Heleen gaat sporten: “Ik ben een onsportief zuurbekje en mis het sport-gen”

-

Power walking, jazzballet, yoga en Bodybalance, noem een sport en Heleen Spanjaard heeft zich eraan gewaagd. Met bedroevend resultaat. “Ik vrees dat ik een of ander belangrijk sport-gen mis of zo.”

Ik woon vlakbij een sportschool. Vlakbij is echt vlakbij, 120 stappen om precies te zijn. Als ik langsloop zie ik mensen op loopbanden, hometrainers en – deze moest ik even googelen voor de juiste benaming – crosstrainers en stairmasters. Of ze zijn andere heilzame dingen aan het doen. Boksen of iets ingewikkelds met gewichten.

Buiten, in het bos of in de polder word ik regelmatig voorbij gerend of gefietst door hijgende lieden in hemeltergend lelijke outfits. Werd ik eerst nog geplaagd door enig schuldgevoel als ik al dat gezwoeg en gezweet zag, sinds ik heb gelezen dat lekker wandelen net zo veel gezondheidswinst oplevert als joggen – met als extra bonus geen overbelasting van gewrichten – kan ik niet meer zo met mijn totale gebrek aan sportiviteit zitten.

Geen idee hoe ik zo’n onsportief zuurbekje ben geworden. Geboren in een volkomen onsportief gezin – destijds tamelijk normaal – was de stimulans om te gaan sporten minimaal, maar ja, dat zegt niet alles.  Het enige wat ik leuk vond is paardrijden. Dat deed ik toen en doe ik nog steeds. Goed, er zijn ooit oprispingen geweest waarin ik respectievelijk wilde schermen en boogschieten, maar het bleef bij willen en niet doen.

Tennissen én bardienst

Ik trouwde een man die wilde tennissen. Ga je gang zei ik, maar nee, ik moest ook, want ‘anders was het niet leuk.’ Schoorvoetend ging ik mee – je hebt je man te gehoorzamen nietwaar? – ik bleek geen enkel talent te hebben. Oké, ik kon de bal messcherp serveren maar als-ie terugkwam wist ik niet wat ik er mee aan moest. Bovendien – en dat was helemaal onverdraaglijk – werd van ieder lid van de tennisclub verwacht dat je af en toe een bardienst zou draaien. Nu ben ik behept met de onhandige combinatie van mensenschuwheid en rekenblindheid; het idee dat ik een biertje moest tappen voor een wildvreemde en daarna Af Moest Rekenen – hoe dan? – benam mij de adem. Blinde paniek. Ga jij maar, zei ik tegen mijn echtgenoot toen het mijn beurt was, jíj moest toch zo nodig tennissen? Hij weigerde. Ik hield voet bij stuk. Hij werd kwaad. Ik ging heel hard janken. Manlief vertrok vloekend naar de bardienst. Niet veel later werd de scheiding uitgesproken.

Wandelen met de hond

En toen? Nou niks, behalve – met dank aan Jane Fonda – de opwindende opkomst van aerobics met megaleuke (vonden we toen) beenwarmers en hoofdbandjes. Ik meldde mij meteen aan voor een klasje. Deceptie. Tót er een wezen met flaporen en een kwispelstaart mijn leven binnenwandelde.  En zie, daar was de oplossing: wandelen met hondje. Dat is pas leuk. Hond nummer 1 beklaagde zich regelmatig dat hij bij een ‘de paden op, de lanen in’-type als ik was herplaatst, maar nadat hij naar de eeuwige jachtvelden was overgegaan, kwam hond nummer 2 en dat bleek een zeer enthousiast wandelaartje te zijn. Die 10.000 stappen per dag halen we meestal wel, soms zelfs meer. Dat tussendoor mijn avontuur met dat zogenaamde ‘levens veranderende’ yoga op niets uit liep (de hele tijd met je kop naar beneden hangen kan niet goed zijn voor een mens) was jammer, maar kennelijk past het niet bij me.  Een andere poging met Bodybalance – een combinatie van yoga, tai chi en pilates – faalde ook jammerlijk.  Het zou mij niet alleen een gevoel van rust en kalmte bezorgen, zo beloofde de informatiefolder, maar ook in een toestand van harmonie en balans brengen. Waar kan ik tekenen, riep ik en schreef me meteen in. Hoe het was? De hel. Het leek verdomme wel bootcamp.

