Blijven of vertrekken

Haar man is lief en betrouwbaar en haalt het niet in zijn hoofd dickpics te versturen. En toch staat Caroline (52) voor een typisch vijftigersdilemma: blijf ik bij hem of begin ik aan een nieuw leven? Ik wil zo graag weer eens gek worden van verliefdheid.

Martin en ik leerden elkaar kennen in onze studententijd. De vonk sprong niet echt over maar toen we elkaar later opnieuw tegenkwamen, was die er wel. We vonden elkaar in humor, in ambitie, in wat we van het leven wilden. We waren best een cool stel dat lange reizen maakte. We trokken door Costa Rica, Vietnam en Nieuw-Zeeland toen nog geen hond daar naartoe ging. Dat ging altijd prima, je bent in een ver land vooral op elkaar aangewezen en we vormden een goed team.

We kregen twee kinderen, een dochter die inmiddels 25 is en een zoon die nu 22 is. Ik hou zielsveel van ze, het zijn mijn favoriete mensen, maar hun komst betekende wel het einde van ons coole leven. Avontuurlijk reizen zat er niet meer in, we kwamen in een stramien van schooltijden en sportclubs terecht. Het wordt onderschat hoe groot de impact is van een gezin. Je leven is nooit meer van jou, je bent verantwoordelijk voor het welzijn en het geluk van je kinderen. Je eigen leven staat simpelweg meer dan twintig jaar stil.

Ik vond het niet moeilijk dat te accepteren omdat ik erg veel van Merel en Thijs hou. Ze waren een enorme verrijking van ons leven en ik ben er trots op dat het allebei zulke leuke volwassenen zijn geworden. Onbewust ging ik ervan uit dat Martin en ik ons oude leventje weer zouden oppakken als de kinderen uit huis gingen. Dat we vrijdagochtend weer konden besluiten naar Parijs te rijden om ‘s avonds langs de Seine te lopen. Een leven waarin we impulsief roepen dat die ene muur appeltjesgroen moet worden en dat we dan linea recta naar de bouwmarkt rijden.

Kortom: ik mis de actie, de opwinding, de afwisseling. Als ik dat aangeef, knikt Martin begrijpend, maar echt actie volgt er niet, want: afspraken, verplichtingen of gewoon moe. Ok, we gaan op vakantie en weleens uit eten, maar spannend is anders: we gaan dan naar ons favoriete restaurant en bestellen elke keer de zalm. Die overigens erg lekker is. Ben ik onredelijk dat ik vind dat we vaker uit onze comfort zone zouden moeten stappen terwijl ik zelf die zalm óók heerlijk vind? Waarom wringt dat zo?

Martin komt vaak uitgeteld thuis, hij vindt het wel lekker ‘s avonds voor de buis te hangen. Ik doe tegenwoordig meer met vriendinnen dan met hem, dat zegt wel iets. Tegelijk kan ik hem dat niet kwalijk nemen, want hij werkt hard en ik kan zelf kapot zijn als ik thuiskom van een avond uit met vriendinnen. Dan denk ik: waarom moest ik zo nodig op pad? De middelbare leeftijd gaat op een of andere manier gepaard met een vermoeidheid die je niet zomaar weg kunt poetsen met gezond eten, goede moed en ferme wandelingen. Maar ik mis het wel, die energie van vroeger. En onze relatie zoals die ooit was.

De laatste tijd fantaseer ik steeds vaker hoe het zou zijn om alleen te wonen. Flatje voor mezelf, de vrijheid om een muur appeltjesgroen te verven als ik daar zin in heb. En ook: de vrijheid om te daten. Om te kijken of er met een andere man meer leven in de brouwerij komt. Ik kan er zo naar verlangen weer eens gek van verliefdheid te zijn. Dat gevoel waarvoor alles moet wijken. Waardoor je beseft dat je echt lééft.

Financieel zou het kunnen, ik ben altijd blijven werken en ik heb een goed inkomen. Maar er zijn toch dingen die me tegenhouden. In de eerste plaats is dat Martin. Ik hou van die man, ik weet vrijwel zeker dat hij zonder mij weinig van zijn leven zal maken en dat vind ik zielig. Onze relatie is bovendien niet slecht. Het is een goede vent. Alleen ingekakt en saai.

Wat me ook tegenhoudt is onze gezamenlijke geschiedenis. We kennen elkaar sinds ons achttiende, we hebben samen veel meegemaakt. Diep in mijn hart wil ik zo’n stokoud stel worden waar andere mensen vertederd naar kijken. Al vraag ik me bij zo’n stel in stilte ook altijd af hoe ze het hebben volgehouden.

