
Het grote raadsel: waarom vragen mannen ons nooit iets?
Cindy wilde gewoon een avondje muziek, bier en geen regen. Wat ze kreeg; een realitycheck in de vorm van piepjonge festivalgangers, een modetrend waar ze zich onmiddellijk te oud voor voelde én een ex-flirt die haar eraan herinnerde waarom het ook alweer niets geworden was.
Op een klein gratis nazomerfestival bij mij in de buurt was een leuk bandje geprogrammeerd en het regende niet, dus ik fietste er naartoe met een vriend. Naar grote festivals ga ik niet meer omdat ze duur zijn en ik na een halve dag niets anders meer wil dan op de grond liggen (desnoods in de modder) omdat mijn benen pijn doen van het lange staan.
Het terrein stond vol met piepjonge mensen. Twee dingen vielen me op, dat zwarte kleren niet meer cool zijn (pech voor mij) en dat meisjes nu lange sokken dragen. Jongeren zien er meestal goed uit, wat ze ook dragen, maar dat gaat niet op voor lange sokken. Uiteindelijk zal het wel weer wennen en koop ik ook lange sokken om er als een dwaas bij te lopen.
Terwijl de vriend in een oneindig lange rij voor de bar stond, kwam ik iemand tegen waar ik een paar jaar geleden mild verliefd op was. We hebben een beetje gerommeld, het werd niets en daarna spraken we elkaar nooit meer. Niet omdat ik kwaad op hem was, verkering met mij is waarschijnlijk zoiets als vakantie in een regenachtig land dus dat zou ik ook niet willen, maar omdat we elkaar toevallig nooit meer tegenkwamen.
Ik vond het leuk hem te zien. We spraken even en toen hij weer doorliep realiseerde ik me dat hij me niets had gevraagd en alleen over zichzelf had gepraat. Ik herinnerde me dat onze dates eigenlijk altijd zo verliepen, maar dat viel me toen niet zo op want ik zat in een slechte periode en had niet veel te melden. Nu echter gaat het een stuk beter met me, en daar is nog best een smakelijk verhaal over te vertellen.
De eenzijdigheid van het gesprek was natuurlijk ook mijn eigen schuld; ik had hem gewoon kunnen onderbreken om met stemverheffing de niet gestelde vraag te beantwoorden.
JA, MET MIJ GAAT HET OOK GOED. LEKKER LEKKER. INKOMEN NIET GEWELDIG MAAR WEL VEEL VRIJE TIJD. Ik neem aan dat mannen onder elkaar zo praten, want hoe kunnen ze anders ooit een gesprek voeren als niemand vragen stelt.
Maar schreeuwen zou ongemakkelijk zijn geweest, omdat ik als oudere al genoeg opviel daar, zonder lange sokken in een veld vol frisse Gen Z’ers.
“Is hier nog iets gebeurd?” vroeg de vriend waar ik mee was gekomen vrolijk, toen hij eindelijk terug was met twee bier in plastic bekers.
“Mannen…” antwoordde ik chagrijnig. “Geen idee hoe ik daarmee moet omgaan.”
Tekst: Cindy Hoetmer

Het grote raadsel: waarom vragen mannen ons nooit iets?
Cindy wilde gewoon een avondje muziek, bier en geen regen. Wat ze kreeg; een realitycheck in de vorm van piepjonge festivalgangers, een modetrend waar ze zich onmiddellijk te oud voor voelde én een ex-flirt die haar eraan herinnerde waarom het ook alweer niets geworden was.
Op een klein gratis nazomerfestival bij mij in de buurt was een leuk bandje geprogrammeerd en het regende niet, dus ik fietste er naartoe met een vriend. Naar grote festivals ga ik niet meer omdat ze duur zijn en ik na een halve dag niets anders meer wil dan op de grond liggen (desnoods in de modder) omdat mijn benen pijn doen van het lange staan.
Het terrein stond vol met piepjonge mensen. Twee dingen vielen me op, dat zwarte kleren niet meer cool zijn (pech voor mij) en dat meisjes nu lange sokken dragen. Jongeren zien er meestal goed uit, wat ze ook dragen, maar dat gaat niet op voor lange sokken. Uiteindelijk zal het wel weer wennen en koop ik ook lange sokken om er als een dwaas bij te lopen.
Terwijl de vriend in een oneindig lange rij voor de bar stond, kwam ik iemand tegen waar ik een paar jaar geleden mild verliefd op was. We hebben een beetje gerommeld, het werd niets en daarna spraken we elkaar nooit meer. Niet omdat ik kwaad op hem was, verkering met mij is waarschijnlijk zoiets als vakantie in een regenachtig land dus dat zou ik ook niet willen, maar omdat we elkaar toevallig nooit meer tegenkwamen.
Ik vond het leuk hem te zien. We spraken even en toen hij weer doorliep realiseerde ik me dat hij me niets had gevraagd en alleen over zichzelf had gepraat. Ik herinnerde me dat onze dates eigenlijk altijd zo verliepen, maar dat viel me toen niet zo op want ik zat in een slechte periode en had niet veel te melden. Nu echter gaat het een stuk beter met me, en daar is nog best een smakelijk verhaal over te vertellen.
De eenzijdigheid van het gesprek was natuurlijk ook mijn eigen schuld; ik had hem gewoon kunnen onderbreken om met stemverheffing de niet gestelde vraag te beantwoorden.
JA, MET MIJ GAAT HET OOK GOED. LEKKER LEKKER. INKOMEN NIET GEWELDIG MAAR WEL VEEL VRIJE TIJD. Ik neem aan dat mannen onder elkaar zo praten, want hoe kunnen ze anders ooit een gesprek voeren als niemand vragen stelt.
Maar schreeuwen zou ongemakkelijk zijn geweest, omdat ik als oudere al genoeg opviel daar, zonder lange sokken in een veld vol frisse Gen Z’ers.
“Is hier nog iets gebeurd?” vroeg de vriend waar ik mee was gekomen vrolijk, toen hij eindelijk terug was met twee bier in plastic bekers.
“Mannen…” antwoordde ik chagrijnig. “Geen idee hoe ik daarmee moet omgaan.”
Tekst: Cindy Hoetmer




