| Interviews| 8 december 2025|

Arie Boomsma: ‘Mensen denken snel dat ik een oordeel over hen heb, maar dat is echt niet zo. Het is hun leven’

Een boerderij vol dieren, een leuke vrouw, drie kleine kinderen, bloeiende bedrijfjes, superfit en helder. Arie Boomsma is perfect. Is hij echt zo zen en blij als hij eruitziet? “Ik kan zwelgen. Ik kan me heel erg zorgen maken, over de wereld, over de kinderen.”

Terwijl ik in het herfstzonnetje mijn cappuccino aan het drinken ben, heeft hij er al een halve dag opzitten. Deze man staat iedere dag om 5:30 op om te mediteren, te bewegen, zijn dieren te voeren en een ijsbad te nemen. Daarna begeleidt hij samen met zijn vrouw de kinderen naar school. Daarnaast heeft hij twee bedrijven en binnenkort een derde. Oh, en een podcast. Ik krijg al een burn-out als ik het schrijf. Heeft hij dat niet? De heilige Boomsma? Of is hij perfect? Ik vraag het hem meteen maar even.

(Lachend) “Zo voel ik me helemaal niet! Er is een hoop dat ik nog aan mezelf wil ontwikkelen. Maar ik wil eerst even zeggen dat ik het zo sterk vind wat jij doet. Je legt de kleinzieligheid van mannen bloot en geeft vrouwen moed. En je blijft zeggen wat je belangrijk vindt, terwijl je er ook voor incasseert.”

Wow, met zoveel vleierij kan ik toch geen kritische vragen meer stellen?

“Kom maar met je kritische vraag hoor, juist leuk.”

Oké. Ben je een wappie geworden?

“Omdat ik bezig ben met supplementen en met dingen als ijsbaden, denken mensen meteen dat ik me heb afgekeerd van de reguliere medische wetenschap. Terwijl ik juist heel veel samenwerk met artsen en ziekenhuizen, ook vanuit de gym.”

Ja, je hebt Vondelgym, je eigen sportschool. Maar ben je wel gevaccineerd?

“Mijn huisarts moest zo lachen toen hij in de Telegraaf een column zag waarin stond: ‘… Antivaxers als Arie Boomsma’. Natuurlijk zijn mijn kinderen gevaccineerd en wij ook.”

Hij legt een tijgerprinttasje op tafel en ziet dat ik ernaar kijk

“Dit tasje baart altijd heel veel opzien in het dorp. Mensen vragen dan ‘is dat van je vrouw of dochter’ en dan zeg ik ‘nee, dat is van mij’.”

Vroeger toen je nog bij de EO zat, gingen er altijd geruchten dat je homo was.

“Dat heeft me mijn hele leven achtervolgd. Niet dat ik er persoonlijk last van had, maar mensen die mij niet kenden zeiden dat wel eens. Op de socials vooral.”

Volgens mij ben je als man al snel homo als je op je uiterlijk let.

“Dat is toch grappig, dat ze je in een hokje willen stoppen? Dat mensen kijken naar wat je hebt, wat je doet, wat je drinkt. Zullen we overigens een wijntje nemen? De Viognier is wel goed, een hele frisse, smakelijke druif.”

Jij was ook de eerste met een programma over transgenders.

“Ik vind het interessant om te kijken naar wat er speelt in de maatschappij, ook wat er schuurt. Toen was er een hele discussie over mannelijkheid en vrouwelijkheid.”

Die is er nu nog steeds eigenlijk.

“Alleen dan opgefokter. Hoe dichter we bij echte verandering komen, hoe feller de weerstand daartegen.”

We hebben daarin ook best wel overlap. Ik probeer de wereld op te rekken voor vrouwen en jij hebt geprobeerd de geloofswereld op te rekken voor anders geaarden.

“Dan heb ik het gevoel dat ik iets bijdraag, dat het urgent is. Ik vind het ook heel fijn om aan te reiken. De informatie en de mogelijkheden. Het is me eerlijk gezegd ook om het even wat er daarna gebeurt bij een ander. Het doel is om iets teweeg te brengen. Het mag raken. Emotioneren, woedend maken.”

