Ben ik die vrouw met dat korte lontje?

Je denkt dat je langzaam gek aan het worden bent, maar het is gewoon de overgang die je lijf, goeie humeur, zelfvertrouwen en de hele manier waarop je in het leven staat naar de gallemiezen helpt. 

Een burn-out? Nee. Depressief misschien? Ook niet. Ik had meer het gevoel dat ik langzaamaan gek aan het worden was. Kon ik jarenlang uren achter elkaar werken, opeens was mijn concentratievermogen vervlogen en mijn geheugen een zeef. Voortijdige dementie? In bed voelde ik mijn hart huppelen op een manier die me liet vrezen voor een hartaanval. Onrust in mijn hoofd, altijd moe, niet alleen van slecht slapen, maar van álles. Het idee naar de stad te moeten voor een afspraak met een vriendin was het equivalent van een trektocht door de Himalaya. En heel bizar: ik kon opeens mijn mond niet meer houden. 

Laat me dat toelichten: mijn hele leven ga ik als intense introvert confrontaties het liefst uit de weg. Tijdens de menopauze wees ik wildvreemden terecht met cynisme, wilde woede en dodelijke blikken. Bij een vrouw die op zaterdagochtend lelijk tegen een caissière deed omdat ze even had moeten wachten, informeerde ik of ze die dag soms een levensreddende hersenoperatie moest uitvoeren. Bij een man die op een warme dag met zijn hond fietste, werd ik een vuurspuwende draak. En de kennis die passief agressief opmerkte dat ik zou moeten afvallen voor mijn gezondheid kreeg te horen dat ze haar zure, magere rotkop moest houden omdat het haar zaken niet waren. Ik schrok van mezelf en tegelijk voelde het lekker om lak te hebben aan hoe het overkwam. 

Het was, kortom, een buitengewoon verwarrende tijd, waarin ik mezelf helemaal kwijt dreigde te raken aan een kortaangebonden bitch waarvan ik niet wist dat ik haar in me had. Ook op andere vlakken was ik mezelf kwijt. Ooit ging ik drie, vier keer per week uit: naar de bioscoop, het theater, concerten. Vond ik allemaal niets meer aan: te druk, teveel mensen, te warm, teveel gedoe. Er kwam niets voor in de plaats, ik had al mijn energie nodig om mijn werk te doen. Daarnaast wilde ik vooral met rust worden gelaten en soesjes naar binnen schuiven. Bij mijn voorheen zeer gematigde vriendin Iris ging het juist andersom: zij werd een rokende, wodkadrinkende nachtvlinder die haar studerende (geschokte) kinderen wel eens tegenkwam bij het stappen. “Ik weet ook niet waar dit vandaan komt”, zei ze. “Ik ben vorig weekend wakker geworden naast een man waarvan ik niet wist hoe hij heette. Zo ben ik toch helemaal niet?”

Het is een troost dat, als eenmaal het kwartje is gevallen dat je in de overgang bent en niets nog ooit hetzelfde zal zijn, je de enige niet bent. Mijn beste vriendin Lisa veranderde van een zelfstandige carrièretijger in een naar eigen zeggen ‘slome ma-di-do-vrouw’. Te moe voor fulltime, te snel overweldigd door dingen die ze ooit fluitend voor de koffie afhamerde, haar zelfvertrouwen verdampt, haar ambitie verdwenen. Met twee superabsorberende Tena Lady’s in haar onderbroek tegen het doorlekken, ís het ook gewoon niet meer zo lekker powerpointen voor een zaaltje, maar maak dat maar eens duidelijk aan mannen/jongere mensen. Soms zaten we samen op de bank, schaal soesjes tussen ons in, en snikten bij elke reclame die ook maar een beetje op het gevoel speelde. ‘Dit is nu ons leven,’ zeiden we terwijl we elkaar bevreesd aankeken.