De derde hobbel: ik weet dat ik alleen wonen idealiseer. Sleur of niet, ik vind het best fijn om niet thuis te komen in een leeg huis. Samen eten, samen een ommetje maken, ik vind dat prettig. Mijn beste vriendin woont alleen en is daar tevreden mee, maar zegt ook dat het weleens zwaar is. Niemand die even een was voor je in de droger stopt, voor je kookt of lekker met je meeheult na een rotdag op je werk. In mijn fantasie zit ik met een goed boek en een glas wijn in de zon op mijn Franse balkonnetje, maar hoe leuk is het als het een week regent en ik mijn belastingaangifte moet doen zonder Martin die daar alles van weet?

En dan het daten. Ik ben fit en zie er goed uit. Niet te dik, mijn grijze haar is nog weg te verven. Vorig jaar heb ik stiekem een profiel aangemaakt op Tinder om eens te kijken of er nog iemand interesse in me had. Dat viel me enorm mee, maar de oppervlakkigheid van de reacties viel me weer enorm tegen.

Verkering krijgen was vroeger zo makkelijk. Je ging naar de bios waar hij een arm om je heen sloeg in de hoop een beetje aan je boob te kunnen voelen. En je ging naar de disco waar het uitliep op broeierig schuren als je elkaar leuk vond. Op Tinder kreeg ik te maken met mannen die na twee berichtjes al een dickpic sturen. Ik hoor het ook van single vriendinnen, dat je echt tegen een stootje moet kunnen als je op datingpad ga. Heb ik daar zin in? Martin zal nooit van zijn leven een foto van zijn penis nemen en die ongevraagd aan iemand sturen. Waarom zou ik in vredesnaam hufters en teleurstellingen opzoeken?

Tinder heb ik na een week alweer gewist, het was niet de snoepwinkel die ik me had voorgesteld, al zaten er ook wel mannen tussen waarvan ik dacht: stel nou dat… Aan de andere kant is het leven wat ik nu heb óók niet wat ik wil. We geven etentjes voor vrienden en gaan eten bij dezelfde vrienden. Dat zijn gezellige, maar voorspelbare avonden. Ik zeur omdat Martin zijn zooi laat slingeren, hij zeurt omdat ik minder zin heb in seks. De seks is op zich niet slecht, maar het is ook niet zo dat ik de knoopjes van zijn overhemd bijt. En hij zal in bed vast ook wel wat te wensen hebben.

Het benauwt me enorm, dat dit het misschien is. Dat het nooit meer spannend zal worden. Ik ben nu 54, stel dat ik tachtig mag worden, dan heb ik nog 26 jaar voor de boeg waarin deze relatie steeds een beetje minder zal worden. Tenzij er een wonder gebeurt. Vorig jaar was er even een vonk met een klant die mij overduidelijk leuk vond en met wie ik schaamteloos heb geflirt. Er is niets gebeurd, onprofessioneel, allebei getrouwd en zo, maar het was zo heerlijk me weer eens sexy en begeerd te voelen.

Ik mis de opwinding van toen. Ik wil weer gek doen, nieuwe avonturen beleven. Ik wil zo intens naar iemand verlangen dat alles ervoor moet wijken. Daar droom ik van maar in plaats daarvan krijg ik een oproep voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Is dat voortaan mijn leven?

Misschien dat ik allang een eigen huis zou hebben gezocht als mijn oudere zus niet was gescheiden, om ongeveer dezelfde redenen als waar ik mee zit. Ik heb haar jaloersmakend zien opbloeien, stralend van de adrenaline. Haar nieuwe woning helemaal in haar eigen smaak, lekker doen waar ze zin in had. Nieuwe liefdes, ook. Eentje bleef er plakken. En daar heeft ze nu net zo’n saai leven mee als met haar ex. Weer verplicht mee naar verjaardagen van zijn familie. Ze is inspiratie en afschrikwekkend voorbeeld tegelijk, want er is geen garantie dat het mij niet net zo zal vergaan. Ik ben niet iemand om alleen te leven, dus als er al een nieuwe partner zou komen, wordt mijn leven er dan echt beter op dan hoe het nu is?