Zit dat in je karakter?

“Ik vind het moeilijk om ergens bij te horen en ik vind het ook moeilijk om zomaar in een afspraak te stappen – zo van: zo doen we dat, dus meedoen. Daar kan ik nooit zo goed tegen.”

Nu ben je minder rebels en wil je gewoon geld verdienen door Nederland gezonder te maken.

“Nou… ik heb minder de behoefte om zelf op de bühne te staan. Maar ik geloof dat gezondheid een van de grootste thema’s is wereldwijd, daarom ben ik er juist ook ingedoken. We worden ouder dan ooit en zijn vooral langer ziek dan ooit. Dat is ook controversieel. Vooral als je probeert je eigen gezondheid te optimaliseren. De norm is negen uur per dag zitten, bewerkt voedsel eten, stress hebben. Dan zijn dingen als supplementen slikken of je bezighouden met ademhaling of positiviteit niet ‘normaal’. Daar komt ook dat antivax-verhaal vandaan, dat is toch een poging tot framen.”

Omdat jij die supplementen verkoopt en er dus aan verdient.

“Dat is zo. Ik vind het ook niet erg. Het houdt me scherp. Erover in discussie gaan vind ik ook prima, als het een zinvolle discussie is. Geen gescheld of ontketenen van narigheid door reacties.”

Ik denk ook dat mensen kritiek op je hebben omdat er niet zoveel op je aan te merken is. Dat wekt ergernis op.

“Ze zeggen dan ‘je bent zo positief altijd’ en dan denk ik: als je goed oplet, heb ik vaak genoeg verteld over vrienden die ik verloren ben, zelfmoord, kanker, verslaafde broers. Er gebeurt zat ellende. Het is denk ik ook een combinatie van mijn uiterlijk en het feit dat ik met dingen bezig ben die mensen soms confronteren met hun schuldgevoelens daarover.”

Klopt! Ik had meteen de neiging om me te verantwoorden dat ik niet op de fiets was. Hebben mensen dat vaak bij jou?

“Ja, ze denken dat ik daar een oordeel over heb. Maar dat is echt niet zo. Het is hun leven.”

Gebeurt het omgekeerde ook wel eens? Dat jij wilt bewijzen dat je heus niet zo’n heilig boontje bent?

“Nee, dan hebben ze invloed op wie je bent.”

Dat snap ik, maar het kan toch gewoon zo zijn dat je dat zo voelt? Dat het niet verstandelijk is?

“Nou… als ik bijvoorbeeld een flink stuk appeltaart met slagroom verorber, kan ik wel denken: dat ga ik nou ook eens in mijn Insta Stories zetten. Om te voorkomen dat iedereen denkt dat ik alleen maar salades eet. En ook om te laten zien dat het heel normaal is om zo nu en dan een stuk taart te eten. Dat is juist geen enkel probleem als je verder vers en gevarieerd eet.”

Heb je ook wel eens dat je, zoals ik, gewoon mislukt? Faalt in je plannen?

“Natuurlijk joh, er gaat ook altijd van alles anders dan gehoopt. Er zijn bedrijfjes mislukt, relaties, vriendschappen, programma’s, kleinere projecten. Juist als je veel doet, gaan er ook dingen mis. Dat hoort bij groei en ontwikkeling.”

Ik heb bij jou het idee dat je elk moment wil benutten om iets te optimaliseren. Mag er ook wel eens gewoon even niets zijn?

“Nou, ik ben dus dit jaar voor het eerst in mijn leven in therapie gegaan en ik werk er wel aan om wat meer momenten ‘uit’ te staan. Ik wandel natuurlijk en ik mediteer. Ik bouw heel bewust stiltemomenten in.”

Het werkt op mijn zenuwen hoe doelmatig dat allemaal klinkt. Misschien is doelloos zijn ook wel nuttig?

