
Heleen is DOL op debiele tv
Heleen Spanjaard is al 25 jaar verslaafd aan The Bold and the Beautiful en wordt helemaal gelukkig van Blauw Bloed, De Familie Kruys, Chateau Meiland en de All you need is Love-kerstspecial. “Het is volslagen mesjogge en juist daarom zo lekker.”
Ik ga iets ingewikkelds uitleggen. Nee, niet doorbladeren, je moet er gewoon even doorheen, dat is alles. Oké, komt-ie: Baby Beth is niet dood. Dat zit zo. Hope, de dochter van Brooke Logan – ooit verwekt uit een vergis-fuck (deze ga ik niet eens uitleggen) – van Brooke met de vriend van haar oudste dochter Bridget, kreeg tijdens een zware storm opeens weeën in een vakantieoord. In het ziekenhuisje viel de stroom uit, en toen ze tijdens de persweeën (‘Push Hope, push!’) kortstondig het bewustzijn verloor, haalde de dienstdoende gynaecoloog-met-grote-gokschulden de baby weg en vertelde haar dat het kind de bevalling helaas niet had overleefd. Drama! Een met tranen bespette Brooke repte zich onmiddellijk naar haar dochter, samen met echtgenoot Ridge natuurlijk, met wie zij voor de achtste keer is getrouwd. Tussen al haar huwelijken en scheidingen – vijftien in totaal – door, is de licht ontvlambare Brooke behalve ex-alcoholist de uitvindster van een stof die niet kan kreuken. Ridge heeft met zijn ex-vrouw Taylor twee kinderen: Steffy (ooit wild, nu braaf) en Thomas (psychopaat). O ja, en Phoebe, maar die is al dood. Steffy wilde heel graag een zusje voor haar baby-dochter Kelly. Maar ja, ze is tijdelijk single en dan duurt het adoptieproces zo lang. Gelukkig kende haar moeder Taylor (die wereldvermaard psychiater is, dus rijk, maar ook zwaar labiel, eveneens ex-alcoholist, ooit ontvoerd door een Arabische sjeik en doodverklaard, en tevens – want labiel – de geheimzinnige schutter die mijn grote favoriet Bill Spencer in zijn rug schoot) de gokverslaafde gynaecoloog die Hopes’ baby stal. En toen hij vertelde dat hij toevallig een baby in de aanbieding had, schafte Taylor die meteen aan voor Steffy. Zo kwam de baby, die door Hope postuum Beth was genoemd, terecht bij Hopes’ soort-van-stief-halfzus Steffy, die haar Phoebe noemde naar haar overleden zusje. Binnen de familie wist natuurlijk niemand dat Phoebe eigenlijk Beth was, en toen kwam het uiteindelijk, na maanden toch nog uit, waarna…
Ho! Stop!
Wat is dit voor waanzin.
Nou, dit is een recente verhaallijn uit de soap The Bold and the Beautiful. Als je eens wist wat ik alleen al van deze verhaallijn nog allemaal aan verwikkelingen en onderlinge verbanden heb verzwegen. Waarom ik inmiddels mijn 25-jarig jubileum als verslaafde heb kunnen vieren? Al sla je me dood, ik heb geen idee. Ik neem de serie standaard op, speel af en zap door wat mij niet boeit. Kost me in totaal een kwartiertje per dag schat ik, maar dan heb ik toch even mijn dosis van het krankzinnige haute-couture familiebedrijf in Beverly Hills gehad. De mensen ken ik, de verhaallijnen ken ik, de conversaties die eindeloos herhaald worden en de wezenloze blik aan het eind van iedere aflevering. Nog idioter: ik weet zelfs al wat er gaat gebeuren, omdat ik op internet regelmatig de recaps lees. Dat zijn samenvattingen van de afleveringen die in Amerika al zijn uitgezonden, maar waar wij nog twee maanden op moeten wachten. Het is, kortom, volslagen debiel. Maar juist daarom zo lekker.
Kíjk jij naar die rotzooi?, hoor ik vaak. Nou ben ik de schaamte als de B&B verslaafde allang voorbij. Dus is mijn antwoord een ijzig ja, gevolgd door een snerpend: “Het is al decennia de best bekeken soapserie ter wereld, ze zullen dus wel IETS goed doen, denk je ook niet?” Om het vervolgens op een superieur zwijgen te zetten.