Derde vriendin Dorine veranderde van een toegeeflijke Moeder Aarde in een drilsergeant die haar luie pubers vol wellust aan het werk bulderde tot ze bij hun vader gingen wonen. Ze bleef alleen achter, deels opgelucht, deels schuldbewust. Liet haar lippen inspuiten, ging op Tinder, ging in retraite. “Ik was vooral op zoek naar houvast”, zegt ze. “Wat ik eerder leuk vond, daar vond ik niet veel meer aan, maar ik had geen idee want ik dan wel leuk zou vinden. Er was ook niet zoveel om blij mee te zijn. Menobrein, gewrichtspijn, het is toch de eerste serieuze en aanhoudende confrontatie met het feit dat je ruim over de helft bent. Dus ik probeerde van alles. Het is verdrietig om erachter te komen dat bijvoorbeeld muziek waar je altijd dol op was je niet meer zoveel doet, als daar niet iets voor in de plaats komt. Ik dacht vaak: hoe moet dit nou verder? Hoe voorkom ik dat ik een zuur wijf word als ik nergens meer lol in heb? Ik voelde me stuurloos op een leeftijd waarop mensen denken dat je het allemaal goed voor elkaar hebt.”

Het helpt niet dat de overgang een fase is waarin ook vaak in je naaste omgeving veel gebeurt, denk pubers en ouder wordende ouders. “Met mijn gezonde verstand was ik blij dat mijn jongste op kamers ging”, zegt Annelies. “Hij was eraan toe, je investeert al die jaren in je kinderen zelfredzaam en zelfstandig maken. Maar het maakte me ook emotioneel, omdat het me confronteerde met het feit dat alles nog voor hem lag, terwijl ik zelf het gevoel had dat het te laat was voor wat dan ook. Ik was in de fuik van het mantelzorgen terechtgekomen, ik moest op mijn werk concurreren met bloedfanatieke jonkies en dat allemaal tot zeker mijn 67ste op weinig slaap en energie, met veel te weinig lol in mijn leven. Ik heb mezelf daar best gek over lopen maken, dat ik dit aan moest kunnen, dat ik gewoon ‘leuke dingen’ moest doen. En dan stond ik bij de Zumba en dacht ik: wat doe ik hier? Het is deprimerend om je enthousiasme over dingen te verliezen, het haalt de glans van het leven af. En als je er middenin zit, kun je je niet voorstellen dat het nog ooit overgaat.” 

Het woord ‘ontreddering’ valt nogal eens, als het over de overgang gaat. Een opvlieger is niet ‘het even warm hebben en weer dóór’, het kan je een verzengend kwartier volledig uit het lood slaan en uitputten. De vergeetachtigheid is angstaanjagend, de vrees voor een ouwe zeur aan te worden gezien ook. “Ik werkte in een team met veel jonge mensen”, zegt Esther (54). “Soms was ik blij met twee uur slaap per nacht, maar ik wilde me niet laten kennen, dus ik draaide gewoon mee. Maar ik voelde me onzichtbaar. Ik was een iets te dikke vrouw geworden die alles nét aankon, maar er moest niet iets onverwacht gebeuren, want dan stortte het kaartenhuis is. Toen de zoveelste reorganisatie werd aangekondigd, ben ik op kantoor in tranen uitgebarsten. Ze dachten dat ik overspannen was, dat vinden mensen acceptabeler dan doodziek zijn omdat je hormonen je in de steek laten. Ik wilde overigens niet verder, ik heb de afkoopsom aangenomen en ben parttime gaan werken. Dat had ik tien jaar geleden ondenkbaar gevonden, maar het kon me niets meer schelen. En dat het me koud liet, dat is óók nieuw voor me.” 