“Daar zie ik wel de waarde van, maar dat zal bij mij niet snel voorkomen. Ik heb mijn bedrijven, de kinderen en we hebben de afspraak dat we werken als de kinderen op school zijn. Als ze thuis zijn, verdelen we de tijd die we met ze doorbrengen, dus we zijn er altijd; er is geen oppas en we brengen ze nergens heen. En dan nog het erf van de boerderij. Er blijft zo weinig tijd over! Daarom sta ik altijd aan.”

Wat is het gevolg?

“Dat kan ervoor zorgen dat ik thuis soms niet helemaal ‘daar’ ben. Omdat ik met mijn hoofd nog ergens anders zit. Dat ik de kinderen aan het voorlezen ben en met mijn gedachten bij mijn werk ben. Dan kan ik ook eerder uit mijn slof schieten. Dat bijvoorbeeld de kinderen de badkamer onder laten lopen. Dat kan op zich best grappig zijn. Maar dat ik dan op zo’n moment opeens roep ‘EN NU IS HET GENOEG’ en de schrik in hun ogen zie. Daar schrik ik dan zelf van.”

Vloek je wel eens?

“Nee.”

Wat zeg je dan als je heel kwaad bent?

“Fuck, denk ik? Ja, FUCK!”

Ben je er met je vrouw ook wel eens niet bij?

“Dat is een ander thema in de therapie: als ik zoveel tabbladen in mijn hoofd open heb staan, ben ik gewoon soms niet emotioneel beschikbaar. Ik heb momenten gehad dat ze in de keuken tegenover me stond met tranen in haar ogen. Dat ze me nodig had en dat ik met één been ergens anders heen wilde. En dat vond ik dan zo confronterend. Want ik houd van niemand meer dan van haar. Zij is juist heel erg van alles op tafel wat je voelt. Ik kan dan soms denken, juist omdat ik dan ook druk ben: dat komt later wel. Tja, en dan gaat het gisten natuurlijk en als je dan ruzie hebt komt het eruit. Door haar doe ik dat nu veel meer. Het is heel gek, want in mijn programma’s ging ik in gesprek met jongeren over heftige dingen. Dan ging het me heel goed af om te luisteren en mee te leven. Maar over mijn eigen dingen vind ik dat veel moeilijker.”

Zo kom je over, als een soort rots. Wat als je zelf wat hebt?

“Nou, ik kan wel zwelgen hoor. Maar meestal is dat zo’n twee dagen en dan ga klauter ik er weer uit. Ik kan me heel erg zorgen maken.”

Waarover?

“Over de wereld, over de kinderen. Hoe houd ik het leven allemaal zoals het is? Kan het nog? Hoe ga ik dit of dat er nog bij doen? Of over mijn ouders, toen mijn vader een bloeding had. Ook het nieuws kan me echt naar de keel grijpen. De toekomst. En dan ben ik niet zo leuk: kort lontje, geen fijne gesprekspartner. Mijn vrouw zegt dan: ‘Er wordt even niet zoveel gelachen.’”

Haha. Moest je van haar naar de therapeut?

“Nee, ik wilde het zelf. Het is al winst als ik dat soort dingen bij mezelf kan signaleren.”

Jezus, Arie, je doet therapie ook alweer perfect! Heb je toekomstdromen?

“Nederland gezond maken is echt wel een missie. Ik ben nu Nestor aan het ontwikkelen, samen met ouderenorganisatie Amstelring. Een sportschool voor senioren dus. Het idee komt voort uit de trainingen met mijn ouders. Het wordt een sportschool waar je zelf, of in groepslessen, kunt werken aan kracht en uithoudingsvermogen. Dat is zo belangrijk als je ouder wordt. We draaien er klassieke muziek en jazz.”

OMG, dat is fantastisch! Mag ik ook komen? Ik word gek van de herrie in mijn sportschool.

“Natuurlijk, iedereen is welkom!”

Is er naast al deze dingen ook tijd voor romantiek?

“Altijd! Hoewel het wel echt meer gepland moet worden. Spontaan is wel lastig met drie jonge kinderen.”