Ja, mensen, kom niet aan mijn Boldje.
Ik beken: ik houd van debiele televisie. Ik ben geen kijker die zichzelf met de stopwatch in de hand een uurtje tv gunt – en dan alleen naar verantwoorde programma’s zoals Buitenhof of het wekelijkse gesprek met de minister-president. Dat lees ik wel in de krant. Ik kijk iedere dag naar het nieuws, een mooie documentaire, DWDD en Jinek of Pauw pik ik ook graag mee, maar ik schat dat driekwart van mijn kijkgedrag in de categorie ‘dit gaat echt nergens over‘ valt. Nou is ‘debiele televisie’ uiteraard een arbitrair begrip. Zodra mensen hun kleren uittrekken om te gaan daten, of schaars gekleed op een eiland gaan zitten om zogenaamd hun relatie uit te testen – altijd onverstaanbaar pratende, getatoeëerde spierbundels die geen ander doel hebben dan flink te rampetampen met uit siliconen en hairextensions opgetrokken mokkels – haak ik af. Spelletjes en kwissen? Oké, Minder debiel, maar ik kijk er nooit naar. Sport idem dito. Mee met de deurwaarder? Dank je feestelijk, andermans ellende is wat mij betreft geen entertainment. Een gelauwerde serie als Game of Thrones? Zodra er een schavot met een bijl in zicht komt (na vijf minuten in de eerste aflevering) ben ik al afgehaakt. Het ontelbare aantal kookprogramma’s met geteut over ‘mooie gerechtjes’? Pleur op met die perverse obsessie voor vreten, bakken en braden.
Maar woonprogramma’s met hun zwaar gesponsorde metamorfoses? Heerlijk. Soms zijn ze inspirerend, vaker compleet mesjogge. Wat een verrassing, die trap die opeens – zoals in alle gemetamorfooste huizen – met leer is bekleed. Het hysterische retro-behang. De muren gesausd in onmogelijk kleuren (“Je zei: ik wil ab-so-luut geen roze, maar kijk hoe mooi het staat.”), de spuuglelijke kleedjes op de vloer of een hele wand behangen met kamerplanten. Lekker praktisch. Jammer dan, want: sponsor. En dan de voorspelbare reacties. Ja lieve kijkbuiskinderen, pak de bingokaart er maar bij: licht wordt gedimd, kaarsjes aan, kreunmuziekje gestart, deur gaat open, handen worden vol ongeloof voor monden geslagen, en dan het ademloze: “Wat gááf! Kijk daar! Nee, kijk dáár!” Lekker hoor, die honderd procent voorspelbaarheid.
Wegdromen doe ik ook graag bij Blauw bloed waar ik als rechtgeaarde republikein o zo graag naar kijk voor de jurken van Máxima en koninklijke tiara’s in het algemeen. Mocht er een volgend leven zijn, dan weet ik wat ik wil worden als ik later groot ben: juwelenhistorica. De hele dag kwetteren over het Korenaardiadeem, de Stuart-diamant of over die ene enorme, cabochon geslepen, druppelvormige smaragd. Dat moet toch verrukkelijk zijn?
Kortom, ontspanning, dat is wat ik wil. En lachen. Om het geniale The Big Bang Theory. Om De familie Kruys (over wegdroom-interieurs gesproken). Om Martien in Chateau Meiland. Of me even heerlijk ergeren aan het wezenloze gezwets in Keeping up with the Kardashians. “En natuurfilms dan?”, vroeg een vriendin. “Jij bent toch zo’n hysterisch dierenliefhebstertje?” Jazeker, maar die trek ik ook niet meer. Kijk eens, een schattig babyzeehondje. Beng. Kledder. Babyzeehondje is in hapklare mootjes naar binnen gewerkt door hongerige orka. En kijk, daar probeert een pasgeboren antiloopje voor het eerst op z’n wankelende pootjes te staan. Bespaar je de moeite, zegt de langslopende cheetah. De natuur is wreed, dat weet ik heus wel, maar wil ik dat zien? Nee. Kan ik niet tegen. Geef mij maar Bed & Breakfast waarin de enige rimpeling een wankel handdoekrekje is of een ontbrekend leeslampje.