Even verwarrend: als een redelijk vertrouwd libido opeens totaal ontploft. “Ik was 51 en ik had opeens veel meer zin in seks dan anders”, zegt Diane (55). “Voor mijn man hoefde dat niet zo nodig, waarna de stap naar een affaire opeens niet meer zo heel groot was. Normaal gesproken ben ik niet onverschillig, maar dit heb ik gewoon later gebeuren. Die affaire liep op niks uit en toen ik daarna niet meer ongesteld werd, heb ik weken in de zenuwen gezeten dat ik zwanger was. Het duurde absurd lang voor ik doorhad dat ik gewoon nooit meer ongesteld zou worden en dat die affaire mijn grande finale was geweest op het gebied van seks. Het was allemaal zo tegennatuurlijk dat ik me lange tijd stuurloos heb gevoeld.”

Het goede nieuws is dat daar een einde aan komt. Voor de een wat eerder dan voor de ander, maar als je om je heen kijkt zie je verrassend veel zestiger en zeventigers die goed in hun vel zitten, barsten van de energie en verwilderde, vermoeide vrouwen van in de vijftig links en rechts inhalen. Niet duidelijk is of je zo opkikkert omdat het eerder zo’n rotperiode was en álles beter is dan dat, of dat er hormonaal gewoon een vriendelijkere balans komt die de levenslust laat terugkeren, maar het is toch iets om naar uit te kijken. 

Bij de meeste vrouwen – ook bij mij – worden in de post-menopauze de opvliegers milder. ‘s Nachts wordt er meer geslapen dan gewoeld en gezweet, ik heb meer energie en ook mijn focus keert na tien jaar (ik wens iedereen een kortere overgang toe) tobben langzaam, Maar zeker terug. Buitengewoon saaie dingen als gezond eten, voldoende lichaamsbeweging en genoeg rust hebben geholpen de stuurloosheid om te zetten in meer structuur. Ook prettig is het groeiende zelfbewustzijn dat het makkelijker maakt om wat vaker nee te zeggen in zaken waar je echt geen zin in hebt, zodat er meer tijd overblijft voor dingen die je wél wilt doen. Zoals vroeger wordt het nooit meer, die tijd is voorbij. Maar je laat je niet meer zo snel gek maken en komen uiteindelijk nieuwe dingen die deel drie van je leven de moeite waard maken. Hoop doet leven.

Tekst: Ella Vermeulen

Ben ik die vrouw met dat korte lontje?

Je denkt dat je langzaam gek aan het worden bent, maar het is gewoon de overgang die je lijf, goeie humeur, zelfvertrouwen en de hele manier waarop je in het leven staat naar de gallemiezen helpt. 

Een burn-out? Nee. Depressief misschien? Ook niet. Ik had meer het gevoel dat ik langzaamaan gek aan het worden was. Kon ik jarenlang uren achter elkaar werken, opeens was mijn concentratievermogen vervlogen en mijn geheugen een zeef. Voortijdige dementie? In bed voelde ik mijn hart huppelen op een manier die me liet vrezen voor een hartaanval. Onrust in mijn hoofd, altijd moe, niet alleen van slecht slapen, maar van álles. Het idee naar de stad te moeten voor een afspraak met een vriendin was het equivalent van een trektocht door de Himalaya. En heel bizar: ik kon opeens mijn mond niet meer houden. 

Laat me dat toelichten: mijn hele leven ga ik als intense introvert confrontaties het liefst uit de weg. Tijdens de menopauze wees ik wildvreemden terecht met cynisme, wilde woede en dodelijke blikken. Bij een vrouw die op zaterdagochtend lelijk tegen een caissière deed omdat ze even had moeten wachten, informeerde ik of ze die dag soms een levensreddende hersenoperatie moest uitvoeren. Bij een man die op een warme dag met zijn hond fietste, werd ik een vuurspuwende draak. En de kennis die passief agressief opmerkte dat ik zou moeten afvallen voor mijn gezondheid kreeg te horen dat ze haar zure, magere rotkop moest houden omdat het haar zaken niet waren. Ik schrok van mezelf en tegelijk voelde het lekker om lak te hebben aan hoe het overkwam. 