En seks?

“Jazeker! Wij zijn heel fysiek. Dat is ook zo’n ding: mijn manier van verbinden gaat heel erg via het lichaam en bij Romy gaat het eerst meer om gezien worden, aandacht krijgen, of ontlast worden – en dan is er weer ruimte voor het fysieke.”

Dat is ook wel heel erg een man-vrouw-verschil, volgens mij.

“Ja. Het is belangrijk om dat te weten in het hele spel van elkaar aantrekkelijk vinden. Anders wordt de seks veel minder verbindend. Dan is het bijna solo, of mono. Een van de dingen waar ik heel blij mee ben, we zijn nou tien jaar samen, is dat mijn verlangen naar haar nog steeds zo sterk is.”

Ben je wel eens vreemdgegaan?

“Nee.”

Nooit? Ook niet in vorige relaties?

“Ik heb niet zo veel relaties gehad. Maar nee.”

Vind je je gezinsleven ooit saai?

“Niet bepaald. Vrienden van mij hebben soms de behoefte om nog uit te gaan en door te halen, maar ik heb dat niet zo. Heb het ook allemaal wel meegemaakt en gedaan. Natuurlijk drink ik af en toe een glaasje en neem ik in de zomer wel eens een paar trekjes van een joint als een vriend die opsteekt, maar meer hoeft niet. Ik voel juist thuis dat we heel erg leven. We zijn samen aan het ondernemen en de kinderen houden het ook altijd spannend. Die moet ik trouwens zo van het schoolplein gaan halen.”

Hij kijkt naar de lucht

“Ik hoop niet dat het gaat regenen… Ik heb nog een wasje buiten hangen!”

Dan gaat hij. Ik zie zijn gebeeldhouwde gestalte steeds kleiner worden. Met energieke tred uiteraard, deze man, deze familieman. Hij is nooit moe, vertelde hij nog. Behalve na de therapie. Ach, hij kan er ook niets aan doen dat hij nét niet perfect is.

 

Interview: Stella Bergsma

| 8 december 2025| Interviews|

Arie Boomsma: ‘Mensen denken snel dat ik een oordeel over hen heb, maar dat is echt niet zo. Het is hun leven’

Een boerderij vol dieren, een leuke vrouw, drie kleine kinderen, bloeiende bedrijfjes, superfit en helder. Arie Boomsma is perfect. Is hij echt zo zen en blij als hij eruitziet? “Ik kan zwelgen. Ik kan me heel erg zorgen maken, over de wereld, over de kinderen.”

Terwijl ik in het herfstzonnetje mijn cappuccino aan het drinken ben, heeft hij er al een halve dag opzitten. Deze man staat iedere dag om 5:30 op om te mediteren, te bewegen, zijn dieren te voeren en een ijsbad te nemen. Daarna begeleidt hij samen met zijn vrouw de kinderen naar school. Daarnaast heeft hij twee bedrijven en binnenkort een derde. Oh, en een podcast. Ik krijg al een burn-out als ik het schrijf. Heeft hij dat niet? De heilige Boomsma? Of is hij perfect? Ik vraag het hem meteen maar even.

(Lachend) “Zo voel ik me helemaal niet! Er is een hoop dat ik nog aan mezelf wil ontwikkelen. Maar ik wil eerst even zeggen dat ik het zo sterk vind wat jij doet. Je legt de kleinzieligheid van mannen bloot en geeft vrouwen moed. En je blijft zeggen wat je belangrijk vindt, terwijl je er ook voor incasseert.”

Wow, met zoveel vleierij kan ik toch geen kritische vragen meer stellen?

“Kom maar met je kritische vraag hoor, juist leuk.”

Oké. Ben je een wappie geworden?

“Omdat ik bezig ben met supplementen en met dingen als ijsbaden, denken mensen meteen dat ik me heb afgekeerd van de reguliere medische wetenschap. Terwijl ik juist heel veel samenwerk met artsen en ziekenhuizen, ook vanuit de gym.”

