaar word je niet van de ene op de andere dag. Drie jaar geleden fietste ik op een plek waar dat die dag niet mocht. Drie BOA’s stormden op me af. ‘Oh sorry, ik ben ook zo gewend dat je hier op andere dagen wel mag fietsen…’ Ik kreeg gewoon een bekeuring.

De eerste keer dat iemand mij met u aansprak stond ik met mijn mond vol tanden. U? Ben ik een u? Een u en een mevrouw? Aan de balie in het gemeentehuis werd ik mevrouw Mars. In wachtkamers: ‘Mevrouw Mars, komt u maar met mij mee.’ Bij de slager en bakker: ‘Ja mevrouw, zegt u het maar.’

Ik begon te vervagen en had het niet door.

Ik dwarrelde een aantal jaar rond in mijn eigen microkosmos. Met dezelfde man, vrienden, vriendinnen, opdrachtgevers, collega’s. Mijn eigen vertrouwde omgeving.

Anderhalf jaar geleden moest ik met de trein naar Amsterdam. Ik wilde een kaartje kopen maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ik bestudeerde minutenlang een groot, geel apparaat waarop ingewikkelde instructies stonden. Ik gooide mijn charmes in de strijd en sprak een studentikoos type aan met de vraag of hij wist hoe dat apparaat werkte. Hij haalde zijn schouders op en liep door.

Toen ik uiteindelijk een dagretour had weten te bemachtigen, in de trein stapte en mijzelf door overvolle coupés worstelde werd ik overvallen door een gevoel dat ik sinds mijn tiende verjaardag niet meer kende: onzekerheid. Het gevoel dat ik niet werd opgemerkt. Niet gezien. Ik voelde me opgelaten tussen het jonge grut dat mijn plek had ingenomen.

Ik kwam aan op het Centraal Station en had geen idee welke tram ik moest nemen. Ik keek hulpeloos rond en er was niemand die op me af kwam lopen. Toen ik nog een dartele, jonge hinde was, schoot er altijd iemand me te hulp. Nu stond een vrouw op leeftijd voor de hoofdingang de boel een beetje op te houden. En die vrouw, dat was ik.

Ik kon drie dingen doen. Een: accepteren dat ik onzichtbaar was geworden en degelijke kleding, huidkleurige stappers en een kort en pittig kapsel aanschaffen. Twee: aan de botox, fillers en hairextensions in de hoop dat niemand ziet dat ik over de houdbaarheidsdatum ben. Drie: mezelf blijven en me erbij neerleggen dat ik onzichtbaar ben. Ik koos optie drie. Wat ik ook doe, ik word toch niet meer de dartele, jonge hinde die door god en iedereen wordt nagestaard.

Gisteren zat ik in de trein opnieuw tegenover een man die mij wel aankeek maar niet zag. Een oudere man dit keer. Iemand van mijn leeftijd. Ik pakte mijn mobiel en zag dat ik twee appjes had ontvangen. Het ene appje was van mijn vriend die mij een leuke dag wenste en wilde weten hoe laat ik thuis dacht te zijn. Het andere was van mijn zoon: een grappige tekst waarom ik hardop moest lachen. Toen ik opkeek, zag ik de man verstoord naar me kijken. Heel even overwoog ik mijn tong naar hem uit te steken maar ik hield me in. Ik staarde net zo wazig terug. Hij wendde zijn blik af. Loser.

Dit artikel verscheen eerder in Saar Magazine, het leukste blad voor 50+ vrouwen. Saar is een onafhankelijk blad, alles is gemaakt door en voor 50+ vrouwen. We hebben geen glimmend hoofdkantoor, geen mannen in pak die zeggen wat we moeten doen: gewoon een stel leuke vrouwelijke journalisten en bladenmakers, die wel 50 zijn, maar nog lang niet oud.

Meer weten? Klik dan hier.

Miriam Mars
Miriam Mars
Miriam (54) woont samen met JP en Kater Koos ergens in Brabant. Naast haar werkzaamheden als ZZP'er, werkt ze ook parttime voor een golfschool. Sinds 2021 is ze, naast moeder van twee volwassen kinderen, oma van Jan. Als de in Dubai woonachtige Jantje met zijn ouders in Nederland is laat ze alles uit haar handen vallen voor hem en is ze onbereikbaar voor iedereen. Meer weten? Op Instagram miriammars1968 laat ze alles zien. Nou ja. Bijna alles.

RECENTE ARTIKELEN