Stijgende lijnen aan mijn lijf

Ik gaf het op. Iedere dag flink aan de wandel en wekelijks te paard, ik was er tevreden mee. Tot ik merkte dat ik hier en daar toch begon te verstijven, en niet zo’n beetje ook. Bovendien was mijn onderstel dan wel aardig getraind, maar boven de navel was het een slappe boel. Die zwabberarmen. Die pens. Dat gewicht. Over stijgende lijnen gesproken. Er zat niets anders op: meer actie. Circuittraining dan maar. Daarbij maak je een rondje langs allerlei apparaten waarbij je kort telkens een andere spiergroep aanpakt. Leek mij wel wat. In het zaaltje ging om de paar minuten een signaal af en was het bedoeling dat je een apparaat op zou schuiven. Dat gebeurde lang niet altijd. Het meisje dat ingehuurd was om de boel in de gaten te houden en uitleg te geven had uitsluitend aandacht voor haar plaknagels en telefoon en gaf structureel geen sjoege. Ook niet als die griezelige vrouw met kort-en-pittig kapsel de crosstrainer steevast een half uur bezet hield en ondertussen om zich heen keek met zo’n ‘wie doet me wat’ smoelwerk. Ik hield het voor gezien.

Zwemmen dan?

Uiteindelijk restte mij de enige sport die sowieso het heilzaamst is voor je lichaam, en waaraan ik – hou je vast – geen hekel heb: zwemmen. Badpak en handdoek ingepakt en op naar het zwembad. Het uurtje banen trekken bleek populair bij een gemêleerd publiek van verschillende zwemniveaus. Ik zou denken: verdeel die banen in snel, vlot en langzaam, maar daar deden ze niet aan. Dus werd ik als vrij langzame schoolslagzwemmer keer op keer hysterisch gesneden (au, voet in mijn gezicht) en soms zelfs midscheeps geramd door zo’n testosteronbom met duikbril die alles wat langzamer zwemt het liefst rücksichtslos zou torpederen. Misschien, bedacht ik, toen ik weer eens bijna slaags raakte met zo’n halvezool, is het ’s morgens vroeg wat rustiger. Verkeerd gedacht. Dan verzamelen zich de bejaarden van het dorp die, terwijl ze overdwars een intens traag zwemmende ketting vormen, gezellig bijkletsen over de aanbiedingen van de Vomar, de voetbalwedstrijd van gisteren en wie er nu weer dood is. Dit, gecombineerd met mijn intense weerzin voor natte badhokjes en zo’n badpak dat je van je naar chloor meurende wit–lillende vlees af moet stropen maakte dat ik uiteindelijk toch afhaakte. Ik moet het maar houden bij die 10.000 stappen per dag plus een uur paardrijden per week.

TEKST HELEEN SPANJAARD

Heb jij het goede voornemen om nu echt wat aan je lijf en gezondheid te doen? Doe dan onze nieuwe cursus! In de Snelcursus Slimmer eten na je 50e nemen Barbara van Erp en Femke Sterken je in zeven dagen mee langs alle nieuwe trends door middel van heerlijke recepten en een fijne podcastserie, zodat jij ook een methode kan samenstellen waarmee je gezond oud kunt worden. Het is een lekkere compacte cursus geworden, met een even compacte prijs. Normaal kost-ie  €22.50, maar je krijgt ‘m nu met 30% early bird korting voor: €15,75

Redactie
Redactie
De redactie van Saar bestaat uit een heel professioneel en toch gezellige groep van vrouwen rond de 50 & 60, plus een paar superleuke meiden van rond de 30 die wel alles weten van de nieuwste trends, techniek & social (en trouwens zo langzamerhand ook (bijna) alles van 50+ zijn).

RECENTE ARTIKELEN