Ja, je hebt Vondelgym, je eigen sportschool. Maar ben je wel gevaccineerd?

“Mijn huisarts moest zo lachen toen hij in de Telegraaf een column zag waarin stond: ‘… Antivaxers als Arie Boomsma’. Natuurlijk zijn mijn kinderen gevaccineerd en wij ook.”

Hij legt een tijgerprinttasje op tafel en ziet dat ik ernaar kijk

“Dit tasje baart altijd heel veel opzien in het dorp. Mensen vragen dan ‘is dat van je vrouw of dochter’ en dan zeg ik ‘nee, dat is van mij’.”

Vroeger toen je nog bij de EO zat, gingen er altijd geruchten dat je homo was.

“Dat heeft me mijn hele leven achtervolgd. Niet dat ik er persoonlijk last van had, maar mensen die mij niet kenden zeiden dat wel eens. Op de socials vooral.”

Volgens mij ben je als man al snel homo als je op je uiterlijk let.

“Dat is toch grappig, dat ze je in een hokje willen stoppen? Dat mensen kijken naar wat je hebt, wat je doet, wat je drinkt. Zullen we overigens een wijntje nemen? De Viognier is wel goed, een hele frisse, smakelijke druif.”

Jij was ook de eerste met een programma over transgenders.

“Ik vind het interessant om te kijken naar wat er speelt in de maatschappij, ook wat er schuurt. Toen was er een hele discussie over mannelijkheid en vrouwelijkheid.”

Die is er nu nog steeds eigenlijk.

“Alleen dan opgefokter. Hoe dichter we bij echte verandering komen, hoe feller de weerstand daartegen.”

We hebben daarin ook best wel overlap. Ik probeer de wereld op te rekken voor vrouwen en jij hebt geprobeerd de geloofswereld op te rekken voor anders geaarden.

“Dan heb ik het gevoel dat ik iets bijdraag, dat het urgent is. Ik vind het ook heel fijn om aan te reiken. De informatie en de mogelijkheden. Het is me eerlijk gezegd ook om het even wat er daarna gebeurt bij een ander. Het doel is om iets teweeg te brengen. Het mag raken. Emotioneren, woedend maken.”

Zit dat in je karakter?

“Ik vind het moeilijk om ergens bij te horen en ik vind het ook moeilijk om zomaar in een afspraak te stappen – zo van: zo doen we dat, dus meedoen. Daar kan ik nooit zo goed tegen.”

Nu ben je minder rebels en wil je gewoon geld verdienen door Nederland gezonder te maken.

“Nou… ik heb minder de behoefte om zelf op de bühne te staan. Maar ik geloof dat gezondheid een van de grootste thema’s is wereldwijd, daarom ben ik er juist ook ingedoken. We worden ouder dan ooit en zijn vooral langer ziek dan ooit. Dat is ook controversieel. Vooral als je probeert je eigen gezondheid te optimaliseren. De norm is negen uur per dag zitten, bewerkt voedsel eten, stress hebben. Dan zijn dingen als supplementen slikken of je bezighouden met ademhaling of positiviteit niet ‘normaal’. Daar komt ook dat antivax-verhaal vandaan, dat is toch een poging tot framen.”

Omdat jij die supplementen verkoopt en er dus aan verdient.

“Dat is zo. Ik vind het ook niet erg. Het houdt me scherp. Erover in discussie gaan vind ik ook prima, als het een zinvolle discussie is. Geen gescheld of ontketenen van narigheid door reacties.”

Ik denk ook dat mensen kritiek op je hebben omdat er niet zoveel op je aan te merken is. Dat wekt ergernis op.

“Ze zeggen dan ‘je bent zo positief altijd’ en dan denk ik: als je goed oplet, heb ik vaak genoeg verteld over vrienden die ik verloren ben, zelfmoord, kanker, verslaafde broers. Er gebeurt zat ellende. Het is denk ik ook een combinatie van mijn uiterlijk en het feit dat ik met dingen bezig ben die mensen soms confronteren met hun schuldgevoelens daarover.”

