| Mode & Uit, Psyche & idiotie| 8 december 2025|

Arno Kantelberg over de Nederlandse man die zich opdoft in een Driekwartbroek

De Nederlandse man plaatst zichzelf graag in een hokje, weet stijlpastoor Arno Kantelberg. Handig, want zo weten wij wat voor vlees we in de kuip hebben. Helaas is de keuze niet zo reuze. Wordt het een Driekwartbroek of een Morsige Mopperaar?

De officiële naam van de broek die nooit lager komt dan de kuit, is capri-broek. Vanuit marketingoogpunt is dat een slim gekozen naam. De term Capri suggereert een zomerse, Zuid-Italiaanse flair – Marcello en Sophia dobberend op een Riva Aquarama in de Marina Grande, Campari in de ene hand, Caballero filter in de andere.
In Nederland hebben we een andere naam voor de capri-broek: driekwartbroek. En dat roept toch een andere sfeer op. De Italiaan draagt zijn capri-broek nonchalant boven een blote enkel en een loafer, die hij op het strand verruilt voor een espadrille. De Nederlandse man trekt lekkere dikke wollen sokken om z’n eeltige voeten, die hij vervolgens comfortabel in een rafelige sandaal parkeert. Of in een vale wandelschoen, dat kan ook, afhankelijk wat er die dag op het programma staat. In veel gevallen zakken de wollen sokken uit verveling ietwat af, als een lubberende trekzak van treurigheid, daarmee een glimp behaarde kuiten etalerend. Een glimp is niet veel, maar soms is niet veel al te veel.
Comfort is cruciaal voor de driekwart-man, want gemak dient de mens. Is gemak de vijand van een goeie stijl? Niet per se, maar het is ook niet zijn grootste vriend. Gemak is vooral gespeelde desinteresse. Hoewel, misschien ís het ook gewoon handig. De capri-broek van de Italiaan is van luchtig linnen, die van de Nederlander is van katoen met cargozakken op heuphoogte; handig voor het opbergen van telefoon, autosleutels en de medaille van de Avondvierdaagse.
Hoe is het gesteld met de noordelijke helft van de Driekwartbroek? Leent hij het linnen overhemd van de Italiaan? Het poloshirt van de Fransman? Nee, hij kopieert het geruite bloesje met korte mouwen van de leraar Duits (maar dan zonder pennen in het borstzakje). Al kiest hij soms voor een T-shirt van PME jeans. Zo’n shirt dat niet groen of bruin is, meer moerassig van kleur, want het kleurenpalet van de driekwart-man is dat van de Nederlandse klei. Dit is de Nederlander die heel erg zijn best doet om zo gewoon mogelijk te blijven. Als je Chat GPT vraagt om ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ te illustreren, tekent hij een man in een driekwartbroek met een PME-shirt in de kleur mokka.
Zou deze man moeten weten dat een driekwartbroek je silhouet bij de enkels doorsnijdt? Dat je in deze kleuren een soort wandelende vlek wordt? Een beetje helblauw zou hem al flink opkalefateren. Schuilt er kwaad in de drager van de driekwartbroek? Geenszins. Hij is vriendelijk, hardwerkend en vrijwilliger bij de EHBO. Is de drager van de driekwartbroek ook slechts driekwart man? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Tekst: Arno Kantelberg

| 8 december 2025| Mode & Uit, Psyche & idiotie|

Arno Kantelberg over de Nederlandse man die zich opdoft in een Driekwartbroek

De Nederlandse man plaatst zichzelf graag in een hokje, weet stijlpastoor Arno Kantelberg. Handig, want zo weten wij wat voor vlees we in de kuip hebben. Helaas is de keuze niet zo reuze. Wordt het een Driekwartbroek of een Morsige Mopperaar?

De officiële naam van de broek die nooit lager komt dan de kuit, is capri-broek. Vanuit marketingoogpunt is dat een slim gekozen naam. De term Capri suggereert een zomerse, Zuid-Italiaanse flair – Marcello en Sophia dobberend op een Riva Aquarama in de Marina Grande, Campari in de ene hand, Caballero filter in de andere.
In Nederland hebben we een andere naam voor de capri-broek: driekwartbroek. En dat roept toch een andere sfeer op. De Italiaan draagt zijn capri-broek nonchalant boven een blote enkel en een loafer, die hij op het strand verruilt voor een espadrille. De Nederlandse man trekt lekkere dikke wollen sokken om z’n eeltige voeten, die hij vervolgens comfortabel in een rafelige sandaal parkeert. Of in een vale wandelschoen, dat kan ook, afhankelijk wat er die dag op het programma staat. In veel gevallen zakken de wollen sokken uit verveling ietwat af, als een lubberende trekzak van treurigheid, daarmee een glimp behaarde kuiten etalerend. Een glimp is niet veel, maar soms is niet veel al te veel.
Comfort is cruciaal voor de driekwart-man, want gemak dient de mens. Is gemak de vijand van een goeie stijl? Niet per se, maar het is ook niet zijn grootste vriend. Gemak is vooral gespeelde desinteresse. Hoewel, misschien ís het ook gewoon handig. De capri-broek van de Italiaan is van luchtig linnen, die van de Nederlander is van katoen met cargozakken op heuphoogte; handig voor het opbergen van telefoon, autosleutels en de medaille van de Avondvierdaagse.
Hoe is het gesteld met de noordelijke helft van de Driekwartbroek? Leent hij het linnen overhemd van de Italiaan? Het poloshirt van de Fransman? Nee, hij kopieert het geruite bloesje met korte mouwen van de leraar Duits (maar dan zonder pennen in het borstzakje). Al kiest hij soms voor een T-shirt van PME jeans. Zo’n shirt dat niet groen of bruin is, meer moerassig van kleur, want het kleurenpalet van de driekwart-man is dat van de Nederlandse klei. Dit is de Nederlander die heel erg zijn best doet om zo gewoon mogelijk te blijven. Als je Chat GPT vraagt om ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ te illustreren, tekent hij een man in een driekwartbroek met een PME-shirt in de kleur mokka.
Zou deze man moeten weten dat een driekwartbroek je silhouet bij de enkels doorsnijdt? Dat je in deze kleuren een soort wandelende vlek wordt? Een beetje helblauw zou hem al flink opkalefateren. Schuilt er kwaad in de drager van de driekwartbroek? Geenszins. Hij is vriendelijk, hardwerkend en vrijwilliger bij de EHBO. Is de drager van de driekwartbroek ook slechts driekwart man? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Tekst: Arno Kantelberg