Het was, kortom, een buitengewoon verwarrende tijd, waarin ik mezelf helemaal kwijt dreigde te raken aan een kortaangebonden bitch waarvan ik niet wist dat ik haar in me had. Ook op andere vlakken was ik mezelf kwijt. Ooit ging ik drie, vier keer per week uit: naar de bioscoop, het theater, concerten. Vond ik allemaal niets meer aan: te druk, teveel mensen, te warm, teveel gedoe. Er kwam niets voor in de plaats, ik had al mijn energie nodig om mijn werk te doen. Daarnaast wilde ik vooral met rust worden gelaten en soesjes naar binnen schuiven. Bij mijn voorheen zeer gematigde vriendin Iris ging het juist andersom: zij werd een rokende, wodkadrinkende nachtvlinder die haar studerende (geschokte) kinderen wel eens tegenkwam bij het stappen. “Ik weet ook niet waar dit vandaan komt”, zei ze. “Ik ben vorig weekend wakker geworden naast een man waarvan ik niet wist hoe hij heette. Zo ben ik toch helemaal niet?”

Het is een troost dat, als eenmaal het kwartje is gevallen dat je in de overgang bent en niets nog ooit hetzelfde zal zijn, je de enige niet bent. Mijn beste vriendin Lisa veranderde van een zelfstandige carrièretijger in een naar eigen zeggen ‘slome ma-di-do-vrouw’. Te moe voor fulltime, te snel overweldigd door dingen die ze ooit fluitend voor de koffie afhamerde, haar zelfvertrouwen verdampt, haar ambitie verdwenen. Met twee superabsorberende Tena Lady’s in haar onderbroek tegen het doorlekken, ís het ook gewoon niet meer zo lekker powerpointen voor een zaaltje, maar maak dat maar eens duidelijk aan mannen/jongere mensen. Soms zaten we samen op de bank, schaal soesjes tussen ons in, en snikten bij elke reclame die ook maar een beetje op het gevoel speelde. ‘Dit is nu ons leven,’ zeiden we terwijl we elkaar bevreesd aankeken.

Derde vriendin Dorine veranderde van een toegeeflijke Moeder Aarde in een drilsergeant die haar luie pubers vol wellust aan het werk bulderde tot ze bij hun vader gingen wonen. Ze bleef alleen achter, deels opgelucht, deels schuldbewust. Liet haar lippen inspuiten, ging op Tinder, ging in retraite. “Ik was vooral op zoek naar houvast”, zegt ze. “Wat ik eerder leuk vond, daar vond ik niet veel meer aan, maar ik had geen idee want ik dan wel leuk zou vinden. Er was ook niet zoveel om blij mee te zijn. Menobrein, gewrichtspijn, het is toch de eerste serieuze en aanhoudende confrontatie met het feit dat je ruim over de helft bent. Dus ik probeerde van alles. Het is verdrietig om erachter te komen dat bijvoorbeeld muziek waar je altijd dol op was je niet meer zoveel doet, als daar niet iets voor in de plaats komt. Ik dacht vaak: hoe moet dit nou verder? Hoe voorkom ik dat ik een zuur wijf word als ik nergens meer lol in heb? Ik voelde me stuurloos op een leeftijd waarop mensen denken dat je het allemaal goed voor elkaar hebt.”

Het helpt niet dat de overgang een fase is waarin ook vaak in je naaste omgeving veel gebeurt, denk pubers en ouder wordende ouders. “Met mijn gezonde verstand was ik blij dat mijn jongste op kamers ging”, zegt Annelies. “Hij was eraan toe, je investeert al die jaren in je kinderen zelfredzaam en zelfstandig maken. Maar het maakte me ook emotioneel, omdat het me confronteerde met het feit dat alles nog voor hem lag, terwijl ik zelf het gevoel had dat het te laat was voor wat dan ook. Ik was in de fuik van het mantelzorgen terechtgekomen, ik moest op mijn werk concurreren met bloedfanatieke jonkies en dat allemaal tot zeker mijn 67ste op weinig slaap en energie, met veel te weinig lol in mijn leven. Ik heb mezelf daar best gek over lopen maken, dat ik dit aan moest kunnen, dat ik gewoon ‘leuke dingen’ moest doen. En dan stond ik bij de Zumba en dacht ik: wat doe ik hier? Het is deprimerend om je enthousiasme over dingen te verliezen, het haalt de glans van het leven af. En als je er middenin zit, kun je je niet voorstellen dat het nog ooit overgaat.” 