Klopt! Ik had meteen de neiging om me te verantwoorden dat ik niet op de fiets was. Hebben mensen dat vaak bij jou?

“Ja, ze denken dat ik daar een oordeel over heb. Maar dat is echt niet zo. Het is hun leven.”

Gebeurt het omgekeerde ook wel eens? Dat jij wilt bewijzen dat je heus niet zo’n heilig boontje bent?

“Nee, dan hebben ze invloed op wie je bent.”

Dat snap ik, maar het kan toch gewoon zo zijn dat je dat zo voelt? Dat het niet verstandelijk is?

“Nou… als ik bijvoorbeeld een flink stuk appeltaart met slagroom verorber, kan ik wel denken: dat ga ik nou ook eens in mijn Insta Stories zetten. Om te voorkomen dat iedereen denkt dat ik alleen maar salades eet. En ook om te laten zien dat het heel normaal is om zo nu en dan een stuk taart te eten. Dat is juist geen enkel probleem als je verder vers en gevarieerd eet.”

Heb je ook wel eens dat je, zoals ik, gewoon mislukt? Faalt in je plannen?

“Natuurlijk joh, er gaat ook altijd van alles anders dan gehoopt. Er zijn bedrijfjes mislukt, relaties, vriendschappen, programma’s, kleinere projecten. Juist als je veel doet, gaan er ook dingen mis. Dat hoort bij groei en ontwikkeling.”

Ik heb bij jou het idee dat je elk moment wil benutten om iets te optimaliseren. Mag er ook wel eens gewoon even niets zijn?

“Nou, ik ben dus dit jaar voor het eerst in mijn leven in therapie gegaan en ik werk er wel aan om wat meer momenten ‘uit’ te staan. Ik wandel natuurlijk en ik mediteer. Ik bouw heel bewust stiltemomenten in.”

Het werkt op mijn zenuwen hoe doelmatig dat allemaal klinkt. Misschien is doelloos zijn ook wel nuttig?

“Daar zie ik wel de waarde van, maar dat zal bij mij niet snel voorkomen. Ik heb mijn bedrijven, de kinderen en we hebben de afspraak dat we werken als de kinderen op school zijn. Als ze thuis zijn, verdelen we de tijd die we met ze doorbrengen, dus we zijn er altijd; er is geen oppas en we brengen ze nergens heen. En dan nog het erf van de boerderij. Er blijft zo weinig tijd over! Daarom sta ik altijd aan.”

Wat is het gevolg?

“Dat kan ervoor zorgen dat ik thuis soms niet helemaal ‘daar’ ben. Omdat ik met mijn hoofd nog ergens anders zit. Dat ik de kinderen aan het voorlezen ben en met mijn gedachten bij mijn werk ben. Dan kan ik ook eerder uit mijn slof schieten. Dat bijvoorbeeld de kinderen de badkamer onder laten lopen. Dat kan op zich best grappig zijn. Maar dat ik dan op zo’n moment opeens roep ‘EN NU IS HET GENOEG’ en de schrik in hun ogen zie. Daar schrik ik dan zelf van.”

Vloek je wel eens?

“Nee.”

Wat zeg je dan als je heel kwaad bent?

“Fuck, denk ik? Ja, FUCK!”

Ben je er met je vrouw ook wel eens niet bij?

“Dat is een ander thema in de therapie: als ik zoveel tabbladen in mijn hoofd open heb staan, ben ik gewoon soms niet emotioneel beschikbaar. Ik heb momenten gehad dat ze in de keuken tegenover me stond met tranen in haar ogen. Dat ze me nodig had en dat ik met één been ergens anders heen wilde. En dat vond ik dan zo confronterend. Want ik houd van niemand meer dan van haar. Zij is juist heel erg van alles op tafel wat je voelt. Ik kan dan soms denken, juist omdat ik dan ook druk ben: dat komt later wel. Tja, en dan gaat het gisten natuurlijk en als je dan ruzie hebt komt het eruit. Door haar doe ik dat nu veel meer. Het is heel gek, want in mijn programma’s ging ik in gesprek met jongeren over heftige dingen. Dan ging het me heel goed af om te luisteren en mee te leven. Maar over mijn eigen dingen vind ik dat veel moeilijker.”