Vaak hoor ik datingverhalen en nieuwe-relatie-perikelen van vriendinnen. Dan denk ik: daar gebeurt tenminste wat. Maar ik denk ook: heb ik daar zin in? Na de wilde verliefdheid, als de realiteit binnenkomt, kun je er dan ook iets van maken? Of vlinder je dan gewoon door naar de volgende lover? Ik weet niet of ik daar de moed voor heb, of ik het überhaupt zou kunnen.

Wat meespeelt is dat er met mijn huwelijk niet zoveel mis is. Zoals gezegd: Martin is een goede vent. We hebben geen geldzorgen, we zijn allebei gezond. Ik hou van ons huis en de tuin die ik zou missen als ik zou gaan voor dat fictieve Franse balkonnetje. En ik zou Martin missen, ook dat. Ondanks alles hebben we geen onaangenaam leven. Het is alleen zo middelbaar.

Ik loop hier nu al maanden mee rond. De ene vriendin zegt dat ik voor mezelf moet kiezen, de ander zegt dat ik alleen wonen of een nieuwe partner niet mooier moet maken dan het is. Ik kom er niet uit. Aan de ene kant voel ik onrust en een sturm und drang die ik in geen jaren heb ervaren. Aan de andere kant denk ik: waar ben ik mee bezig? Er is niets écht mis met onze relatie. Als ik genoeg zeur, helpt hij echt wel met de meubels verplaatsen en zet hij ook een verfroller op de muur. Hij doet het huishouden op zijn gekmakende eigen manier, en ik hoef al twintig jaar niet meer te strijken, waar ik een pesthekel aan heb. En hij is er voor me. Altijd. Op een vertrouwde manier waar ik misschien wat dankbaarder voor zou mogen zijn.

Ik vind het moeilijk het bij Martin aan te kaarten omdat het mogelijk iets kapot maakt wat nu nog heel is. Ook omdat hij eerdere hints niet echt oppikt. Zou hij in zijn voor relatietherapie? Kan ik het nog opbrengen daar tijd en energie in te steken? Als ik heel eerlijk ben, lijkt het me leuker bij Ikea nieuwe spullen voor een nieuw leven uit te zoeken. Maar wat als dat nieuwe leven uiteindelijk niet zo gek veel nieuws brengt, is het dan niet veel verstandiger gewoon bij elkaar te blijven en er het beste van te maken?

Blijven of vertrekken

Haar man is lief en betrouwbaar en haalt het niet in zijn hoofd dickpics te versturen. En toch staat Caroline (52) voor een typisch vijftigersdilemma: blijf ik bij hem of begin ik aan een nieuw leven? Ik wil zo graag weer eens gek worden van verliefdheid.

Martin en ik leerden elkaar kennen in onze studententijd. De vonk sprong niet echt over maar toen we elkaar later opnieuw tegenkwamen, was die er wel. We vonden elkaar in humor, in ambitie, in wat we van het leven wilden. We waren best een cool stel dat lange reizen maakte. We trokken door Costa Rica, Vietnam en Nieuw-Zeeland toen nog geen hond daar naartoe ging. Dat ging altijd prima, je bent in een ver land vooral op elkaar aangewezen en we vormden een goed team.

We kregen twee kinderen, een dochter die inmiddels 25 is en een zoon die nu 22 is. Ik hou zielsveel van ze, het zijn mijn favoriete mensen, maar hun komst betekende wel het einde van ons coole leven. Avontuurlijk reizen zat er niet meer in, we kwamen in een stramien van schooltijden en sportclubs terecht. Het wordt onderschat hoe groot de impact is van een gezin. Je leven is nooit meer van jou, je bent verantwoordelijk voor het welzijn en het geluk van je kinderen. Je eigen leven staat simpelweg meer dan twintig jaar stil.

Ik vond het niet moeilijk dat te accepteren omdat ik erg veel van Merel en Thijs hou. Ze waren een enorme verrijking van ons leven en ik ben er trots op dat het allebei zulke leuke volwassenen zijn geworden. Onbewust ging ik ervan uit dat Martin en ik ons oude leventje weer zouden oppakken als de kinderen uit huis gingen. Dat we vrijdagochtend weer konden besluiten naar Parijs te rijden om ‘s avonds langs de Seine te lopen. Een leven waarin we impulsief roepen dat die ene muur appeltjesgroen moet worden en dat we dan linea recta naar de bouwmarkt rijden.

