Hij is lief, maar toch: 15 uitspraken waarmee je partner je tot waanzin kan drijven

-

Er zijn van die relaties waarin de een niet doorheeft dat hij/zijn/hun de ander tot waanzin kan drijven. Vanwege de leesbaarheid houden we het even op een echtgenoot (in dit geval die van Puck), voor wie spreken absoluut goud is. Luisteren daarentegen…

Soms al bij het ontbijt: ‘Wat eten we vanavond?’ Als je nou eens zelf iets zou bedenken, de bijbehorende boodschappen zou doen en het zou maken, vriend?

‘Geef me even twee seconden.’ Spoiler Alert: het blijft nooit bij twee seconden. Soms gaat hij eerst in bad, soms moet hij eerst nog een fiets weer in elkaar zetten. Het is zijn standaard antwoord als ik hem vraag iets te doen of op hem sta te wachten. ‘Twee seconden’ is eerder ’twintig minuten’.  Het is dat ik van hem hou.

‘Is goed, doe ik straks wel even.’ Als hij gebiologeerd naar een herhaling van een herhaling van een wedstrijd uit 1998 zit te kijken. Dit is het moment om woedend en met veel kabaal zelf de vuilniszak uit de bak te rukken en de rolemmer aan de straat te zetten. Want ik vroeg het niet ‘straks’, ik vroeg het ‘nu’. En ik weet dat hij het zal vergeten en eenmaal in bed geen zin meer heeft om er nog uit te gaan, terwijl de vuilniswagen al om half acht komt en we ons met het idiote afvalsysteem van de gemeente (restafval wordt slechts eens in de vier weken opgehaald) niet kunnen veroorloven om een ronde te missen. ‘Ik moet hier ook alles zelf doen!’ is een passende tekst bij deze actie.

‘Mooi, hier is genoeg plek’, zegt hij en parkeert in de verste hoek van het parkeerterrein zodat we een kilometer moeten lopen, heen en terug. Ik mag onderweg graag de lege plekken aanwijzen waar we óók hadden kunnen staan.

De 793 functies van het dashboard van onze elektrische auto kent hij uit zijn hoofd, maar bij de aan-uitknop van de vaatwasser krijgt hij een glazige blik: ‘Hoe zat dit ook alweer?’

‘Heb je mijn X gezien?’ Sleutels, oortjes, gymspullen, zonnebril, oplader: De Man verwacht dat ik al zijn spullen weet te tracken. Zonen zijn erfelijk bepaald. Geen van hen is in staat om bij thuiskomst iets op een vaste plek te leggen. Ik moet al op zoveel dingen letten, let zelf op je zooi. En kijk eerst zelf even goed voor je mij erbij roept. De gemakzucht!

Niet op het handdoekenrek. Niet in de wasmand. Zijn natte handdoek blijft altijd achter op het bed. Aan zijn kant, dus eigen schuld als ie koud en vochtig ligt. Maar toch: waarom? Zijn gekmakende antwoord: ‘Maak je niet zo druk.’

Als hij zich uitkleedt, is het meer alsof hij ruit. Kleren, sokken, ondergoed – het ligt overal in huis, behalve in zijn kast. Kousen bij de deur, blazer op de bank, bij warm weer ligt zijn lange broek ernaast. Boven vraagt hij vervolgens waar zijn ruitjesoverhemd is. Dat herkent hij niet, omdat het netjes in zijn kast ligt. Waar hij dus maar zelden voorstaat.

‘Ik heb trek’.  Op zich niets mis mee, maar voor het maken van een dubbele boterham heeft hij niet alleen brood en vleeswaren nodig, maar ook minimaal twee messen, mayonaise, een sausje, kaas, kaasschaaf, een pot augurken, boter en een bord. Mijn droom is dat hij het ook allemaal terug in de koelkast zou zetten en het aanrecht schoon zou vegen. De zonen zijn ook hierin erfelijk belast. En dan is mam natuurlijk weer de zeikerd die ‘Ik ga het niet opruimen!’ krijst terwijl ik al bezig ben met, euh, opruimen.

‘Bijna raak’. Als vuil wasgoed met een gooi net naast de wasmand terechtkomt. En het dan niet alsnog even oprapen en ín de wasmand doen, hè?

‘Ik ben echt heel ziek’, als hij een verwaarloosbaar verkoudheidje heeft.

‘Ik doet het zelf wel.’ Dit wil zeggen dat hij een spoor van gereedschap in zijn kielzog achterlaat, in de bouwmarkt een boor van 130 euro met 93 hulpstukken koopt en uiteindelijk zijn vader belt, die dan het keukenkastje weer recht hangt.

Als hij iets stoms heeft gedaan, zegt hij net iets te lieve dingen zoals hoeveel hij van me houdt en hoe mooi ik ben. Het is een absolute Rode Vlag en het enige wat ik als antwoord hebt is: ‘Wat is er gebeurd?’ of ‘Wat heb je geflikt?’

Hij kondigt dingen aan. Dat hij naar de schuur gaat, dat hij naar boven gaat, dat hij gaat poepen. We wonen niet in Versailles, als er iets is, denk ik dat ik hem best zal kunnen vinden.

‘Ik snurk niet, je snurkt zelf!’ nadat je een halve nacht naar zijn gezaag hebt liggen luisteren en echtscheiding hebt overwogen.

Nooit meer iets missen?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en je krijgt wekelijks een verzameling van de beste stukken, updates over de podcast en de beste aanbiedingen van Saar in je mailbox!

gifgif
Puck van de Heuvel
Puck van de Heuvel
Puck (52) is copywriter en journalist, woont samen met haar man en drie pubers en is nog nooit een smeuïg verhaal tegengekomen waarvan ze niet onmiddellijk het fijne wil weten.

RECENTE ARTIKELEN