
Help, ik begrijp helemaal niks van Gen Z
Elke generatie heeft wel weer wat over de volgende generatie te zeggen. ‘Ze’ weten niks van hard werken, ‘ze’ steken altijd hun kop in het zand of ‘ze’ zijn teveel met geld bezig. Maar volgens Wikke is Generatie Z echt andere koek.
‘Fakka OG, zullen we zo nog even grindsetten op de floesflow en daarna kladiladi?’
Dat zei een collega van halverwege de twintig tegen me.
Ik keek hem wezenloos aan. Wat bedóelde hij, met deze woorden die ergens in de verte klonken als een seksuele referentie?
De vertaling, ontdekte ik later: Hoe gaat het, gewaardeerde senior collega, zullen we zo nog even met veel overtuiging focussen op de geldstroom en daarna ons werk afsluiten voor vandaag?
Ik word oud, was mijn eerste gedachte, gevolgd door: praat in godsnaam eens normaal. En als je dát denkt, dan is dat de definitieve bevestiging van het eerste: je bent officieel oud.
Ik kom uit 1973, dus ik ben Gen X. Ik weet nog hoe een huistelefoon met draaischijf werkt. Ik speelde op straat tot de lantaarnpalen aangingen, vond cool al een heel, tja, cool woord, en heb cassettebandjes teruggespoeld met een potlood. Ik heb geleerd te leven met analoge wachttijden: op de bus, op de radio, op de liefdesbrief die drie dagen onderweg was met de post.
En nu zit ik op kantoor tussen mensen die geboren zijn toen ik mijn eerste mobiele telefoon kreeg. Met een antenne.
Het begrijpen van de generatie na mij, de Millennials (1981–1996), lukt nog wel. Die zeggen ‘Gucci’ als ze ‘goed’ bedoelen en ‘yolo’ als ze op het punt staan hun eerste ayahuasca-ceremonie te beginnen. Ze maken PowerPoints over hun burn-out journey en hebben een huisdier met meer volgers had dan ik. Millennials zijn neurotisch, ambitieus en moe, en zijn daarmee een soort jongere versie van mijn generatie. Wel met een betere skincare routine, en een lichte obsessie voor avocado en havermelk.
Gen Z (1997-2012) lijkt soms echter een ander universum. Hun zinnen zijn half Engels, half TikTok en voor de rest emotie in emoji-vorm. Ze praten in vibes. Alles is aesthetic, delulu of main character energy. Ze hebben ‘oprecht honger’, alsof er ook zoiets bestaat als een ongemeende trek in een boterham met pindakaas. Ze soft launchen relaties en hard blocken hun exen. En als iets niet lukt, zeggen ze: sounds like a you problem. Ik heb oprecht weleens ‘fr fr no cap’ gegoogeld (betekent ‘echt waar, niet gejokt’) en me daarna afgevraagd of ik niet beter een cursus Koreaans kon volgen, met meer kans van slagen. Toen ik jong was, communiceerden we met woorden. Nu lijkt communicatie een sport waar je zonder TikTok-abonnement niet aan mag meedoen. En het is niet alleen hun taal. Het is de hele vibe.
Gen Z lijkt te leven in een constante mix van ironie en existentiële angst. Ze nemen alles serieus en tegelijk helemaal niets. Ze praten over therapie alsof het een hobby is, maar kunnen niet bellen zonder eerst een berichtje te sturen: mag ik je even bellen? Ze manifesteren hun droombaan op maandag en hebben op woensdag een quarterlifecrisis. En eerlijk: ik ben jaloers.
Waar wij met 25 vooral probeerden te doen alsof we volwassen waren (en heimelijk Marlboro Light rookten om dat te bewijzen), weten zij precies wat hun grenzen zijn, wat hun energy level is en wat ze waard zijn. Ze zeggen nee met een glimlach. Wij zeggen ja hoor en gaan daarna huilen op de wc.
Maar soms oogt het ook vermoeiend.
De jonge generaties zijn zo druk met zichzelf begrijpen, optimaliseren, benoemen en helen, dat ik me afvraag wanneer ze nog tijd hebben om zich kapot te vervelen zonder er een TikTok van te maken. Aan de andere kant: generaties verschillen nu eenmaal. Mijn oma vond een gescheurde spijkerbroek onfatsoenlijk en de ultieme rebellie. Ik vind het ingewikkeld dat Gen Z gevoelens communiceert met een ironische duim-omhoog emoji, en via stickers op een achterlijk grote waterfles. En waarschijnlijk zal de volgende generatie lachen om het feit dat ik nog old school teksten typ.
Het heeft ook iets ontroerends universeels, die generatieverschillen. Weliswaar praten zij in afkortingen en ik in zinnen met komma’s. Zij zeggen slay, ik zeg nou ja, goed gedaan hoor. Zij leven online, ik leef half offline en half verdwaald in Teams (Ben ik te verstaan? Hallo? Hóren jullie mij? Hoe zet ik die microfoon ook alweer aan?).
Maar uiteindelijk proberen we allemaal hetzelfde: een beetje begrepen worden.
Dus toen mijn collega laatst weer zei: Fakka OG, alles calm?, zei ik:
‘Ja hoor, alles chill in de vibe.’
Hij knikte. Het leek goedkeurend, al het had net zo goed ironisch kunnen zijn.
Maar hé. Voor even voelde ik me Gucci.