Het woord ‘ontreddering’ valt nogal eens, als het over de overgang gaat. Een opvlieger is niet ‘het even warm hebben en weer dóór’, het kan je een verzengend kwartier volledig uit het lood slaan en uitputten. De vergeetachtigheid is angstaanjagend, de vrees voor een ouwe zeur aan te worden gezien ook. “Ik werkte in een team met veel jonge mensen”, zegt Esther (54). “Soms was ik blij met twee uur slaap per nacht, maar ik wilde me niet laten kennen, dus ik draaide gewoon mee. Maar ik voelde me onzichtbaar. Ik was een iets te dikke vrouw geworden die alles nét aankon, maar er moest niet iets onverwacht gebeuren, want dan stortte het kaartenhuis is. Toen de zoveelste reorganisatie werd aangekondigd, ben ik op kantoor in tranen uitgebarsten. Ze dachten dat ik overspannen was, dat vinden mensen acceptabeler dan doodziek zijn omdat je hormonen je in de steek laten. Ik wilde overigens niet verder, ik heb de afkoopsom aangenomen en ben parttime gaan werken. Dat had ik tien jaar geleden ondenkbaar gevonden, maar het kon me niets meer schelen. En dat het me koud liet, dat is óók nieuw voor me.” 

Even verwarrend: als een redelijk vertrouwd libido opeens totaal ontploft. “Ik was 51 en ik had opeens veel meer zin in seks dan anders”, zegt Diane (55). “Voor mijn man hoefde dat niet zo nodig, waarna de stap naar een affaire opeens niet meer zo heel groot was. Normaal gesproken ben ik niet onverschillig, maar dit heb ik gewoon later gebeuren. Die affaire liep op niks uit en toen ik daarna niet meer ongesteld werd, heb ik weken in de zenuwen gezeten dat ik zwanger was. Het duurde absurd lang voor ik doorhad dat ik gewoon nooit meer ongesteld zou worden en dat die affaire mijn grande finale was geweest op het gebied van seks. Het was allemaal zo tegennatuurlijk dat ik me lange tijd stuurloos heb gevoeld.”

Het goede nieuws is dat daar een einde aan komt. Voor de een wat eerder dan voor de ander, maar als je om je heen kijkt zie je verrassend veel zestiger en zeventigers die goed in hun vel zitten, barsten van de energie en verwilderde, vermoeide vrouwen van in de vijftig links en rechts inhalen. Niet duidelijk is of je zo opkikkert omdat het eerder zo’n rotperiode was en álles beter is dan dat, of dat er hormonaal gewoon een vriendelijkere balans komt die de levenslust laat terugkeren, maar het is toch iets om naar uit te kijken. 

Bij de meeste vrouwen – ook bij mij – worden in de post-menopauze de opvliegers milder. ‘s Nachts wordt er meer geslapen dan gewoeld en gezweet, ik heb meer energie en ook mijn focus keert na tien jaar (ik wens iedereen een kortere overgang toe) tobben langzaam, Maar zeker terug. Buitengewoon saaie dingen als gezond eten, voldoende lichaamsbeweging en genoeg rust hebben geholpen de stuurloosheid om te zetten in meer structuur. Ook prettig is het groeiende zelfbewustzijn dat het makkelijker maakt om wat vaker nee te zeggen in zaken waar je echt geen zin in hebt, zodat er meer tijd overblijft voor dingen die je wél wilt doen. Zoals vroeger wordt het nooit meer, die tijd is voorbij. Maar je laat je niet meer zo snel gek maken en komen uiteindelijk nieuwe dingen die deel drie van je leven de moeite waard maken. Hoop doet leven.

Tekst: Ella Vermeulen