Kortom: ik mis de actie, de opwinding, de afwisseling. Als ik dat aangeef, knikt Martin begrijpend, maar echt actie volgt er niet, want: afspraken, verplichtingen of gewoon moe. Ok, we gaan op vakantie en weleens uit eten, maar spannend is anders: we gaan dan naar ons favoriete restaurant en bestellen elke keer de zalm. Die overigens erg lekker is. Ben ik onredelijk dat ik vind dat we vaker uit onze comfort zone zouden moeten stappen terwijl ik zelf die zalm óók heerlijk vind? Waarom wringt dat zo?

Martin komt vaak uitgeteld thuis, hij vindt het wel lekker ‘s avonds voor de buis te hangen. Ik doe tegenwoordig meer met vriendinnen dan met hem, dat zegt wel iets. Tegelijk kan ik hem dat niet kwalijk nemen, want hij werkt hard en ik kan zelf kapot zijn als ik thuiskom van een avond uit met vriendinnen. Dan denk ik: waarom moest ik zo nodig op pad? De middelbare leeftijd gaat op een of andere manier gepaard met een vermoeidheid die je niet zomaar weg kunt poetsen met gezond eten, goede moed en ferme wandelingen. Maar ik mis het wel, die energie van vroeger. En onze relatie zoals die ooit was.

De laatste tijd fantaseer ik steeds vaker hoe het zou zijn om alleen te wonen. Flatje voor mezelf, de vrijheid om een muur appeltjesgroen te verven als ik daar zin in heb. En ook: de vrijheid om te daten. Om te kijken of er met een andere man meer leven in de brouwerij komt. Ik kan er zo naar verlangen weer eens gek van verliefdheid te zijn. Dat gevoel waarvoor alles moet wijken. Waardoor je beseft dat je echt lééft.

Financieel zou het kunnen, ik ben altijd blijven werken en ik heb een goed inkomen. Maar er zijn toch dingen die me tegenhouden. In de eerste plaats is dat Martin. Ik hou van die man, ik weet vrijwel zeker dat hij zonder mij weinig van zijn leven zal maken en dat vind ik zielig. Onze relatie is bovendien niet slecht. Het is een goede vent. Alleen ingekakt en saai.

Wat me ook tegenhoudt is onze gezamenlijke geschiedenis. We kennen elkaar sinds ons achttiende, we hebben samen veel meegemaakt. Diep in mijn hart wil ik zo’n stokoud stel worden waar andere mensen vertederd naar kijken. Al vraag ik me bij zo’n stel in stilte ook altijd af hoe ze het hebben volgehouden.

De derde hobbel: ik weet dat ik alleen wonen idealiseer. Sleur of niet, ik vind het best fijn om niet thuis te komen in een leeg huis. Samen eten, samen een ommetje maken, ik vind dat prettig. Mijn beste vriendin woont alleen en is daar tevreden mee, maar zegt ook dat het weleens zwaar is. Niemand die even een was voor je in de droger stopt, voor je kookt of lekker met je meeheult na een rotdag op je werk. In mijn fantasie zit ik met een goed boek en een glas wijn in de zon op mijn Franse balkonnetje, maar hoe leuk is het als het een week regent en ik mijn belastingaangifte moet doen zonder Martin die daar alles van weet?

En dan het daten. Ik ben fit en zie er goed uit. Niet te dik, mijn grijze haar is nog weg te verven. Vorig jaar heb ik stiekem een profiel aangemaakt op Tinder om eens te kijken of er nog iemand interesse in me had. Dat viel me enorm mee, maar de oppervlakkigheid van de reacties viel me weer enorm tegen.

Verkering krijgen was vroeger zo makkelijk. Je ging naar de bios waar hij een arm om je heen sloeg in de hoop een beetje aan je boob te kunnen voelen. En je ging naar de disco waar het uitliep op broeierig schuren als je elkaar leuk vond. Op Tinder kreeg ik te maken met mannen die na twee berichtjes al een dickpic sturen. Ik hoor het ook van single vriendinnen, dat je echt tegen een stootje moet kunnen als je op datingpad ga. Heb ik daar zin in? Martin zal nooit van zijn leven een foto van zijn penis nemen en die ongevraagd aan iemand sturen. Waarom zou ik in vredesnaam hufters en teleurstellingen opzoeken?