Waarom ben ik als het op televisie aankomt zo’n enorme ellende-mijder geworden? Zap ik tijdens Zomergasten tijdens een minder boeiend fragment door om vervolgens bij een godbetert derde herhaling van Hotter than my daughter te blijven hangen?
Ik denk dat het komt omdat a) de wereld gek is geworden, en b) wij met dank aan het internet permanent op de eerste rang zitten. Vierentwintig uur per etmaal worden er bakken vol problemen en gruwelen over ons uitgestort. Hop, daar komen ze weer voorbij: de stalbranden. Krankzinnige wereldleiders. Mensen die elkaar de hersens inslaan om Zwarte Piet of Roetveegpiet. Misstanden in abattoirs. Harde Brexit. Idioten die zomaar om zich heen gaan steken. Liquidaties. Terreur. Naderende crisis. Mocromaffia. De natuur die het aflegt tegen geld, stropers en klimaatontkenners.
Maar ik kan helemaal geen beelden aan van radeloze orang oetans tussen omgehakte bomen. Daar lig ik nachten wakker van. Een brandende Amazone? Ik zap hyperventilerend door. Vluchtelingen die op Lesbos kniediep door de drek strompelen, idem dito. Er zijn tegenwoordig dagen dat ik het journaal oversla omdat ik er een instant depressie van krijg.
Machteloos. Moedeloos.
Daarom wil ik tussen acht en elf uur ’s avonds niet geconfronteerd worden met de boze buitenwereld, maar in standje ‘even niks’ lekker op de bank met het verstand op nul. Ik weet wat er speelt, ik lees iedere dag de krant, meer hoeft niet. Wil ik niet. Dus kom maar door, Say yes to the dress, of steengoede Scandi-thriller. Of straks, Robert ten Brink met z’n All You Need is Love-kerstspecial boordevol romantische aanzoeken, aandoenlijk gestruikel door de sneeuw naar een teerbeminde, en de grote vraag: komt hij/zij echt door de deur? Nog beter: Er wordt gefluisterd dat er op 14 februari, Valentijnsdag, een First dates op stapel staat met vrijgezelle bekende Nederlands die gaan daten met onbekende landgenoten.
S.M.U.L.L.E.N.
Tekst: Heleen Spanjaard

Heleen is DOL op debiele tv
Heleen Spanjaard is al 25 jaar verslaafd aan The Bold and the Beautiful en wordt helemaal gelukkig van Blauw Bloed, De Familie Kruys, Chateau Meiland en de All you need is Love-kerstspecial. “Het is volslagen mesjogge en juist daarom zo lekker.”
Ik ga iets ingewikkelds uitleggen. Nee, niet doorbladeren, je moet er gewoon even doorheen, dat is alles. Oké, komt-ie: Baby Beth is niet dood. Dat zit zo. Hope, de dochter van Brooke Logan – ooit verwekt uit een vergis-fuck (deze ga ik niet eens uitleggen) – van Brooke met de vriend van haar oudste dochter Bridget, kreeg tijdens een zware storm opeens weeën in een vakantieoord. In het ziekenhuisje viel de stroom uit, en toen ze tijdens de persweeën (‘Push Hope, push!’) kortstondig het bewustzijn verloor, haalde de dienstdoende gynaecoloog-met-grote-gokschulden de baby weg en vertelde haar dat het kind de bevalling helaas niet had overleefd. Drama! Een met tranen bespette Brooke repte zich onmiddellijk naar haar dochter, samen met echtgenoot Ridge natuurlijk, met wie zij voor de achtste keer is getrouwd. Tussen al haar huwelijken en scheidingen – vijftien in totaal – door, is de licht ontvlambare Brooke behalve ex-alcoholist de uitvindster van een stof die niet kan kreuken. Ridge heeft met zijn ex-vrouw Taylor twee kinderen: Steffy (ooit wild, nu braaf) en Thomas (psychopaat). O ja, en Phoebe, maar die is al dood. Steffy wilde heel graag een zusje voor haar baby-dochter Kelly. Maar ja, ze is tijdelijk single en dan duurt het adoptieproces zo lang. Gelukkig kende haar moeder Taylor (die wereldvermaard psychiater is, dus rijk, maar ook zwaar labiel, eveneens ex-alcoholist, ooit ontvoerd door een Arabische sjeik en doodverklaard, en tevens – want labiel – de geheimzinnige schutter die mijn grote favoriet Bill Spencer in zijn rug schoot) de gokverslaafde gynaecoloog die Hopes’ baby stal. En toen hij vertelde dat hij toevallig een baby in de aanbieding had, schafte Taylor die meteen aan voor Steffy. Zo kwam de baby, die door Hope postuum Beth was genoemd, terecht bij Hopes’ soort-van-stief-halfzus Steffy, die haar Phoebe noemde naar haar overleden zusje. Binnen de familie wist natuurlijk niemand dat Phoebe eigenlijk Beth was, en toen kwam het uiteindelijk, na maanden toch nog uit, waarna…
Ho! Stop!