TEKST: Wikke Peters

Help, ik begrijp helemaal niks van Gen Z
Elke generatie heeft wel weer wat over de volgende generatie te zeggen. ‘Ze’ weten niks van hard werken, ‘ze’ steken altijd hun kop in het zand of ‘ze’ zijn teveel met geld bezig. Maar volgens Wikke is Generatie Z echt andere koek.
‘Fakka OG, zullen we zo nog even grindsetten op de floesflow en daarna kladiladi?’
Dat zei een collega van halverwege de twintig tegen me.
Ik keek hem wezenloos aan. Wat bedóelde hij, met deze woorden die ergens in de verte klonken als een seksuele referentie?
De vertaling, ontdekte ik later: Hoe gaat het, gewaardeerde senior collega, zullen we zo nog even met veel overtuiging focussen op de geldstroom en daarna ons werk afsluiten voor vandaag?
Ik word oud, was mijn eerste gedachte, gevolgd door: praat in godsnaam eens normaal. En als je dát denkt, dan is dat de definitieve bevestiging van het eerste: je bent officieel oud.
Ik kom uit 1973, dus ik ben Gen X. Ik weet nog hoe een huistelefoon met draaischijf werkt. Ik speelde op straat tot de lantaarnpalen aangingen, vond cool al een heel, tja, cool woord, en heb cassettebandjes teruggespoeld met een potlood. Ik heb geleerd te leven met analoge wachttijden: op de bus, op de radio, op de liefdesbrief die drie dagen onderweg was met de post.
En nu zit ik op kantoor tussen mensen die geboren zijn toen ik mijn eerste mobiele telefoon kreeg. Met een antenne.
Het begrijpen van de generatie na mij, de Millennials (1981–1996), lukt nog wel. Die zeggen ‘Gucci’ als ze ‘goed’ bedoelen en ‘yolo’ als ze op het punt staan hun eerste ayahuasca-ceremonie te beginnen. Ze maken PowerPoints over hun burn-out journey en hebben een huisdier met meer volgers had dan ik. Millennials zijn neurotisch, ambitieus en moe, en zijn daarmee een soort jongere versie van mijn generatie. Wel met een betere skincare routine, en een lichte obsessie voor avocado en havermelk.
Gen Z (1997-2012) lijkt soms echter een ander universum. Hun zinnen zijn half Engels, half TikTok en voor de rest emotie in emoji-vorm. Ze praten in vibes. Alles is aesthetic, delulu of main character energy. Ze hebben ‘oprecht honger’, alsof er ook zoiets bestaat als een ongemeende trek in een boterham met pindakaas. Ze soft launchen relaties en hard blocken hun exen. En als iets niet lukt, zeggen ze: sounds like a you problem. Ik heb oprecht weleens ‘fr fr no cap’ gegoogeld (betekent ‘echt waar, niet gejokt’) en me daarna afgevraagd of ik niet beter een cursus Koreaans kon volgen, met meer kans van slagen. Toen ik jong was, communiceerden we met woorden. Nu lijkt communicatie een sport waar je zonder TikTok-abonnement niet aan mag meedoen. En het is niet alleen hun taal. Het is de hele vibe.
Gen Z lijkt te leven in een constante mix van ironie en existentiële angst. Ze nemen alles serieus en tegelijk helemaal niets. Ze praten over therapie alsof het een hobby is, maar kunnen niet bellen zonder eerst een berichtje te sturen: mag ik je even bellen? Ze manifesteren hun droombaan op maandag en hebben op woensdag een quarterlifecrisis. En eerlijk: ik ben jaloers.
Waar wij met 25 vooral probeerden te doen alsof we volwassen waren (en heimelijk Marlboro Light rookten om dat te bewijzen), weten zij precies wat hun grenzen zijn, wat hun energy level is en wat ze waard zijn. Ze zeggen nee met een glimlach. Wij zeggen ja hoor en gaan daarna huilen op de wc.
Maar soms oogt het ook vermoeiend.
De jonge generaties zijn zo druk met zichzelf begrijpen, optimaliseren, benoemen en helen, dat ik me afvraag wanneer ze nog tijd hebben om zich kapot te vervelen zonder er een TikTok van te maken. Aan de andere kant: generaties verschillen nu eenmaal. Mijn oma vond een gescheurde spijkerbroek onfatsoenlijk en de ultieme rebellie. Ik vind het ingewikkeld dat Gen Z gevoelens communiceert met een ironische duim-omhoog emoji, en via stickers op een achterlijk grote waterfles. En waarschijnlijk zal de volgende generatie lachen om het feit dat ik nog old school teksten typ.
Het heeft ook iets ontroerends universeels, die generatieverschillen. Weliswaar praten zij in afkortingen en ik in zinnen met komma’s. Zij zeggen slay, ik zeg nou ja, goed gedaan hoor. Zij leven online, ik leef half offline en half verdwaald in Teams (Ben ik te verstaan? Hallo? Hóren jullie mij? Hoe zet ik die microfoon ook alweer aan?).
Maar uiteindelijk proberen we allemaal hetzelfde: een beetje begrepen worden.
Dus toen mijn collega laatst weer zei: Fakka OG, alles calm?, zei ik:
‘Ja hoor, alles chill in de vibe.’
Hij knikte. Het leek goedkeurend, al het had net zo goed ironisch kunnen zijn.
Maar hé. Voor even voelde ik me Gucci.
TEKST: Wikke Peters