Tinder heb ik na een week alweer gewist, het was niet de snoepwinkel die ik me had voorgesteld, al zaten er ook wel mannen tussen waarvan ik dacht: stel nou dat… Aan de andere kant is het leven wat ik nu heb óók niet wat ik wil. We geven etentjes voor vrienden en gaan eten bij dezelfde vrienden. Dat zijn gezellige, maar voorspelbare avonden. Ik zeur omdat Martin zijn zooi laat slingeren, hij zeurt omdat ik minder zin heb in seks. De seks is op zich niet slecht, maar het is ook niet zo dat ik de knoopjes van zijn overhemd bijt. En hij zal in bed vast ook wel wat te wensen hebben.

Het benauwt me enorm, dat dit het misschien is. Dat het nooit meer spannend zal worden. Ik ben nu 54, stel dat ik tachtig mag worden, dan heb ik nog 26 jaar voor de boeg waarin deze relatie steeds een beetje minder zal worden. Tenzij er een wonder gebeurt. Vorig jaar was er even een vonk met een klant die mij overduidelijk leuk vond en met wie ik schaamteloos heb geflirt. Er is niets gebeurd, onprofessioneel, allebei getrouwd en zo, maar het was zo heerlijk me weer eens sexy en begeerd te voelen.

Ik mis de opwinding van toen. Ik wil weer gek doen, nieuwe avonturen beleven. Ik wil zo intens naar iemand verlangen dat alles ervoor moet wijken. Daar droom ik van maar in plaats daarvan krijg ik een oproep voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Is dat voortaan mijn leven?

Misschien dat ik allang een eigen huis zou hebben gezocht als mijn oudere zus niet was gescheiden, om ongeveer dezelfde redenen als waar ik mee zit. Ik heb haar jaloersmakend zien opbloeien, stralend van de adrenaline. Haar nieuwe woning helemaal in haar eigen smaak, lekker doen waar ze zin in had. Nieuwe liefdes, ook. Eentje bleef er plakken. En daar heeft ze nu net zo’n saai leven mee als met haar ex. Weer verplicht mee naar verjaardagen van zijn familie. Ze is inspiratie en afschrikwekkend voorbeeld tegelijk, want er is geen garantie dat het mij niet net zo zal vergaan. Ik ben niet iemand om alleen te leven, dus als er al een nieuwe partner zou komen, wordt mijn leven er dan echt beter op dan hoe het nu is?

Vaak hoor ik datingverhalen en nieuwe-relatie-perikelen van vriendinnen. Dan denk ik: daar gebeurt tenminste wat. Maar ik denk ook: heb ik daar zin in? Na de wilde verliefdheid, als de realiteit binnenkomt, kun je er dan ook iets van maken? Of vlinder je dan gewoon door naar de volgende lover? Ik weet niet of ik daar de moed voor heb, of ik het überhaupt zou kunnen.

Wat meespeelt is dat er met mijn huwelijk niet zoveel mis is. Zoals gezegd: Martin is een goede vent. We hebben geen geldzorgen, we zijn allebei gezond. Ik hou van ons huis en de tuin die ik zou missen als ik zou gaan voor dat fictieve Franse balkonnetje. En ik zou Martin missen, ook dat. Ondanks alles hebben we geen onaangenaam leven. Het is alleen zo middelbaar.

Ik loop hier nu al maanden mee rond. De ene vriendin zegt dat ik voor mezelf moet kiezen, de ander zegt dat ik alleen wonen of een nieuwe partner niet mooier moet maken dan het is. Ik kom er niet uit. Aan de ene kant voel ik onrust en een sturm und drang die ik in geen jaren heb ervaren. Aan de andere kant denk ik: waar ben ik mee bezig? Er is niets écht mis met onze relatie. Als ik genoeg zeur, helpt hij echt wel met de meubels verplaatsen en zet hij ook een verfroller op de muur. Hij doet het huishouden op zijn gekmakende eigen manier, en ik hoef al twintig jaar niet meer te strijken, waar ik een pesthekel aan heb. En hij is er voor me. Altijd. Op een vertrouwde manier waar ik misschien wat dankbaarder voor zou mogen zijn.

Ik vind het moeilijk het bij Martin aan te kaarten omdat het mogelijk iets kapot maakt wat nu nog heel is. Ook omdat hij eerdere hints niet echt oppikt. Zou hij in zijn voor relatietherapie? Kan ik het nog opbrengen daar tijd en energie in te steken? Als ik heel eerlijk ben, lijkt het me leuker bij Ikea nieuwe spullen voor een nieuw leven uit te zoeken. Maar wat als dat nieuwe leven uiteindelijk niet zo gek veel nieuws brengt, is het dan niet veel verstandiger gewoon bij elkaar te blijven en er het beste van te maken?