Wat is dit voor waanzin.
Nou, dit is een recente verhaallijn uit de soap The Bold and the Beautiful. Als je eens wist wat ik alleen al van deze verhaallijn nog allemaal aan verwikkelingen en onderlinge verbanden heb verzwegen. Waarom ik inmiddels mijn 25-jarig jubileum als verslaafde heb kunnen vieren? Al sla je me dood, ik heb geen idee. Ik neem de serie standaard op, speel af en zap door wat mij niet boeit. Kost me in totaal een kwartiertje per dag schat ik, maar dan heb ik toch even mijn dosis van het krankzinnige haute-couture familiebedrijf in Beverly Hills gehad. De mensen ken ik, de verhaallijnen ken ik, de conversaties die eindeloos herhaald worden en de wezenloze blik aan het eind van iedere aflevering. Nog idioter: ik weet zelfs al wat er gaat gebeuren, omdat ik op internet regelmatig de recaps lees. Dat zijn samenvattingen van de afleveringen die in Amerika al zijn uitgezonden, maar waar wij nog twee maanden op moeten wachten. Het is, kortom, volslagen debiel. Maar juist daarom zo lekker.
Kíjk jij naar die rotzooi?, hoor ik vaak. Nou ben ik de schaamte als de B&B verslaafde allang voorbij. Dus is mijn antwoord een ijzig ja, gevolgd door een snerpend: “Het is al decennia de best bekeken soapserie ter wereld, ze zullen dus wel IETS goed doen, denk je ook niet?” Om het vervolgens op een superieur zwijgen te zetten.
Ja, mensen, kom niet aan mijn Boldje.
Ik beken: ik houd van debiele televisie. Ik ben geen kijker die zichzelf met de stopwatch in de hand een uurtje tv gunt – en dan alleen naar verantwoorde programma’s zoals Buitenhof of het wekelijkse gesprek met de minister-president. Dat lees ik wel in de krant. Ik kijk iedere dag naar het nieuws, een mooie documentaire, DWDD en Jinek of Pauw pik ik ook graag mee, maar ik schat dat driekwart van mijn kijkgedrag in de categorie ‘dit gaat echt nergens over‘ valt. Nou is ‘debiele televisie’ uiteraard een arbitrair begrip. Zodra mensen hun kleren uittrekken om te gaan daten, of schaars gekleed op een eiland gaan zitten om zogenaamd hun relatie uit te testen – altijd onverstaanbaar pratende, getatoeëerde spierbundels die geen ander doel hebben dan flink te rampetampen met uit siliconen en hairextensions opgetrokken mokkels – haak ik af. Spelletjes en kwissen? Oké, Minder debiel, maar ik kijk er nooit naar. Sport idem dito. Mee met de deurwaarder? Dank je feestelijk, andermans ellende is wat mij betreft geen entertainment. Een gelauwerde serie als Game of Thrones? Zodra er een schavot met een bijl in zicht komt (na vijf minuten in de eerste aflevering) ben ik al afgehaakt. Het ontelbare aantal kookprogramma’s met geteut over ‘mooie gerechtjes’? Pleur op met die perverse obsessie voor vreten, bakken en braden.
Maar woonprogramma’s met hun zwaar gesponsorde metamorfoses? Heerlijk. Soms zijn ze inspirerend, vaker compleet mesjogge. Wat een verrassing, die trap die opeens – zoals in alle gemetamorfooste huizen – met leer is bekleed. Het hysterische retro-behang. De muren gesausd in onmogelijk kleuren (“Je zei: ik wil ab-so-luut geen roze, maar kijk hoe mooi het staat.”), de spuuglelijke kleedjes op de vloer of een hele wand behangen met kamerplanten. Lekker praktisch. Jammer dan, want: sponsor. En dan de voorspelbare reacties. Ja lieve kijkbuiskinderen, pak de bingokaart er maar bij: licht wordt gedimd, kaarsjes aan, kreunmuziekje gestart, deur gaat open, handen worden vol ongeloof voor monden geslagen, en dan het ademloze: “Wat gááf! Kijk daar! Nee, kijk dáár!” Lekker hoor, die honderd procent voorspelbaarheid.