Zo kom je over, als een soort rots. Wat als je zelf wat hebt?

“Nou, ik kan wel zwelgen hoor. Maar meestal is dat zo’n twee dagen en dan ga klauter ik er weer uit. Ik kan me heel erg zorgen maken.”

Waarover?

“Over de wereld, over de kinderen. Hoe houd ik het leven allemaal zoals het is? Kan het nog? Hoe ga ik dit of dat er nog bij doen? Of over mijn ouders, toen mijn vader een bloeding had. Ook het nieuws kan me echt naar de keel grijpen. De toekomst. En dan ben ik niet zo leuk: kort lontje, geen fijne gesprekspartner. Mijn vrouw zegt dan: ‘Er wordt even niet zoveel gelachen.’”

Haha. Moest je van haar naar de therapeut?

“Nee, ik wilde het zelf. Het is al winst als ik dat soort dingen bij mezelf kan signaleren.”

Jezus, Arie, je doet therapie ook alweer perfect! Heb je toekomstdromen?

“Nederland gezond maken is echt wel een missie. Ik ben nu Nestor aan het ontwikkelen, samen met ouderenorganisatie Amstelring. Een sportschool voor senioren dus. Het idee komt voort uit de trainingen met mijn ouders. Het wordt een sportschool waar je zelf, of in groepslessen, kunt werken aan kracht en uithoudingsvermogen. Dat is zo belangrijk als je ouder wordt. We draaien er klassieke muziek en jazz.”

OMG, dat is fantastisch! Mag ik ook komen? Ik word gek van de herrie in mijn sportschool.

“Natuurlijk, iedereen is welkom!”

Is er naast al deze dingen ook tijd voor romantiek?

“Altijd! Hoewel het wel echt meer gepland moet worden. Spontaan is wel lastig met drie jonge kinderen.”

En seks?

“Jazeker! Wij zijn heel fysiek. Dat is ook zo’n ding: mijn manier van verbinden gaat heel erg via het lichaam en bij Romy gaat het eerst meer om gezien worden, aandacht krijgen, of ontlast worden – en dan is er weer ruimte voor het fysieke.”

Dat is ook wel heel erg een man-vrouw-verschil, volgens mij.

“Ja. Het is belangrijk om dat te weten in het hele spel van elkaar aantrekkelijk vinden. Anders wordt de seks veel minder verbindend. Dan is het bijna solo, of mono. Een van de dingen waar ik heel blij mee ben, we zijn nou tien jaar samen, is dat mijn verlangen naar haar nog steeds zo sterk is.”

Ben je wel eens vreemdgegaan?

“Nee.”

Nooit? Ook niet in vorige relaties?

“Ik heb niet zo veel relaties gehad. Maar nee.”

Vind je je gezinsleven ooit saai?

“Niet bepaald. Vrienden van mij hebben soms de behoefte om nog uit te gaan en door te halen, maar ik heb dat niet zo. Heb het ook allemaal wel meegemaakt en gedaan. Natuurlijk drink ik af en toe een glaasje en neem ik in de zomer wel eens een paar trekjes van een joint als een vriend die opsteekt, maar meer hoeft niet. Ik voel juist thuis dat we heel erg leven. We zijn samen aan het ondernemen en de kinderen houden het ook altijd spannend. Die moet ik trouwens zo van het schoolplein gaan halen.”

Hij kijkt naar de lucht

“Ik hoop niet dat het gaat regenen… Ik heb nog een wasje buiten hangen!”

Dan gaat hij. Ik zie zijn gebeeldhouwde gestalte steeds kleiner worden. Met energieke tred uiteraard, deze man, deze familieman. Hij is nooit moe, vertelde hij nog. Behalve na de therapie. Ach, hij kan er ook niets aan doen dat hij nét niet perfect is.

 

Interview: Stella Bergsma