
Als je een ex tegen het lijf loopt op een informatieavond van je dochters school (brrr!)
Yvanka komt een ex tegen tijdens een informatieavond. Eentje die destijds als een wrak uit een relatie kwam en door Yvanka opgelapt werd. Totdat hij smoorverliefd werd op een collega.
De middelbare school waar mijn dochter misschien heen wil, organiseert een informatieavond. Ik verwacht vooral een stroom mentoren, roosters en woorden als ‘leerlingbegeleiding’ en ‘doorstroomprofiel’. Wat ik níet verwacht, is een ex.
Ik zie hem eerder dat hij mij ziet, doe alsof ik hem niet zie waardoor ik uit mijn ooghoek zijn twijfel kan bestuderen als hij mij opmerkt.
‘Zal ik wat zeggen of wegsneaken?’ zie ik hem denken. Hij besluit het eerste.
‘Hee,’ zegt hij, met diezelfde charmante lach als vroeger. Beetje grijzer, licht kalende kruin maar hij ziet er nog steeds verdraaid goed uit.
‘Hee!’ zeg ik terug, iets te gespeeld verbaasd.
Het gesprek loopt verbazingwekkend soepel, alsof er geen jaren tussen zitten. Hij wijst naar de aula waar een lange jongen met bruine krullen rondloopt. ‘Mijn oudste zit hier al vijf jaar,’ zegt hij.
‘Wat grappig,’ zeg ik. Onze kinderen waren precies even oud. Ik ken zijn drie pubers van foto’s, onze relatie was net te kort en zijn scheiding te pril om al kennis te maken. Hij begint over tentamens, rijbewijzen en uitvliegen.
‘Het gaat dan ineens snel, he!’ zeg ik. Hij knikt, niet helemaal overtuigd. Misschien is het empty nest ook meer een vrouwen ding.
Er hangt weer die lichte, vanzelfsprekende sfeer die er ook direct was toen ik hem destijds via een dating app leerde kennen. Hij was nog een wrak toen, maar ik kon altijd al goed door bouwvallen heen kijken. De waarschuwingen over mannen die te snel op Tinder gaan, op zoek naar een rebound deed ik af als ‘cliché denken’ om een half jaar later precies zo te eindigen. Hij had het niet verwacht en het was er uiteraard niet zijn bedoeling, maar ineens was daar die collega. Dit gevoel, dat was hem nog nooit overkomen. Dat van ons misschien toch meer vriendschap? Maar wel heel erg bedankt, ook voor de steun.
‘Hoe is het met je boeken?’ vraagt hij. ‘Ik heb je laatste boek niet helemaal uitgelezen, dacht wat te herkennen.’ Hij trekt een quasi zuur gezicht.
‘Ja, dat was je straf,’ lach ik. ‘Wie een schrijvende vrouw dumpt, eindigt sowieso ergens onflatteus in een boek of een column.’
Zou hij inmiddels weer vrijgezel zijn? vraag ik me af. Dan komt er een jonge vrouw met halflang rood haar aanlopen. Ze legt een hand op zijn arm.
‘Liefje,’ zegt ze met een bezorgd gezicht. ‘We moeten echt gaan. De oppas moet naar huis.’
Ik kijk van de een naar de ander en dan herinner ik me zijn irritante lofzang in het laatste gesprek. ‘Ze heeft prachtig rood haar en doet aan diepzee duiken en ….’
‘Ja, nog een vierde gekregen,’ zegt hij alsof hij mijn gedachten heeft geraden.
En dan, als de duikster al richting garderobe loopt, buigt hij zich naar me toe. ‘Gaat niet heel goed tussen ons, gebroken nachten, je kent het wel.’
Zit hij nou gewoon met me te flirten terwijl de moeder van zijn peuter op nog tien meter afstand staat?’ Ik voel hoe m’n interesse van zojuist muteert in een aanval van pure agressie. Net op dat moment verschijnt mijn dochter.
‘Mam, kom je?’ Ik draai me om en we lopen naar buiten.
‘Wie was dat?’ wil ze weten.
‘Iemand met weinig ruggengraat die vooral doet wat ie zelf wil en daarbij anderen …,’ ik stop m’n tirade even terwijl ik mijn sjaal omsla.
‘Ach gewoon een sukkel schat, gewoon een domme sukkel.’