Wegdromen doe ik ook graag bij Blauw bloed waar ik als rechtgeaarde republikein o zo graag naar kijk voor de jurken van Máxima en koninklijke tiara’s in het algemeen. Mocht er een volgend leven zijn, dan weet ik wat ik wil worden als ik later groot ben: juwelenhistorica. De hele dag kwetteren over het Korenaardiadeem, de Stuart-diamant of over die ene enorme, cabochon geslepen, druppelvormige smaragd. Dat moet toch verrukkelijk zijn?
Kortom, ontspanning, dat is wat ik wil. En lachen. Om het geniale The Big Bang Theory. Om De familie Kruys (over wegdroom-interieurs gesproken). Om Martien in Chateau Meiland. Of me even heerlijk ergeren aan het wezenloze gezwets in Keeping up with the Kardashians. “En natuurfilms dan?”, vroeg een vriendin. “Jij bent toch zo’n hysterisch dierenliefhebstertje?” Jazeker, maar die trek ik ook niet meer. Kijk eens, een schattig babyzeehondje. Beng. Kledder. Babyzeehondje is in hapklare mootjes naar binnen gewerkt door hongerige orka. En kijk, daar probeert een pasgeboren antiloopje voor het eerst op z’n wankelende pootjes te staan. Bespaar je de moeite, zegt de langslopende cheetah. De natuur is wreed, dat weet ik heus wel, maar wil ik dat zien? Nee. Kan ik niet tegen. Geef mij maar Bed & Breakfast waarin de enige rimpeling een wankel handdoekrekje is of een ontbrekend leeslampje.
Waarom ben ik als het op televisie aankomt zo’n enorme ellende-mijder geworden? Zap ik tijdens Zomergasten tijdens een minder boeiend fragment door om vervolgens bij een godbetert derde herhaling van Hotter than my daughter te blijven hangen?
Ik denk dat het komt omdat a) de wereld gek is geworden, en b) wij met dank aan het internet permanent op de eerste rang zitten. Vierentwintig uur per etmaal worden er bakken vol problemen en gruwelen over ons uitgestort. Hop, daar komen ze weer voorbij: de stalbranden. Krankzinnige wereldleiders. Mensen die elkaar de hersens inslaan om Zwarte Piet of Roetveegpiet. Misstanden in abattoirs. Harde Brexit. Idioten die zomaar om zich heen gaan steken. Liquidaties. Terreur. Naderende crisis. Mocromaffia. De natuur die het aflegt tegen geld, stropers en klimaatontkenners.
Maar ik kan helemaal geen beelden aan van radeloze orang oetans tussen omgehakte bomen. Daar lig ik nachten wakker van. Een brandende Amazone? Ik zap hyperventilerend door. Vluchtelingen die op Lesbos kniediep door de drek strompelen, idem dito. Er zijn tegenwoordig dagen dat ik het journaal oversla omdat ik er een instant depressie van krijg.
Machteloos. Moedeloos.
Daarom wil ik tussen acht en elf uur ’s avonds niet geconfronteerd worden met de boze buitenwereld, maar in standje ‘even niks’ lekker op de bank met het verstand op nul. Ik weet wat er speelt, ik lees iedere dag de krant, meer hoeft niet. Wil ik niet. Dus kom maar door, Say yes to the dress, of steengoede Scandi-thriller. Of straks, Robert ten Brink met z’n All You Need is Love-kerstspecial boordevol romantische aanzoeken, aandoenlijk gestruikel door de sneeuw naar een teerbeminde, en de grote vraag: komt hij/zij echt door de deur? Nog beter: Er wordt gefluisterd dat er op 14 februari, Valentijnsdag, een First dates op stapel staat met vrijgezelle bekende Nederlands die gaan daten met onbekende landgenoten.
S.M.U.L.L.E.N.
Tekst: Heleen Spanjaard