Tekst: Yvanka van der Zwaan

Als je een ex tegen het lijf loopt op een informatieavond van je dochters school (brrr!)
Yvanka komt een ex tegen tijdens een informatieavond. Eentje die destijds als een wrak uit een relatie kwam en door Yvanka opgelapt werd. Totdat hij smoorverliefd werd op een collega.
De middelbare school waar mijn dochter misschien heen wil, organiseert een informatieavond. Ik verwacht vooral een stroom mentoren, roosters en woorden als ‘leerlingbegeleiding’ en ‘doorstroomprofiel’. Wat ik níet verwacht, is een ex.
Ik zie hem eerder dat hij mij ziet, doe alsof ik hem niet zie waardoor ik uit mijn ooghoek zijn twijfel kan bestuderen als hij mij opmerkt.
‘Zal ik wat zeggen of wegsneaken?’ zie ik hem denken. Hij besluit het eerste.
‘Hee,’ zegt hij, met diezelfde charmante lach als vroeger. Beetje grijzer, licht kalende kruin maar hij ziet er nog steeds verdraaid goed uit.
‘Hee!’ zeg ik terug, iets te gespeeld verbaasd.
Het gesprek loopt verbazingwekkend soepel, alsof er geen jaren tussen zitten. Hij wijst naar de aula waar een lange jongen met bruine krullen rondloopt. ‘Mijn oudste zit hier al vijf jaar,’ zegt hij.
‘Wat grappig,’ zeg ik. Onze kinderen waren precies even oud. Ik ken zijn drie pubers van foto’s, onze relatie was net te kort en zijn scheiding te pril om al kennis te maken. Hij begint over tentamens, rijbewijzen en uitvliegen.
‘Het gaat dan ineens snel, he!’ zeg ik. Hij knikt, niet helemaal overtuigd. Misschien is het empty nest ook meer een vrouwen ding.
Er hangt weer die lichte, vanzelfsprekende sfeer die er ook direct was toen ik hem destijds via een dating app leerde kennen. Hij was nog een wrak toen, maar ik kon altijd al goed door bouwvallen heen kijken. De waarschuwingen over mannen die te snel op Tinder gaan, op zoek naar een rebound deed ik af als ‘cliché denken’ om een half jaar later precies zo te eindigen. Hij had het niet verwacht en het was er uiteraard niet zijn bedoeling, maar ineens was daar die collega. Dit gevoel, dat was hem nog nooit overkomen. Dat van ons misschien toch meer vriendschap? Maar wel heel erg bedankt, ook voor de steun.
‘Hoe is het met je boeken?’ vraagt hij. ‘Ik heb je laatste boek niet helemaal uitgelezen, dacht wat te herkennen.’ Hij trekt een quasi zuur gezicht.
‘Ja, dat was je straf,’ lach ik. ‘Wie een schrijvende vrouw dumpt, eindigt sowieso ergens onflatteus in een boek of een column.’
Zou hij inmiddels weer vrijgezel zijn? vraag ik me af. Dan komt er een jonge vrouw met halflang rood haar aanlopen. Ze legt een hand op zijn arm.
‘Liefje,’ zegt ze met een bezorgd gezicht. ‘We moeten echt gaan. De oppas moet naar huis.’
Ik kijk van de een naar de ander en dan herinner ik me zijn irritante lofzang in het laatste gesprek. ‘Ze heeft prachtig rood haar en doet aan diepzee duiken en ….’
‘Ja, nog een vierde gekregen,’ zegt hij alsof hij mijn gedachten heeft geraden.
En dan, als de duikster al richting garderobe loopt, buigt hij zich naar me toe. ‘Gaat niet heel goed tussen ons, gebroken nachten, je kent het wel.’
Zit hij nou gewoon met me te flirten terwijl de moeder van zijn peuter op nog tien meter afstand staat?’ Ik voel hoe m’n interesse van zojuist muteert in een aanval van pure agressie. Net op dat moment verschijnt mijn dochter.
‘Mam, kom je?’ Ik draai me om en we lopen naar buiten.
‘Wie was dat?’ wil ze weten.
‘Iemand met weinig ruggengraat die vooral doet wat ie zelf wil en daarbij anderen …,’ ik stop m’n tirade even terwijl ik mijn sjaal omsla.
‘Ach gewoon een sukkel schat, gewoon een domme sukkel.’
Tekst: Yvanka van der Zwaan




